Opinie

Ihattaren naar Ajax?

Frits Abrahams

Een van de aardigste kanten van het kijken naar topsport: volgen hoe jonge talenten zich ontwikkelen. Worden ze zo goed als je na hun veelbelovende debuut had verwacht? Kan een ogenschijnlijk middelmatige speler zich opwerken tot een topper? En wie heeft er uiteindelijk gelijk gekregen? De waanwijze supporter of de eigenwijze coach?

In de Nederlandse tennissport zien we nu de opmerkelijke opmars van twee mannen die te oud leken om nog de top te halen: Botic van de Zandschulp (26) en Tallon Griekspoor (25). Ze naderen de top-vijftig van de wereldranglijst, een positie die enkele jaren geleden voor hen ondenkbaar was. Waarom heeft het zo lang geduurd voor ze zover waren? Voer voor de sportjournalistiek.

Ook een intrigerend ‘geval’, om andere redenen, is Mohamed Ihattaren, die als 16-jarige bij PSV indrukwekkend debuteerde en beschouwd werd – ook door mij – als het grootste talent op de Nederlandse voetbalvelden. Een aanvaller met een gouden linkerbeen waarmee hij over grote afstand passes kan geven en schoten lossen die de liefhebber zich nog in zijn graf zal herinneren. Jawel, zo werkt dat! Als ik mijn ogen sluit, zie ik weer hoe Faas Wilkes ruim zestig jaar geleden in een Venloos voetbalstadionnetje langs zijn tegenstanders danste op een manier die ik pas bij Johan Cruijff terug zou zien.

Er ontstond een Ihattaren-rage. Nederland en Marokko vochten om hem, bondscoach Ronald Koeman won het – hij zocht Ihattaren op en beloofde hem op termijn een plaats in het Nederlands elftal. Wij blij. Maar niet lang. Het begon ermee dat ik een vervelend trekje bij hem zag: hij kafferde voor het oog van het publiek een medespeler van PSV uit, die een foutje had gemaakt. Ihattaren begon zich te voelen.

Het werd algauw van kwaad tot erger, vooral nadat zijn vader was gestorven. Hij werd dikker en luier, PSV-trainer Roger Schmidt pikte het niet langer en zette hem buiten. Ihattaren (nu 19) liet zich lijmen door een geldbeluste zaakwaarnemer die hem naar Italië bracht (Sampdoria, via Juventus) waar hij niet aan spelen toekwam. Hij zat er eenzaam op hotelkamers en in taxi’s, niemand keek naar hem om, de trainer wist niet eens dat hij een ‘linkerbeen’ had.

Nu is hij weer terug in Nederland waar FC Utrecht en zelfs Ajax belangstelling voor hem zouden hebben. Eerst zal hij zich nog van een kilootje of tien aan vadsigheid moeten ontdoen. Komt hij nog terug aan de top?

Bij Ajax eerder dan bij FC Utrecht. Ihattaren heeft spelers naast zich nodig voor wie hij ontzag heeft. Hij moet zich leren handhaven in het keiharde, grillige voetbalwereldje. Dat is zwaar. Vraag het Davy Pröpper, een begaafde voetballer die op 30-jarige leeftijd stopte omdat hij genoeg had van de ‘voetbalcultuur’. Ik hoop dat hij zich nog eens laat verleiden tot een groot interview hierover.

Zie ook Steven Bergwijn, door PSV verkocht aan Tottenham Hotspur, waar hij door twee trainers werd verguisd. Deze week vlamde hij bij een late invalbeurt met twee beslissende prachtdoelpunten; in het Nederlands elftal schitterde hij tegen Noorwegen op een vergelijkbare manier. Prompt verklaarde de trainer van ‘de Spurs’ dat hij hem toch liever wilde houden. Dat zou betekenen dat Ajax, dat hem graag had gekocht, ernaast grijpt.

Eén voordeel: Ajax krijgt dan nog meer zin in Ihattaren.