Opinie

Waarom populistische leiders niet alleen corrupt zijn, maar daar óók nog mee wegkomen

In Europa

Tweeënzestig Europarlementariërs uit negentien landen hebben deze week de OVSE – de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa – opgeroepen om veel verkiezingsmonitors te sturen naar de Hongaarse parlementsverkiezingen op 3 april. De 62 „vrezen dat de verkiezingen niet volgens de hoogste democratische standaarden worden gehouden”.

Vorige keer, in 2018, waren er weinig OVSE-monitors. Er ging van alles mis. Veel media waren in handen van zakenlui die connecties hadden met Fidesz, de partij van premier Viktor Orbán. Kiesdistricten waren zo ‘hertekend’ dat Fidesz profiteerde. En duizenden Hongaren uit Oekraïne, Servië en Roemenië werden naar Hongarije getransporteerd om te stemmen. ‘Diaspora-Hongaren’ kunnen op een partij stemmen. Maar als ze ingeschreven staan op een Hongaars adres, mogen ze óók op een kandidaat stemmen. In 2018 bleken er tientallen op hetzelfde adres te wonen.

Burgemeesters en andere betrokkenen vertelden hoe dat ging. „In het district Szablocs-Szatmár-Bereg stonden 110 mensen geregistreerd in een eengezinswoning met twee bedden, terwijl er 200 geregistreerd waren in een ander huis met één verdieping.” Volgens een oppositiepoliticus waren er dorpen „waarvan het aantal inwoners op papier verdrievoudigde”. Het Grondwettelijke Hof erkende onregelmatigheden, maar ging er niet achteraan.

Volgens Garvan Walshe, directeur van Article7, een ngo voor burgerlijke vrijheden en democratie, „stonden diaspora-Hongaren zelfs ingeschreven in een varkensstal”. Als dit niet gebeurd was, zegt hij, had Orbán de verkiezingen misschien ook gewonnen, maar te nipt om te profiteren van het kiesstelsel dat winnaars extra zetels geeft en aan een ruime parlementaire meerderheid helpt.

Ditmaal is de oppositie verenigd; die paar zetels kunnen nu de doorslag geven. Ook Hongaarse ngo’s willen dat de OVSE op 3 april heel secuur, district voor district, komt kijken of alles eerlijk verloopt. Volgens peilingen gaan Orbán en oppositiekandidaat Péter Márki-Zay bijna gelijk op. Juist nu kan geknoei op plaatsen zonder pottenkijkers Orbán aan de macht houden.

Juist nu kan geknoei op plaatsen zonder pottenkijkers Orbán aan de macht houden

De Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev schreef onlangs dat kiezers niet alleen meer hun leiders kiezen, zoals het hoort in een democratie, maar dat het steeds vaker ook andersom is: leiders kiezen door electorale manipulatie hun eigen kiesvolk. Kiezers laten het gebeuren. Waarom? Middenin heftige demografische, sociale en culturele veranderingen geloven veel Midden-Europeanen – maar ook andere Europeanen en Amerikanen – dat de samenleving dodelijk bedreigd wordt door emigratie van autochtonen en immigratie van niet-Europeanen. Leiders als Orbán, Trump, Johnson of Kazcynski voeden die angst en werpen zich op als beschermheer (en charlatans als Baudet of Zemmour proberen het). Ze worden populair met schelden tegen het establishment en democratische instituties. Eenmaal aan de macht ontmantelen ze die. Electorale manipulatie is een kernelement: zo kan het „échte volk” hen in het zadel houden. Dat is het spel.

In 2019, op zoek naar de link tussen populisme en corruptie, vroegen Poolse sociologen kiezers: stel, een politicus als PiS-partijleider Kaczynski blijkt corrupt, zou u hem dan vergeven?

Een PiS-aanhanger sprak namens velen toen hij antwoordde: „Dat hangt ervan af. Als het om individueel materieel gewin gaat, niet. Zo iemand moet weg.”

En als niet die politicus persoonlijk profiteert, maar zijn moeder?

Antwoord: „Als het voor de partij zou zijn, voor de goede zaak – ja, dan zou ik hem wel kunnen vergeven.”

Dus corruptie is oké als het de partij dient, niet de politicus?

„Ja.”

Dit is waarom populistische leiders niet alleen corrupt zijn en frauderen, maar er ook vaak mee wegkomen: zolang het ‘de goede zaak’ maar dient. Daarom hebben kiezers op hen gestemd. Het is consistenter dan je weleens denkt. Johnson wankelt vanwege zijn egoïsme, niet vanwege leugens en politieke schandalen. Schandalen ondermijnen deze leiders niet. Integendeel, ze maken hen tot martelaars.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.