Opinie

Opeens gaat het debat in de Kamer wél te ver

Politiek Nu Wilders twee parlementariërs hekelt, is voor de Kamerleden wel de ondergrens bereikt. Dat is rijkelijk laat, constateert .
Kamervoorzitter Vera Bergkamp en Geert Wilders bij het debat over de regeringsverklaring.
Kamervoorzitter Vera Bergkamp en Geert Wilders bij het debat over de regeringsverklaring. Foto David van Dam

Op zich was het een onopmerkelijk debat voor de geoefende toeschouwer. Geert Wilders tierde zoals hij al jaren onbehouwen tiert, comfortabel vanaf het pluche: „We importeren Afrikaanse en Arabische roedels”, klonk het vertrouwd. De buitenlanders die Nederland „kapotmaken”, kwamen ook weer voorbij. Maar dit keer ging hij een stap verder en richtte hij zijn pijlen niet alleen op weerloze burgers zonder stem in de Tweede Kamer, maar ook op zijn directe collega’s, „islamitische radicalen en terroristen”, Kauthar Bouchallikht (GroenLinks) en Fonda Sahla (D66). Voor het gemak sleepte hij de zus van Sahla, die niet in de Kamer zit, er ook weer met de haren bij.

Het duurde even, zo’n vijftien jaar, maar deze opmerkingen waren dan toch echt de druppel die de racistische emmer deed overlopen in de Kamer. Jesse Klaver (GroenLinks) besloot eindelijk de Grondwet maar eens af te stoffen, dat iedereen in Nederland gelijk is, ongeacht geloof, hoofddoek of afkomst. Dat Wilders ook de media aanviel en hen „lakeien van de macht” noemde, ging Klaver te ver. „Hier worden wederom media verdacht gemaakt”, zei hij met bijna overslaande stem. „Journalisten die niet normaal meer hun werk kunnen doen.”

Er was volgens Klaver, en zijn collega-fractievoorzitters, een ondergrens bereikt. Boosdoener was Kamervoorzitter Bergkamp die niet ingreep. Het was een adembenemend schouwspel, en niet alleen omdat Vera Bergkamp zelf even naar adem leek te happen na Klavers kritiek. Er zat al weinig leven in haar voorzitterschap, maar nu leek het of haar harde schijf haperde. ‘Computer says no.’

En Bergkamp zei ook nee. Volgens haar was dit een gewoon debat en kon Klaver op Wilders reageren. En eerlijk: dit was ook een ‘gewoon debat’. Dit is wat grote groepen in de samenleving al jaren over zichzelf horen in de Kamer. Dit is het debat waar politici aan meewerkten, steeds verder opschuivend richting de morele afgrond.

Lux et Libertas Lees ook dit commentaar: Aan de nieuwe bestuurscultuur moet nog worden gewerkt

Onschuldige burgers

Klaver noemde de journalisten die hun werk niet meer kunnen doen door de verdachtmakingen van Wilders. Wat te denken van jongeren die geen stage en volwassenen die geen baan kunnen vinden, omdat Wilders hen hyena’s noemt die „dochters verkrachten”. Onschuldige burgers die worden weggezet als gevaar vanwege hun geloof of afkomst.

Al heel lang beweert Wilders dat „als we het tij nu niet keren, we straks een vreemde in eigen stad, in eigen land worden. Dan wacht ons een onheilspellend lot. Dan wordt Nederland, net als die achterlijke islamitische zandbaklanden, de hel op aarde”.

Hij noemde de Koran de „islamitische Mein Kampf” en werd geprezen om zijn retorische talent, hij beweerde dat de islam mensen oproept ‘terrorist te zijn’ en het OM vond dat geen aanzet tot haat, omdat er een verschil zou zijn tussen de islam en moslims. Een volstrekt kunstmatig en onhoudbaar onderscheid, want de abstractie van het geloof komt tot leven door de mensen, moslims. Hij kon, kortom, vrijelijk zijn gang gaan.

Lang wachtten mensen in de samenleving op een effectief tegengeluid, en toen dat niet kwam, haalden ze gewoon hun schouders op over de rabiate provocaties. Sommige politici deden onbeholpen pogingen en journalisten hobbelden kwispelend achter hem aan in de hoop op een quootje. Wilders bespeelde ze als een onbereikbare minnaar die hen aantrekt en wegduwt en op zijn voorwaarde te woord stond. Het kritiekloze interview van Eva Jinek over zijn poezen was een absoluut dieptepunt. Net als de keren dat hij tot ‘politicus van het jaar’ werd uitgeroepen.

Dat is wat mensen in het land zagen: een politicus die hen ontmenselijkte, hen in hun waardigheid en veiligheid aantastte, die zijn gevolg beloofde minder Marokkanen te regelen en Nederland te de-ïslamiseren, werd door politiek en media omarmd als een normale collega met debatwaardige ideeën. Hij heeft wel een punt, klonk het regelmatig. Premier Rutte was het privé „met hem eens”.

Maar nu hij niet slechts de onbekende massa besmeurde, maar twee directe collega’s, twee vrouwen met een naam en gezicht, met wie de Kamerleden samenwerken, optrekken, misschien zelfs plezier hebben, kwam Wilders’ gif opeens akelig dichtbij en daalde het bij de Kamer in dat ‘woorden ertoe doen’ en dat er zoiets als een Grondwet is.

Hopeloos late druppel

Dezelfde dynamiek zagen we niet zo lang geleden toen FVD met tribunalen voor de Kamerleden dreigde, dat was ook zo’n hopeloos late druppel. Te vaak zien mensen gevaar pas als het henzelf dreigt te raken. Afgelopen december nog sprak Markuszower van de PVV over de „influx van migranten” die gelijk zou staan aan „demografische suïcide”. Stephan van Baerle van Denk noemde de PVV hierop een „pseudo-fascistische sekte” en kreeg een reprimande van Bergkamp.

Niemand van de Kamerleden die naar voren snelde om haar op de Grondwet te wijzen, op het feit dat woorden ertoe doen.

Tot nu. Opeens hebben ze besloten dat de spelregels zijn veranderd, dat de verharding waar ze aan bij hebben gedragen te ver is gegaan. Ze waren alleen vergeten de memo met Bergkamp te delen.

Rijkelijk laat allemaal, maar we doen het met de kruimels die we krijgen.