‘Ik speel niet graag de eerste viool’

Spitsuur Vioolbouwer Marietta Schwarz woont alleen, en heeft haar werkplaats aan huis. Soms is het druk, soms minder, maar om vijf uur is het werk wel gedaan. Daarna is er tijd voor tv, knutselen of een brief aan de familie.

Marietta: „Het meeste repareer en verhuur ik dingen. In principe wil ik een keer per jaar een instrument bouwen, en dat lukt niet eens. Een viool bouwen is een maand werk, een cello drie maanden.” Foto David Galjaard
Marietta: „Het meeste repareer en verhuur ik dingen. In principe wil ik een keer per jaar een instrument bouwen, en dat lukt niet eens. Een viool bouwen is een maand werk, een cello drie maanden.”

Foto David Galjaard

Marietta: „Ik ben vioolbouwer. Gek dat het zo heet, omdat ik ook cello’s en altviolen maak. En ik bouw sowieso weinig. Het meeste repareer en verhuur ik dingen. In principe wil ik een keer per jaar een instrument bouwen, en dat lukt niet eens. Een viool bouwen is een maand werk, een cello drie maanden. Dat is best lastig in te passen. Ik heb de laatste jaren veel voor mijn ouders gezorgd. Mijn vader is overleden, maar voor mijn moeder doe ik een soort mantelzorg. Dan is er voor zulke dingen geen ruimte. Ik heb wel tijd, maar geen energie.

„Ik sta meestal rond een uur of zeven op. Als ik dingen af moet hebben, kan het dat ik om zes uur al echt aan het werk ben. Als ik op een dag heel veel klanten heb, komt er soms niks van écht in de werkplaats aan het werk zijn.

Onaangekondigd

„Voor corona mocht iedereen tijdens openingsuren onaangekondigd langskomen. Nu doe ik dat niet meer. Toch staan er nog best vaak onverwachts mensen op de stoep, hoor. Het eerste wat ik doe in de ochtend is koffiedrinken. En ik wandel vaak even. Ontbijten gaat meestal achter mijn computer, terwijl ik mailtjes beantwoord.

„Mijn werkplaats is hier, waar ik woon. Dat maakt het makkelijk even tussendoor de was op te hangen, te poetsen. Soms komen er acht mensen op een dag, soms maar één. De een komt gerepareerde strijkstokken ophalen, de volgende komt een cello proberen. Het is heel breed. Ik heb een tennisarm en een frozen shoulder gehad, waardoor ik moet uitkijken dat ik niet te lang dezelfde dingen doe. Dus nu wissel ik veel af.

„Om een uur of vijf ben ik wel klaar. Als ik dingen niet meer afkrijg, sta ik liever vroeg op. Ik kijk ’s avonds televisie, brei of zit achter mijn weefgetouw. En ik schrijf brieven naar familie of naar de kinderen. Dat deed ik een tijd wat minder, maar met corona begon ik weer omdat ik iedereen een stuk minder zag.”

Opvulstem

Marietta: „Ik knutsel al vanaf dat ik heel klein ben. Ik heb nog film waarop ik aan het zagen en boren ben. Als ik niet kan knutselen, ben ik ongelukkig. Het zit er diep in. Als kind ging ik vioolspelen. Toen er een keer iets kapotging en we bij een vioolbouwer kwamen, dacht ik... oooh!

„Ik speel zelf viool. En altviool in een orkest, die heeft dat hele hoge niet, dat vind ik mooi. Het is een soort opvulstem. Je hoor het niet heel duidelijk, maar het hoort erbij.

„Die plek in een orkest past heel goed bij mij. Ik speel niet graag de eerste viool. Dat is natuurlijk een uitdrukking, maar het is soms ook echt een karakter van mensen. Sommigen staan graag wat meer op de voorgrond, ik denk dat ik dat niet heb.

„Toen ik zestien was, wist ik dat ik de opleiding tot vioolbouwer wilde doen. In Nederland bestaat die niet. Uiteindelijk heb ik in Zwitserland toelatingsexamen gedaan en ben ik aangenomen. Mijn vader was Zwitser, dus dat voelde minder ver weg. Ik heb daar vier jaar gewoond, daarna nog drie jaar in Frankrijk. Ik was intussen getrouwd met iemand die ik kende van de opleiding en hij kreeg in Frankrijk een baan als vioolbouwer. Daar zijn mijn kinderen geboren.

„Ik werkte mee in zijn werkplaats, niet voor loon, maar voor de lol. Nadat ik was gescheiden, ben ik hier in Nederland voor mezelf begonnen, in ’98 of zo.

„Het was best gek, je begint bij nul. Zo’n scheiding is sowieso al ingewikkeld. En heel veel mensen wisten niet dat ik vioolbouwer was, want ik zorgde vooral voor de kleine kinderen. Ik kwam laatst de administratie van het eerste jaar tegen en ik verkocht soms maar één snaar in de week. Met behulp van mijn ouders en heel creatief omgaan met het weinige dat je hebt, is het wel gelukt. En nu heb ik best wel veel klanten. Het staat hier zó vol dat mijn kinderen weleens zeggen: passen wij er nog bij als we thuiskomen?

„Mijn zonen van 29 en 31 jaar zijn allang het huis uit. Ik woon alleen en het is zoals het is. Soms is het wel een beetje saai omdat je niemand hebt om tegenaan te praten – zeker nu. Mijn ene zoon is musicus, de ander kunstschilder en bioloog. Maar hij speelt ook in groepjes en ik ga vaak luisteren.”

Kennissenkring

Marietta: „Ik heb best wel een grote kennissenkring. In Nederland ken ik veel mensen via de muziek, en ik heb veel contact met de buren. En ik heb wat vrienden in Zwitserland en Frankrijk overgehouden.

„In principe ging ik altijd drie keer per jaar naar Zwitserland. Ik zit daar in een groep van vioolbouwers, van oorsprong een soort gilde. Vanuit Arnhem met de trein naar Zwitserland reizen is goed te doen.

„Ik neem niet veel vrij. Maar het is wel zo dat ik veel vrijheid heb. Als ik echt een dag totáál geen zin heb, dan hoef ik niet per se iets.

„Ik ben tevreden over de indeling van mijn leven, maar soms is het heel druk. Dat mantelzorgen erbij vind ik echt lastig. Met de tijd ontdek je waar je grens zit, ook naar klanten toe.

„Ik heb geleerd me niet de hele tijd aan te passen. Ik kan mij heel goed voegen naar andere mensen, maar dat betekent wel ik vaak aan mezelf voorbijga. Het leuke is dat ik het bij mijn kinderen wél heel goed kan. Bij hen ben ik echt wie ik ben.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl