Kabinet-Rutte IV begint in sfeer van ongeduld en heel veel ongemak

Nieuw kabinet In de eerste echte week van het nieuwe kabinet ging het vooral over de debatcultuur in het parlement. En wat wil Rutte IV nu echt?

Kamervoorzitter Vera Bergkamp en Gideon van Meijeren (FVD) tijdens een schorsing van het coronadebat donderdag in de Tweede Kamer.
Kamervoorzitter Vera Bergkamp en Gideon van Meijeren (FVD) tijdens een schorsing van het coronadebat donderdag in de Tweede Kamer. Foto ANP

Er was nieuw elan, en er was oud elan, deze week in de Tweede Kamer. Het oude kon je zien bij premier Mark Rutte. In november beloofde hij dat een kabinet met dezelfde partijen als in Rutte III toch héél anders zou worden. Er kwam ‘meer elan’. In het debat over de regeringsverklaring, op dinsdag en woensdag, bleek dat er over Rutte IV nog veel onduidelijk en onzeker is, maar dat Rutte zélf in elk geval zijn oude elan weer terug heeft.

Dat hij vorig voorjaar nog bijna in de politieke afgrond terecht was gekomen – niemand zag het nog aan hem. Hij was buigzaam als vanouds, nederig omdat hij zich geen andere houding kon veroorloven – het kabinet heeft steun van de oppositie nodig in de Eerste Kamer – en van de eerste tot de laatste seconde van het debat opgewekt en vrolijk.

Lees ook: Rutte is weer helemaal de oude, ziet de Tweede Kamer

Het nieuwe elan had te maken met de Tweede Kamer zelf: daar weigerden de meeste fractievoorzitters nog langer lijdzaam toe te zien hoe PVV en FVD uithalen naar andere politici, moslims, journalisten. Ze eisten actie, en na drie dagen van geregeld onrustige debatten toonde Kamervoorzitter Vera Bergkamp die onverwacht ook: ze liet FVD’er Gideon van Meijeren niet uitpraten toen deze in een debat over corona erkende dat hij burgers oproept zich niet aan de wet te houden. Een ongekende stap: de vrijheid om alles te kunnen zeggen is bijna onaantastbaar in de Kamer, nu werd er zowaar opeens een grens getrokken.

‘Neem dat terug’

Dinsdag, op de eerste dag van het debat over de regeringsverklaring, durfde Bergkamp dat nog helemaal niet te doen bij Geert Wilders. Over de nieuwe minister van Justitie, Dilan Yesilgöz, had de PVV-leider getwitterd: „Een VVD’er van Turkse afkomst op Justitie. En nu maar hopen dat ze mijn beveiliging niet opheft want het liefste zien ze me natuurlijk onder het gras verdwijnen.” Neem dat terug, zei Jan Paternotte (D66). „In geen honderdduizend jaar”, zei Wilders.

Het was het begin van een lange tirade van Wilders tegen politici en burgers met een islamitische achtergrond en tegen „de lakei van de macht”: de pers. Jesse Klaver (GroenLinks) vroeg Bergkamp om in te grijpen. „In deze zaal kan niet alles gezegd worden. Racisme is niet normaal. Niet op straat en ook niet in de Tweede Kamer.”

Kopvoddentaks, nepparlement: Wilders schuwt harde woorden over moslims en de rechtsstaat al jaren niet. Hij noemde D66-leider Sigrid Kaag eerder ‘heks’ en ‘verrader’. „We zijn daar met z’n allen veel te soft in geweest”, zei Klaver. De bijval voor Klaver was groot. Misschien wel vooral omdat de bedreigingen tegen politici búíten de Kamer steeds zwaarder worden.

Volgens het reglement van orde mag de Kamervoorzitter optreden tegen beledigende uitdrukkingen, verstoring van de orde of oproepen tot onwettige handelingen – maar Bergkamp wil een neutrale voorzitter zijn. Dat heeft een grens, vinden nu veel Kamerleden, en die werd deze week bereikt. Bergkamp leek zich geen raad te weten met de ophef. Ze wees erop dat er een apart debat komt over de omgangsvormen in de Tweede Kamer. Konden ze het er dan niet verder over hebben?

‘Nou, nou, nou’, zei Vera Bergkamp tegen FVD’er Van Meijeren. ‘Smakeloos’

Aan het eind van het debat lag er een motie van Gert-Jan Segers (ChristenUnie), medeondertekend door tien andere partijen, om een „breed samengestelde commissie” onderzoek te laten doen naar het effect van „radicalisering en politieke polarisatie”. Alleen PVV en FVD stemden tegen.

Dat was woensdag. Een dag later, in een debat over corona, greep Bergkamp opeens dus wél in, toen Van Meijeren begon over burgerlijke ongehoorzaamheid. Vanuit het kabinetsvak had Rutte druk zitten gebaren tegen Bergkamp, dat het moest stóppen, en hij knikte toen ze zei: „Aanzetten tot het niet voldoen aan wetgeving is in strijd met ons Reglement van Orde. Dat staat in artikel 8, lid 16.” Even later greep ze wéér in. Van Meijeren zei dat Ernst Kuipers minister van Volksgezondheid was geworden „door te likken naar boven en te trappen naar beneden”. Bergkamp: „Nou, nou, nou, dit is ook weer smakeloos. Dit is op de man, op de persoon. Doe dat nou niet.”

Lees ook: de man die Kaag bedreigde met een brandende fakkel wil ‘sterven voor Nederland’

Zal ze dit volhouden? Zal zij er de volgende keer wél wat van zeggen als Wilders, zoals dinsdag, begint over „Afrikaanse en Arabische roedels” die „de gewone Nederlander als prooi opjagen”? Veel Kamerleden hopen het, en tegelijk is er ongemak: partijen als PVV en FVD leven van ophef en lijken niets liever te willen, denken ze bij andere partijen, dan dat hun de mond wordt gesnoerd.

Boks van de premier

De onrust over Bergkamp en Wilders leidde de aandacht af van Rutte IV. Dat kabinet zal de komende tijd op zoek moeten naar steun van de oppositie, om ook in de Eerste Kamer de plannen erdoor te kunnen krijgen – in de senaat hebben VVD, D66, CDA en ChristenUnie géén meerderheid. En dus wilde de oppositie nu alvast weten wat de bedoeling was van de miljarden extra die het kabinet heeft voor het klimaat, hoe de jeugdzorg nog kan functioneren als de bezuiniging daar wordt doorgezet, of de verpleeghuiszorg. Waar de gepensioneerden dan wél op konden rekenen als de AOW echt niet mag meestijgen met het hogere minimumloon?

Rutte kon het nog niet zeggen, ook niet na een formatie van bijna een jaar. De Kamer, zei hij, kreeg het de komende maanden allemaal nog te horen. Aan het eind liep hij niet via het kabinetsvak de zaal uit, maar langs de Kamerleden. Lachend, complimentjes uitdelend. En wie dat wilde, kreeg een boks van hem.