RIVM: slecht zicht op precieze uitstoot Tata Steel, vermoedelijk veel hoger

Nieuw rapport De door Tata Steel gemelde uitstoot komt niet overeen met de hoeveelheid die in de omgeving is gemeten. Mogelijk komt die uitstoot van andere delen van het fabrieksterrein.

De fabriek van Tata Steel in IJmuiden.
De fabriek van Tata Steel in IJmuiden. Foto Olivier Middendorp

De werkelijke uitstoot van metalen en PAK’s op het terrein van Tata Steel is vermoedelijk veel groter dan de gerapporteerde uitstoot. Dat concludeert het RIVM in een nieuw rapport over de Noord-Hollandse staalfabriek, dat vrijdagochtend is gepubliceerd.

Het RIVM vergeleek GGD-metingen van metalen en PAK’s (moleculen uit met name steenkool en teer) in de omgeving van de fabriek met de hoeveelheden die je zou verwachten op basis van de uitstoot die door de fabriek is gerapporteerd. Daaruit blijkt volgens de onderzoekers soms een groot verschil. Zo is de uitstoot van sommige PAK’s gemiddeld per jaar een factor duizend hoger dan je zou verwachten op basis van de gerapporteerde uitstoot.

In Nederland meten bedrijven zelf ‘aan de schoorsteen’ wat ze van verschillende stoffen uitstoten, waarna deze data worden gecontroleerd door het bevoegd gezag, in dit geval de omgevingsdienst. Die data gelden als de ‘officiële’ uitstoot van een fabriek of ander bedrijf. Het zijn ook de data die in de eigen milieujaarverslagen van Tata Steel terechtkomen.

Dat bij Tata Steel deze data niet overeen lijken te komen met de werkelijke uitstoot, kan volgens het RIVM verschillende verklaringen hebben. Zo kan het dat de uitstoot afkomstig is van bronnen die niet meegenomen worden in de uitstootregistratie. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om treinen op het terrein, maar ook om stof dat wegwaait van opslagplaatsen voor erts en kolen, of dat naar buiten ontsnapt door deurkieren.

Ook kan het gaan om stof dat vrijkomt bij onderaannemers, die hun uitstoot niet hoeven te rapporteren. Daaronder valt ook restproductverwerker Harsco Metals, dat enkele jaren geleden geregeld grote stofwolken met grafiet veroorzaakte.

Gezondheid

Het RIVM benadrukt dat de conclusies niet betekenen dat omwonenden meer kans op gezondheidsschade lopen dan tot dusver bekend was. In eerdere RIVM-rapporten, waarin het instituut keek naar de gezondheidseffecten van de fabriek, heeft het gebruikgemaakt van gegevens waarvoor het zelf metingen deed. Afgelopen september bleek uit RIVM-onderzoek dat de hoeveelheid zware metalen en PAK’s in de leefomgeving van de fabriek schadelijk kan zijn voor kinderen.

Het instituut adviseert nu om beter in beeld te brengen waar op het terrein van Tata Steel stoffen vrijkomen en in welke hoeveelheden. Meer informatie hierover kan volgens het onderzoeksinstituut helpen bij het nemen van de juiste maatregelen om de stofuitstoot terug te dringen. Tata Steel investeert hier de komende jaren enkele honderden miljoenen euro’s in.

Het RIVM doet al langere tijd onderzoek naar de leefomgeving van de staalfabriek. Omwonenden maken zich sinds jaren grote zorgen over wat er precies uit de fabriek komt en welke gevolgen dat heeft voor de gezondheid. De scherpe resultaten van verschillende RIVM-rapporten hebben ertoe geleid dat het bestaansrecht van de fabriek onder druk staat: in september vroeg gedeputeerde Jeroen Olthof (gezondheid en milieu, PvdA), zich hardop af of er nog plaats was voor de staalindustrie in de regio.

Lees ook: Kan Tata Steel staal maken zonder stof of stank?

Bijvangst

De conclusie van vrijdag over de uiteenlopende uitstootcijfers is eigenlijk „bijvangst”, zoals het RIVM het zelf noemt: het rapport moest vooral aangeven wat precies de bronnen zijn van de hoge concentraties fijn stof en grof stof in de regio rondom de fabriek.

Het RIVM concludeert, niet heel verrassend, dat Tata Steel hier in belangrijke mate verantwoordelijk voor is. Veel van het fijn stof en grof stof met PAK’s en zware metalen is afkomstig van de fabriek. Volgens het RIVM is het lastig om precies inzichtelijk te maken welke delen van de productieprocessen van Tata Steel voor de uitstoot verantwoordelijk zijn. De staalfabriek (ruim 9.000 medewerkers) bestaat uit uit een zeventiental deelfabrieken.

In een eerste schriftelijke reactie laat de provincie Noord-Holland vrijdagochtend weten het rapport te zien als een bevestiging van de „noodzaak om de emissies van het terrein zo snel en zo veel mogelijk” omlaag te krijgen. Ze benadrukt ook dat het verschil in gemeten waardes niet betekent dat Tata Steel niet aan de wet voldoet. Verder wil de provincie kijken of ze sommige bronnen van stof beter kan gaan meten. Tegelijkertijd waarschuwt ze dat dit bij wegwaaiend stof erg „complex” kan zijn.

Afgelopen september kondigde Tata Steel aan het productieproces de komende jaren volledig om te gooien. Het wil staal gaan maken op basis van waterstof, na een overgangsperiode op gas. Daarbij zal in de omgeving veel minder stof neerslaan, is de bedoeling. Tegelijkertijd daalt in dat geval de CO2-uitstoot van de fabriek. Op dit moment is Tata Steel de grootste CO2-uitstoter van Nederland, verantwoordelijk voor 7 procent van het nationale totaal.