Illustratie Kazuma

Hoe de Angolese partner er met de meervalkwekerij vandoor ging

Ontwikkelingssamenwerking Een Zuid-Afrikaanse advocaat zette met tonnen Nederlandse subsidie een meervallenkwekerij op in Angola. Maar al gauw bleek zijn lokale zakenpartner andere plannen te hebben. De advocaat moest toezien hoe hij zijn bedrijf stap voor stap kwijtraakte. Toen hij de Nederlandse overheid om hulp vroeg, gaf die niet thuis.

‘Deze Kerst staat er gerookte meerval bij jou op tafel. Plaats je bestelling via Whatsapp!” Naast de uitbundige Portugese tekst op de Whatsapp-afbeelding staat een schaal gerookte vis, aangeprezen voor 5.500 Angolese kwanza per kilo – ongeveer 8,60 euro. Wat Chris Wadman het meeste steekt, is het bedrijfslogo van de verkopende visboer: twee visjes, naast de tekst „Frutos da Lagoa”. Eigenlijk had daar Quinta Bagre moeten staan, de bedrijfsnaam van de viskwekerij die hij in Angola opzette.

Wadman, die de Zuid-Afrikaanse en Britse nationaliteit heeft, stak in tien jaar tijd omgerekend ruim 400.000 euro eigen geld in die kwekerij. Machteloos moest hij toezien hoe een lokale zakenpartner het bedrijf stap voor stap van hem afpakte en het onder de nieuwe bedrijfsnaam voortzette.

Om dit project op te zetten, maakte Wadman gebruik van Nederlandse ontwikkelingssubsidie, die zijn compagnon verkreeg via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Toen het in Angola misging, vroeg hij dit agentschap van Economische Zaken om hulp. Die bleef uit. Wel kreeg hij te horen dat hij mogelijk de volledige subsidie moet terugbetalen.

Deze Kerst staat er gerookte meerval bij jou op tafel. Plaats je bestelling via Whatsapp!

Wadman (48) droeg daarop zijn administratie aan NRC over – naar eigen zeggen uit frustratie en rechtvaardigheidsgevoel. „Het geld dat ik heb geïnvesteerd, ga ik niet meer terugkrijgen”, zegt hij via een Teams-verbinding vanuit Londen. Wel wil hij zijn ervaringen kwijt met een subsidiegever die in zijn ogen weinig interesse toont in fraudesignalen en evenmin moeite wil doen verkeerd besteed ontwikkelingsgeld terug te halen. „Ik vind het belangrijk dat dit verhaal verteld wordt. De Nederlandse staat financiert zo de politieke elite in Angola – en toont zich apathisch als ze erop gewezen wordt.”

De subsidie

Als bedrijfsadvocaat werkt Wadman sinds 1997 aan fusies en overnames in verschillende zuidelijk gelegen Afrikaanse landen. Na jaren in de advocatuur wil hij in 2010 een filantropisch project beginnen in Angola. Het Zuidwest-Afrikaanse land heeft grote oliereserves, maar er heerst armoede. Wadman wil er meerval gaan produceren, een relatief makkelijk te kweken zoetwatervis. Het bedrijf moet uiteindelijk winstgevend worden, maar eerst en vooral zorgen voor lokale werkgelegenheid en scholing.

Wadman komt via een zakenrelatie in de hoofdstad Luanda in contact met Mario Mendes, telg uit een invloedrijke Angolese familie in de staat Bengo. Mendes staat bekend als een jong zakelijk talent. Hij heeft een diploma van Stanford University in Californië en een breed zakelijk netwerk. Contacten daaruit deelt hij met Wadman. Mendes’ vader bezit grond en vastgoed, waaronder een geschikt stuk land in Caxito, een provinciestad op zestig kilometer van Luanda. Mendes krijgt het vertrouwen van Wadman en wordt de lokale partner.

Om te weten te komen hoe je een succesvolle viskwekerij opzet, benadert Wadman een consultant in aquacultuur: de Zuid-Afrikaan Leslie Ter Morshuizen. De landgenoten vormen samen een bedrijf om een joint venture aan te gaan met Mario Mendes – zodat ze op diens familiegrond de viskwekerij kunnen bouwen. Wadman levert startkapitaal, en gaat met Ter Morshuizen op zoek naar aanvullende subsidie.

Illustratie Kazuma

Een consultant in Amsterdam wijst hen op de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), dat net een Private Sector Investeringsprogramma (PSI) is begonnen voor armoedebestrijding in ontwikkelingslanden. Voor die subsidies komen ook niet-Nederlandse ondernemers in aanmerking. Het programma ademt de geest van Rutte II, het kabinet dat in 2012 aantreedt. Meer nadruk op ondernemerschap, minder op ‘traditionele’ ontwikkelingshulp waarbij geld wordt overgemaakt naar buitenlandse hulporganisaties. Bedrijven die PSI-subsidie ontvangen, moeten voor lokale werkgelegenheid en economische activiteit zorgen, met aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en mensenrechten. Wordt een project niet goed afgerond, dan kan de RVO subsidie (deels) terugvorderen bij de aanvrager.

Wadman en Ter Morshuizen voldoen aan alle voorwaarden en krijgen 358.500 euro toegekend. Dat is genoeg om de helft van de projectkosten te dekken. De naam van Ter Morshuizen komt op het aanvraagformulier, maar de twee spreken af de verantwoordelijkheid te delen en maken Wadman tot degene die de dagelijkse leiding heeft over het project in Angola. Het geld wordt gedurende drie jaar aan het bedrijf van Wadman overgemaakt, elk kwartaal een tranche. De laatste 10 procent komt zodra de RVO het project als ‘geslaagd’ bestempelt.

Wadman is tevreden: niet alleen het geld zelf is van belang, voor hem telt ook de subsidieverstrekker. „Na twintig jaar zakendoen in Afrikaanse landen weet ik hoe corrupt het op sommige plekken is. We hoopten dat we minder risico liepen met Nederland als partner, en rekenden op steun uit Nederland als het toch mis zou gaan. Zonder zo’n soevereine investeringspartner waren we hier nooit aan begonnen.”

Invloedrijke mensen

De eerste kweekvijver van Quinta Bagre wordt aangelegd in 2016. Aanvankelijk draait de meervalkwekerij voorspoedig. De faciliteiten worden goed onderhouden en de visverkoop komt gestaag op gang. Wel ontstaat achter de schermen frictie tussen de lokale zakenpartner en de buitenlandse investeerders. Mario Mendes, die de bankrekeningen met de bedrijfswinsten beheert, is schimmig over de financiën. Dat ergert Wadman: „Als partners hadden we zwart op wit dat we ongeveer evenveel zouden inleggen. Maar telkens als we in de eerste jaren de viskwekerij bezochten, zagen we dat Mendes amper iets bijdroeg of geen verantwoording aflegde.”

Na lang aandringen stuurt Mendes begin 2019 een kostenoverzicht. Volgens Wadman klopt de boekhouding van geen kant. „Er ontbraken bonnen, er waren uitgaven ingeboekt die pas jaren later zijn gedaan – een poging om te profiteren van een betere dollarkoers. Daarbij had hij andere merkwaardige kostenposten opgegeven, waaronder 16.000 dollar voor aanschaf van een Mitsubishi-terreinwagen die nooit is geleverd.”

Tussen 2012 en 2020 bezoekt Wadman Angola 24 keer en brengt er zo ruim tachtig dagen door. De meeste tijd houdt hij toezicht op de aanleg van de viskwekerij. Mendes zich ook af en toe laat zien. „Een uurtje, soms twee.”

Op 12 september 2019 krijgt Wadman een e-mail van hem. Mendes schrijft dat de grond onder de viskwekerij zou zijn verkocht aan „invloedrijke mensen”. Hij beweert 1,8 miljoen dollar te hebben betaald om het land „vrij te houden van problemen”, en eist dat Wadman bijlegt. De mail slaat bij Wadman in als een bom: „Dit is afpersing.”

Wadman schakelt een Angolese advocaat in om onderzoek te doen. Wie zijn deze „invloedrijke mensen?” Bij het lokale registratiekantoor in Caxito blijkt dat de grond van een bedrijf is dat Frutos da Lagoa heet. En dat bedrijf staat op naam van Mario Mendes en zijn broer Alberto, een vooraanstaand zakenman en politicus van regeringspartij MPLA.

De grond onder de viskwekerij zou aan ‘invloedrijke mensen’ zijn verkocht

Mendes blijft vaag over wie het land precies bezit, maar zegt nu in plaats van 1,8 miljoen dollar 500.000 dollar te hebben betaald als ‘beschermingsgeld’. En hij wil nog steeds dat Wadman bijspringt. Volgens Wadman is duidelijk wat Mendes wil: „Mijn deel van het bedrijf overnemen door intimidatie en dwang.”

De twee Zuid-Afrikanen willen inmiddels het liefst uit het project stappen. Wat hen belemmert is de subsidie van de RVO. Ter Morshuizen en Wadman houden hun conflict met Mendes uit de periodieke verslagen, uit angst dat de RVO hun project als ‘gefaald’ bestempelt. Als dit gebeurt, riskeren ze immers de al geïnvesteerde subsidie van ruim 322.000 euro te moeten terugbetalen. Mendes, die in de subsidie-aanvraag enkel genoemd wordt als lokale partner, loopt geen financieel risico bij een mislukking.

Kan de Nederlandse connectie misschien van nut zijn? Wadman besluit het erop te wagen en neemt contact op met de Nederlandse ambassade in Luanda. Voor Nederland is de viskwekerij van belang. Het is op dat moment een van de zeldzame successen in Angola met Nederlands ontwikkelingsgeld. In Angola lopen dan drie PSI-projecten, en Quinta Bagre is de enige goed draaiende onderneming.

De Nederlandse ambassade onderneemt een verzoeningspoging, maar die draait uit op een mislukking. Per mail krijgt Wadman daarop te horen dat de ambassade niet verder betrokken wenst te worden bij de zakelijke ruzie, die als privékwestie wordt beschouwd. Dat er Nederlands ontwikkelingsgeld in zit, maakt daarbij geen verschil. Ook blijkt angst voor een slechte pers: „Wat wij als Nederland zijnde niet willen, is dat er negatieve publiciteit of schade aan het project ontstaat – wat zijn weerslag zou hebben op de Nederlandse betrokkenheid”, staat in de mail.

Het advies is er via bemiddeling of desnoods met een gang naar de Angolese rechter uit te komen. Een kansloze missie, zo hoort Wadman van zijn advocaat. Als het al tot een zaak komt, zal een rechter Mendes waarschijnlijk nooit aanpakken. Hij behoort immers tot een politiek invloedrijke familie.

Wadman is teleurgesteld. „We namen aan dat de ambassade politiek kapitaal zou hebben om door Nederland gefinancierde projecten te beschermen. Dat is helaas niet waar gebleken.”

Intussen belanden de betrekkingen tussen Mendes en Wadman op een dieptepunt. Een aandeelhoudersvergadering loopt uit op schreeuwende ruzie, waarbij Mendes dreigende taal uitslaat. Wadman besluit uit vrees voor eigen veiligheid het land te verlaten.

Geen hulp

Het is januari 2020, vlak voor de wereldwijde coronacrisis uitbreekt. Ondanks Mendes’ bewering dat 500.000 dollar is betaald aan de „ invloedrijke mensen”, is de stroom bij Quinta Bagre afgesloten. Chris Wadman weet dat de meerval zonder beluchting niet kan overleven, en vreest dat het project op een mislukking afstevent. Ten einde raad besluiten hij en Ter Morshuizen de RVO op de hoogte te stellen van de situatie.

In een telefoongesprek met de RVO leggen ze uit waar ze in Angola tegenaan lopen, en waarom de viskwekerij stilligt. De reactie is gelijk aan die van de ambassade: wat de RVO betreft is de kwestie met Mendes een privé-aangelegenheid – PSI-subsidie of niet. Bovendien, zo krijgen de Zuid-Afrikanen te horen, moeten zij het project afmaken om te voorkomen dat zij de verstrekte subsidie moeten terugbetalen.

In februari 2021 laat de RVO weten dat de doelen van de Angolese viskwekerij zijn gehaald, en dat na een eindrapport de laatste 10 procent kan worden overgemaakt. Dat is een opluchting voor de Zuid-Afrikanen; ondanks de ruzie kunnen ze met dat laatste geld hun project afronden.

Vanuit Angola komen echter berichten over nieuwe activiteit rond de meervalkwekerij. In Angolese media verschijnen artikelen waarin Mario Mendes zich laat interviewen als eigenaar van de onderneming en er de gouverneur van de staat Bengo rondleidt. Ook op een website van de Verenigde Naties geeft Mendes een interview over het bedrijf – op de foto’s herkent Chris Wadman zijn eigen kweekvijvers.

Illustratie Kazuma

Uit onderzoek van Wadmans advocaat in Luanda blijkt dat het bedrijf niet langer Quinta Bagre heet, maar opereert onder de naam Frutos da Lagoa, de bedrijfsnaam van de gebroeders Mendes. De Zuid-Afrikanen zijn de facto de controle over hun investeringen kwijt; Mendes beheert de rekeningen, en vanwege de coronasituatie en uit vrees voor hun veiligheid kunnen ze niet naar Angola. Het subsidietraject met Nederland is dan nog niet afgerond.

In een laatste poging de Nederlandse staat tot actie te bewegen in het conflict met Mendes, besluit Wadman het Amsterdamse advocatenkantoor Prakken d’Oliveira in de arm te nemen. De hoofdvraag: heeft Nederland verantwoordelijkheid om in te grijpen?

Na een mailwisseling komt de advocaat van Buitenlandse Zaken met een voor Wadman nieuwe verklaring: omdat Ter Morshuizen en Wadman geen Nederlands bedrijf hebben en zelf geen Nederlanders zijn „ontvalt iedere legitimatie aan een eventuele Nederlandse interventie”.

Zijn advocaten adviseren Wadman de juridische strijd te staken. De dreiging dat het project als ‘mislukt’ wordt bestempeld blijft immers aanwezig – de ruzie is nog niet in de verslagen terechtgekomen. Kortom: blijven de twee Zuid-Afrikanen volharden, dan lopen zij het risico dat zij alsnog het subsidiebedrag moeten terugbetalen.

In het eindrapport geeft Ter Morshuizen in het voorjaar van 2021 voor het eerst formeel aan dat er een conflict is tussen de partners in Quinta Bagre. Hij adviseert de RVO de resterende 35.850 euro subsidie niet meer aan hen uit te keren. De viskwekerij is immers niet langer in hun handen, en ze kunnen zelf niet naar Angola om te zorgen dat het geld goed besteed wordt. De RVO laat daarop weten de laatste tranche inderdaad in te houden, en het project als afgerond te beschouwen. De Zuid-Afrikanen blijven met lege handen achter. Wat rest is een reprimande, omdat ze het conflict al die jaren niet in de verslagen hebben gemeld.

Actief beleid

Wadman en Ter Morshuizen hoopten met Nederlandse subsidie dekking te krijgen vanuit Nederland. Daar is wat voor te zeggen. Op zijn website meldt de RVO namelijk „actief beleid” te voeren tegen malafide gebruik van Nederlands ontwikkelingsgeld, en bij vermoedens van fraude onderzoek in te stellen. Bij genoeg bewijs wordt de zaak neergelegd bij het Openbaar Ministerie.

Wadman vindt het daarom onbegrijpelijk dat de Nederlandse overheid, ondanks zijn gedetailleerde feitenrelaas over de Angolese viskwekerij, geen onderzoek doet. Wil de RVO die 322.000 euro dan niet terugvorderen van Mendes?

De praktijk leert dat de afgelopen jaren amper frauduleus besteed ontwikkelingsgeld is teruggehaald

Desgevraagd laat de uitvoeringsinstantie aan NRC weten de zaak als een onderlinge ruzie te zien, en dat „het niet op de weg van de subsidieverstrekker ligt” die op te lossen. Over terugvordering van het ontwikkelingsgeld is een woordvoerder eveneens duidelijk. De RVO treedt op als subsidieverstrekker, het Openbaar Ministerie (OM) of de fiscale opsporingsdienst FIOD moeten achter eventuele fraude aan.

De praktijk leert dat de afgelopen jaren amper frauduleus besteed ontwikkelingsgeld is teruggehaald. Uit navraag bij de RVO blijkt dat er sinds 2012, toen Wadman zijn bedrijf begon, slechts vijf verdachte zaken bij het OM zijn neergelegd. In diezelfde jaren kregen 243 internationale PSI-projecten de status ‘mislukt’.

Inzake de vijf aangiften is justitie slechts tweemaal tot vervolging overgegaan. Afgelopen september veroordeelde de Amsterdamse rechtbank een frauderende subsidieaanvrager tot 180 uur taakstraf, in een zaak uit 2015. De tweede zaak komt op 27 januari voor de rechter.

Inmiddels weet Wadman dat áls zijn zaak al zou zijn opgepakt door het OM, die waarschijnlijk nooit voor een Nederlandse rechter was gekomen. In de praktijk vervolgt het OM niet, zo verklaart het desgevraagd, als er bewijs nodig is uit landen waarmee geen goede rechtshulprelatie is – bijvoorbeeld een ontwikkelingsland.

Chris Wadman meldt in december vanuit Zuid-Afrika dat hij sinds de aandeelhoudersvergadering van 2020 niet meer bij zijn viskwekerij is geweest. „Als ik daar weer terug zou komen? Ik denk dat de bewakers me niet zouden binnenlaten – een van hen is gewapend. Ze verkopen intussen nog altijd meerval, en ik kan nog altijd niet bij de bankrekeningen.”

Uiteindelijk heeft zijn filantropie Wadman niet alleen vier ton eigen geld gekost. „Nog belangrijker: dit project heeft me tien jaar van mijn leven gekost. Jaren van stress, die zwaar drukten op mijn levensgeluk.”

Frutos de Lagao meldt, bij monde van Mario Mendes, inmiddels vijfhonderd ton meerval per jaar te produceren, via een sociaal programma kleine viskwekers te trainen, gesteund met coöperatief krediet.

Het Private Sector Investeringsprogramma is inmiddels overgegaan in een nieuwe regeling. Het in 2009 opgezette PSI keerde tot de sluiting in 2015 229 miljoen euro uit, tot anderhalf miljoen per project. Nog steeds kent de Nederlandse overheid ontwikkelingssubsidie toe aan niet-Nederlandse aanvragers – al krijgen die tegenwoordig in de meeste gevallen een Nederlandse penvoerder mee die het contact met de RVO onderhoudt.

Correctie (25 januari 2022): In een eerdere versie van dit artikel stond niet vermeld dat Leslie Ter Morshuizen met zijn naam op het aanvraagformulier kwam. Hierdoor heeft de RVO strikt genomen geen relatie met Wadman, en erkent hem ook niet als partij in de discussie. Ter Morshuizen en Wadman spraken wel af de verantwoordelijkheid te delen, ook als het misging. Evengoed zou een terugvordering via Ter Morshuizen lopen. Dat is hierboven aangepast.