Esmee Visser zal haar olympische titel op de 5.000 meter niet kunnen verdedigen.

Foto Catrinus van der Veen

Interview

Esmee Visser: ‘Het drong pas afgelopen jaar tot me door dat ik olympisch goud gewonnen had’

Schaatsen Esmee Visser (25) won vier jaar geleden olympisch goud op de 5.000 meter. Dat niveau haalde ze nooit meer en ze kwalificeerde zich niet voor de Winterspelen van Beijing. „Ik had het gevoel alsof ik achteruitschaatste.”

Esmee Visser is net terug van vakantie. Eventjes was ze een weekje weg naar de Portugese strandplaats Faro, helemaal alleen, genieten van de Zuid-Europese winterzon op het dakterras van haar appartement, lezen, puzzelen, dommelen.

Zo ontspannen als dat klinkt, was het voor Visser niet. Het was haar eerste vakantie in vier jaar, sinds ze verrassend olympisch kampioen werd op de 5.000 meter bij de Olympische Spelen van Pyeongchang. Zomaar een week weggaan, niks doen, dat vond ze altijd zonde. Die tijd kon ze ook gebruiken om te trainen, om beter te worden. Dus zeven dagen zonder plan, zonder dagvulling, dat vond ze lastig, zegt ze. „Ik houd van structuur, dan is het nog best moeilijk om zo’n dag te vullen. Gelukkig mocht ik wel elke dag van mijn coaches een stuk fietsen. Uiteindelijk heb ik ook veel op mijn dakterras gelegen. En ik heb kunnen nadenken over hoe ik nu verder wil.”

Met de vakantie sloot Visser een lange periode af waarin ze door een diep fysiek en mentaal dal ging en langzaam weer opkrabbelde. Vier jaar geleden kwam ze als 21-jarig stayertalent net kijken in de schaatswereld. Schaatsen was haar hobby, een bijzaak in haar leven. Onbevangen schaatste ze zich eerst op het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) van 2017 naar een olympisch startbewijs, en twee maanden later ogenschijnlijk uit het niets naar die gouden plak in Zuid-Korea.

Daarna begon het voor Vissers gevoel pas. De ochtend nadat ze tot olympisch kampioen was gekroond, vroeg ze haar coach wat ze die dag gingen doen. Niets, genieten, was zijn antwoord, maar voor Visser was dat niet genoeg. „Ik was de volgende dag direct weer bezig met dat mijn gouden race niet perfect was. Dat het nog beter kon. Ik kick op het verleggen van mijn grenzen.”

Nu Visser olympisch kampioene was, was schaatsen haar beroep geworden, vond ze zelf. Dat moest ze serieus nemen. En dus trainde ze harder, fietste ze verder, probeerde ze sneller te schaatsen, net zolang tot haar lichaam het niet meer aankon. „Ik was perfectionistisch, wilde teveel en te graag, en daardoor deed ik teveel.”

Nog een paar titels

De vele trainingsarbeid leverde Visser in de twee jaar na de Spelen nog een paar Nederlandse titels en een Europese titel op, plus een zilveren en bronzen WK-medaille op ‘haar’ vijf kilometer, maar haar niveau van de Spelen haalde ze nooit meer. Terwijl haar lichaam overtraind raakte, wilde haar geest almaar meer. Toen ze merkte dat dat niet kon, volgde er vertwijfeling. „Ik had het gevoel alsof ik achteruitschaatste, want alles refereerde ik aan hoe het ging toen het goed ging”, zegt Visser. „Ik werd steeds weer teleurgesteld door mezelf.”

Vorig seizoen kwam het breekpunt; Visser stortte in. „Ik was het plezier in schaatsen kwijtgeraakt. Dat was heel lastig om toe te geven, want ik deed alles altijd vanuit plezier. Maar het overkwam me.” Er kwam paniek voor in de plaats. Wedstrijden rijden werd iets waar ze tegenop begon te kijken. Telkens weer bij de start die aankondiging als olympisch kampioene, het maakte dat ze zich wilde verbergen, dat ze nog zenuwachtiger werd dan ze al was. „Ik vond dat ik niet kon verliezen van mensen die ik eerder al had verslagen.” Visser kreeg op wedstrijddagen paniekaanvallen, begon te hyperventileren. „Ik dacht: ik ga weer falen”. Wat vervolgens ook gebeurde, omdat haar ademhaling van de paniek zo disfunctioneel werd dat goed schaatsen eigenlijk niet meer mogelijk was.

Omgekeerde carrière

Visser moest haar lichaam „resetten”. Niet door vakantie – „ik kan niet geforceerd op een strand gaan liggen”– maar door mentale hulp en zelfonderzoek, en vooral: even niet moeten presteren, even niet moeten trainen. In plaats daarvan pakte ze haar studie farmaceutische wetenschappen weer op, haalde ze haar bachelordiploma en leerde ze zichzelf niks te doen, middagdutjes niet als verspilde tijd te zien.

„Ik heb een omgekeerde carrière bewandeld”, zegt ze terugblikkend. „Ik heb eerst olympisch goud gewonnen, en pas daarna moest ik gaan uitzoeken wie ik ben, hoe ik dingen het beste kan doen, hoe mijn lichaam werkt.”

Het werkte niet meteen. Visser was het vertrouwen kwijt in haar lichaam, dat ze nauwelijks nog herkende van de jaren waarin de snelheid en de goede resultaten vanzelf leken te komen. Maar langzaam begon ze op wekelijkse basis vooruitgang te zien. „Ik had weer geluksmomentjes, zowel fysiek als mentaal. Daardoor kwam het plezierige gevoel terug.”

Voorzichtig durfde Visser weer vooruit te denken, zichzelf een doel te stellen, ook al vonden haar coaches dat ze zich daar niet mee bezig moest houden. Maar in de trainingen ging het zó goed, dat ze stiekem aan het OKT in december begon te denken. Wat ook hielp, is dat ze eindelijk stil kon staan bij wat ze als schaatsster al behaald heeft. „Het drong pas afgelopen jaar tot me door dat ik olympisch goud gewonnen had.”

Esmee Visser heeft sinds het olympisch kwalificatietoernooi, eind december, niet meer op het ijs gestaan Foto Catrinus van der Veen

Vandaar het minieme glimlachje op het gezicht van Visser toen ze op het OKT als regerend olympisch kampioen werd aangekondigd voor de start van de 5.000 meter. Jarenlang was die aankondiging een last, maar nu had ze zich voorgenomen zichzelf niet meer te kwellen. „Toen ik het hoorde dacht ik: dit ben ik, vier jaar geleden heb ik dit gepresteerd, hier ben ik trots op. Ik ben op de weg terug.”

Haar race op het OKT liep uit op een teleurstelling. Twee dagen voor de vijf kilometer kwam Visser op een training ten val, nadat haar schaats in een groef in de bocht was blijven steken. „Diep van binnen voelde ik het gelijk wegglippen”, zegt ze, doelend op haar kansen op plaatsing. In haar hamstring bleken over een lengte van 20 centimeter overal kleine scheurtjes te zitten, haar coaches gaven haar 1 procent kans dat ze kon starten.

Toch wilde ze per se rijden, ook toen op de wedstrijddag de faalangst terugkeerde. Tien paniekaanvallen moest ze verwerken. „Ik was alleen maar tegen mezelf aan het vechten, tijd aan het rekken tot de start. Want als het startschot klinkt, dan moet je wel”, zegt Visser. Na twee rondjes voelde ze haar geblesseerde linkerbeen niet meer, als negende kwam ze over de streep, 23 seconden achter winnaar Irene Schouten. Na afloop stond ze met tranen in de ogen de pers te woord. „Ik wilde zo graag laten zien dat ik er nog ben, en dat kon ik niet. Dat was een grote klap.”

Bijbaantje zoeken

Een paar weken later heeft Visser er vrede mee. „Ik heb strijdlust getoond, en met mijn blessure was dit het maximaal haalbare. Tijdens mijn vakantie heb ik er een streep onder gezet.” Ze heeft sinds het OKT niet meer op het ijs gestaan, om haar gekwetste hamstring te laten herstellen. Volgende week staan de eerste ijstrainingen weer gepland, en ze kijkt ernaar uit. „Ik merkte na het OKT dat de buitenwereld me zielig vindt. Maar dat is helemaal niet nodig, ik heb al sinds het begin van dit seizoen weer plezier in het schaatsen, alleen nog niet tijdens wedstrijden.”

Het zal nog wel even duren voordat ze haar mentale zwaktes tijdens wedstrijden onder controle heeft, zegt ze. „Ik heb nu eenmaal mentaal flinke trauma’s opgelopen, dat is een rugzak die ik meedraag. Daarvan terugkomen is een lang proces.” Qua zelfontwikkeling heeft ze dit jaar grote stappen gezet, vindt Visser. „Daarin heb ik van mezelf wel een diploma verdiend.”

Nu wil ze opnieuw beginnen, met nieuwe doelen, een schone lei, „een nieuwe ik”, zoals ze het zelf noemt. Schaatsen alsof ze nog nooit persoonlijke records gereden heeft. In haar trainingen voorafgaand aan het OKT voelde Visser zich fysiek beter dan ooit, dat gaf vertrouwen. En op vakantie heeft ze bedacht dat ze de komende tijd een bijbaantje wil vinden, zodat schaatsen niet meer het enige in haar leven is. „Eigenlijk moet het weer een bijzaak worden.”

Volgend seizoen denkt ze weer met de beste schaatsers mee te kunnen. „Ik heb in het verleden al laten zien dat ik het kan”, zegt Visser. „Als ik geen last meer heb van mezelf, dan kan ik nog steeds heel hard schaatsen.”