‘Slachtoffers van ongewenst gedrag zoeken de schuld vaak bij zichzelf’

Janke Dekker Mores is een meldpunt voor mensen uit de cultuursector die te maken hebben met ongewenst gedrag. Voorzitter Janke Dekker: „Gunstig dat verhalen naar buiten komen.”

Janke Dekker.
Janke Dekker. Foto: Patrick Harderwijk

Sinds de uitzending van het programma BOOS donderdag staat de telefoon roodgloeiend bij Mores. Bij dit meldpunt kunnen mensen uit de culturele sector terecht voor steun bij ongewenste omgangsvormen zoals seksueel wangedrag. Mores is er voor de kunsten en televisie, dus ook voor The Voice of Holland. Deze talentenshow werd vorige week van de zender gehaald nadat BOOS aan omroep RTL tientallen beschuldigingen voorlegde over seksueel grensoverschrijdend gedrag van vier medewerkers, onder wie coaches Ali B en Marco Borsato.

Mores belooft volstrekte discretie aan degenen die zich melden, dus voorzitter Janke Dekker kan niet zeggen of de meldingen daar ook over The Voice gaan: „Maar er komen ook veel meldingen binnen uit andere sectoren. Er is iets los gemaakt: genoeg is genoeg.”

Schokkend aan de getuigenissen in BOOS vindt Dekker dat de geanonimiseerde slachtoffers zo huiverig waren om hun verhaal te vertellen. Dat herkent ze ook aan de mensen die Mores bellen: „Volgens onze vertrouwenspersonen zeggen de melders vaak: ‘Dit is me overkomen, maar ik weet niet of dit ongewenst gedrag is’, en dan komen ze met een verhaal waarvan je denkt: wooh! Ze zoeken vaak de schuld bij zichzelf.” Als er een melding komt, zegt Dekker, dan weet ze dat die slechts het topje van de ijsberg is: „Dan weet je: het is al heel erg.”

Zorg op maat

Mores werd in 2018 opgericht door diverse culturele koepelorganisaties na de affaire-Gosschalk: een belangrijke castingdirector had zich herhaaldelijk seksueel misdragen jegens jonge acteurs. Het meldpunt is er speciaal voor slachtoffers die binnen de eigen organisatie niet terecht kunnen, bijvoorbeeld omdat ze freelancer zijn. Jaarlijks komen er tientallen meldingen binnen bij de vertrouwenspersonen van Mores. Wat het meldpunt hier vervolgens mee doet, verschilt volgens Dekker van geval tot geval: „Sommigen willen informatie, over wat ze kunnen doen. Anderen willen alleen hun verhaal kwijt. Maar we gaan ook wel met mensen mee om te praten met het bedrijf, ter ondersteuning. En soms leidt het tot een rechtszaak.”

„De beslissing om aangifte te doen moet helemaal bij het slachtoffer liggen"

In dat laatste geval vertelt het meldpunt wel aan het slachtoffer wat de risico’s zijn: „De gemiddelde zedenzaak is zeer confronterend en maakt je erg kwetsbaar. Je hoort nu over de kandidaten van The Voice: ‘Ze moeten aangifte doen!’ Maar ze moeten niets. Zo’n beslissing moet helemaal bij het slachtoffer liggen.”

Is dit seksueel misbruik typerend voor de creatieve sector? „Nee, het gebeurt in iedere bedrijfstak. Maar er zijn in de culturele sector wel bepaalde omstandigheden die de risico’s groter maken.” Over onveiligheid op de werkvloer, zegt ze: „Er lopen bij de televisie en in de cultuur heel veel zzp’ers rond die geacht worden voor hun eigen veiligheid te zorgen. Je wil niet lastig gevonden worden want dan vragen ze je de volgende keer niet meer.” Bovendien is de concurrentie moordend: „Niet iedereen met wie je werkt is je vriend. Ze zijn ook elkaar concurrenten die allemaal vechten om dezelfde schaarse plekken.”

Trommelles

Het gaat bij dit soort misstanden altijd om machtsongelijkheid, zegt Dekker. En in de culturele sector heb je vaak „ouderwets scherpe” hiërarchische verhoudingen: „Je krijgt te maken met de grote toneelregisseur of met de sterzanger. Dat machtsverschil is enorm.” Net als bij Gosschalk ging het bij The Voice bovendien om auditiekandidaten: „Dat is de kwetsbaarste groep die je binnen kan krijgen, dus daar moet je extra goed voor zorgen.”

Lees ook: BOOS-uitzending laat de machtswisseling in medialand zien

Dat nu de verhalen over The Voice naar buiten komen, noemt Dekker gunstig: „Dat creëert groeiende bewustwording. In iedere sector waar een grote zaak is geweest, leidde dat tot stevige veranderingen.” Doorgaans ging dat om procedurele verbeteringen: het opstellen van protocollen, het aanstellen van vertrouwenspersonen, et cetera. Voorbeeld: om te voorkomen dat een docent op een kunstopleiding zich aan een student vergrijpt, moet hij de deur van het lokaal altijd open laten staan. Dekker: „Maar als je iemand trommelles geeft, kan dat niet met open deuren. Bij Codarts in Rotterdam hebben ze daarom overal glazen deuren geplaatst.”

Hoewel Dekker het belangrijke verbeteringen vindt, mist ze één belangrijk element: een cultuuromslag. „We moeten elkaar op wangedrag aanspreken. Lach niet mee, kijk niet weg, heb de moed om er iets van te zeggen.” Eén klein lichtpuntje, noemt ze: „Misschien is het een generatieding. Ik vind de nieuwe generatie heel strijdvaardig. Ik hoop dat in 2025 iedere vrouw in Nederland veilig over straat kan.”