De promovendus mocht haar proefschrift gaan verdedigen, maar tot ieders verbijstering zakte ze

Promotie Juriste Nathalie Swinkels zakte, ondanks goedkeuring van de promotiecommissie. Pas na tweede verdediging slaagde ze alsnog.

Op de Tilburg University is ophef ontstaan nadat een promovenda ondanks goedkeuring van haar proefschrift niet haar bul kreeg.
Op de Tilburg University is ophef ontstaan nadat een promovenda ondanks goedkeuring van haar proefschrift niet haar bul kreeg. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP Xtra

Het was genoegdoening maar met een bittere nasmaak. „Ik hoop dat niemand dit ooit nog hoeft mee te maken”, zei juriste Nathalie Swinkels na afloop van haar promotie, afgelopen vrijdag in Tilburg. In het zaaltje waar zij haar bul kreeg, hing opluchting maar ook woede.

Swinkels (40), die als buitenpromovendus acht jaar aan haar onderzoek werkte, slaagde pas na een zeer uitzonderlijke tweede openbare verdediging. Tot haar verbijstering – en die van haar promotoren - werd de bul haar begin november na haar eerste verdediging op de valreep onthouden. Alsnog gezakt.

Hoe kon dat? Haar proefschrift, een 670 pagina’s tellend onderzoek naar de toepassing van het Kinderontvoeringsverdrag in Nederland en de VS, was goedgekeurd door de voltallige promotiecommissie van experts die het manuscript lezen en beoordelen. In Nederland betekent dat in de praktijk: geslaagd. De openbare verdediging maakt deel uit van de promotie, maar heeft al decennia een vooral ceremonieel karakter. Het verweer kan tegenvallen of zelfs slecht zijn, maar dat daarna de bul niet wordt uitgereikt, is uniek.

De turbulentie in Tilburg trilt dan ook na. In het lokale universiteitsblad Univers wraakte oud-hoogleraar privaatrecht Jan Vranken de gevolgde procedure. Jurist Fred Hammerstein, ex-president van het Hof in Arnhem, trok op een blog van leer over de „ontspoorde” promotie aan zijn alma mater. Hij schaamde zich voor het „onrecht” dat de promovenda was aangedaan.

Intussen maakt het Promovendi Netwerk Nederland, een landelijke belangenorganisatie, zich „grote zorgen” over de precedentwerking. Kun je jaren werk verknallen door een slechte „momentopname”?

In een reactie liet Tilburg University weten dat „naar eer en geweten” was gehandeld. De verdediging is „onderdeel van het proces van toekenning van de graad doctor” en kan daar nog op afketsen. Dat strookt met het wettelijk kader. Alles is daarna in het werk gesteld om de promotie alsnog succesvol af te ronden, aldus de universiteit.

Maar wat was er nu gebeurd?

Onheilspellend lang wachten

Het proefschrift was unaniem goedgekeurd door de promotiecommissie, na een tweede ronde om kritiek en aanpassingen te verwerken. Het boek was al gedrukt. De promovenda werd verzocht een fotograaf en een receptie te regelen. Maar na de verdediging moest ze onheilspellend lang wachten op de uitkomst van de beraadslaging. Na bijna een uur meldde de decaan van de rechtenfaculteit, die de plechtigheid voorzat, dat er „goed nieuws en slecht nieuws” was. Het ‘goede nieuws’ was de herkansing. De rest van de dag was een drama.

Twee leden van de commissie hadden in de beraadslaging alsnog tegen gestemd. Eén stemde voor, een vierde was verhinderd, de vijfde had een adviserende stem. Een huisjurist van de universiteit werd opgeroepen om na te gaan of afwijzen formeel nog kon. De rector, verantwoordelijk voor promoties, werd geconsulteerd. Hij steunde de beslissing, maar met toezegging van een herkansing.

Sympathisanten van de promovenda spreken van een onterechte ingreep, waarin het reglement niet voorziet en die niet nader werd toegelicht. In een protestbrief noemen de promotoren de procedure „niet integer”. Zij wijzen naar de Vlaamse decaan, die hoorbaar over de verdediging had geklaagd en volgens hen de deur opende naar afwijzing. De decaan is geen lid van de commissie, maar heeft de taak de ceremonie te begeleiden.

In hun brief spreken de promotoren het vermoeden uit dat de decaan van de ceremoniële verdediging een heus examen wil maken. Swinkels zelf zegt: „Mij werd na afloop gezegd dat ik zou dienen als voorbeeld om het reglement aan te scherpen.”

‘Zorgvuldig en zorgzaam’

De universiteit weerspreekt die kritiek. Het ‘voorbeeld’ zou louter slaan op de wens herhaling van het drama te voorkomen. Decaan Geert Vervaeke ontkent uit te zijn op een „cultuuromslag” en onderstreept het zeer „uitzonderlijke” karakter van de zaak.

De decaan verdedigt de gang van zaken in november. Hij was „,aangeslagen” door de moeizame verdediging, laat hij weten, „voelde dat ook aan bij de commissieleden” en heeft dat gevoel „benoemd en bevraagd binnen de commissie”. Toen die negatief oordeelde, heeft hij een „passende oplossing” gezocht, binnen zijn opdracht. Het reglement is „zorgvuldig en zorgzaam gevolgd”.

Dat bestrijden de promotoren. Swinkels’ copromotor Anna Meijknecht wijst erop dat „de kwaliteit van de verdediging” daarin alleen expliciet meeweegt bij het toekennen van een cum laude. Bovendien, al is het formeel toegestaan en gebeurde het in het verleden vaker, zegt oud-hoogleraar Vranken, „je kunt zo’n oude praktijk niet zomaar zonder enige aankondiging laten herleven”.

Swinkels stemde in met een herkansing. De decaan werd bij die gelegenheid vervangen door een andere voorzitter, de samenstelling van de commissie bleef ongewijzigd.

Dit keer slaagde de verdediging. Maar hoe beroerd was de vorige eigenlijk? Swinkels, nuchter: „Ik ben geen Cicero, maar zo slecht was het ook weer niet.” Zenuwen en een haperende online verbinding plaagden de promovenda, die kampt met een zwakke gezondheid. Voor de herkansing kreeg zij van de universiteit een coach toegewezen om zich voor te bereiden. De vragen van opponenten kreeg ze bij de reprise mondeling én op schrift. Ook dat hielp.

Aan haar principiële bezwaren doet dat niet af. De juriste benadrukt dat ze niet de universiteit wil afvallen, maar wil voorkomen dat „een ander dit nog hoeft mee te maken”. Bijvoorbeeld door het ceremoniële karakter van de verdediging beter vast te leggen.

De Tilburgse rector Wim van de Donk staat achter de eerdere verklaring van de universiteit. Hij betreurt de aanvankelijk „teleurstellende uitkomst”, maar „het reglement werd naar eer en geweten gevolgd in een onverwachte situatie.” Ook de universiteit zegt herhaling te willen voorkomen. Rector en decaan delen de vrees voor precedentwerking niet, door het zeldzame karakter van de gebeurtenis. De universiteit gaat de zaak intern evalueren. Aanpassing van het reglement is daarbij volgens de rector „onderwerp van gesprek en nader juridisch onderzoek”.