Opinie

Een paar procent van het geld is genoeg om de wereld te redden

Klimaat Om het milieu te redden, hoeven we niet de economie te laten ontsporen of de verworvenheden van de moderne beschaving op te geven. We hoeven alleen maar goed onze prioriteiten te stellen, weet .
Illustraties Cyprian Koscielniak

Nu de klimaatcrisis verergert, vervallen te veel mensen in één klap van ontkenning in wanhoop. Een paar jaar geleden was het nog heel gewoon dat mensen de klimaatverandering ontkenden, de enorme omvang van de dreiging bagatelliseerden of beweerden dat het nog veel te vroeg was om ons ongerust te maken. Nu zeggen veel mensen weer dat het te laat is. De Apocalyps is aanstaande en we kunnen niets meer doen om deze te voorkomen.

Wanhoop is net zo gevaarlijk als ontkenning. En ook even vals. De mensheid heeft enorme middelen ter beschikking en als die verstandig worden ingezet, kunnen we de ecologische rampspoed nog altijd voorkomen. Maar hoeveel zou het nu precies kosten om de Apocalyps tegen te houden? Wil de mensheid een catastrofale klimaatverandering voorkomen, hoe hoog is dan de cheque die we moeten uitschrijven?

Uiteraard weet niemand dit zeker. Samen met mijn team heb ik me wekenlang over allerlei rapporten en academische studies gebogen, omringd door een wolk getallen. Maar ook al zijn de modellen achter die getallen duizelingwekkend ingewikkeld, van de uitkomst zouden we vrolijk moeten worden. Om tot een koolstofneutrale economie te komen hoeven we volgens het Internationaal Energieagentschap maar 2 procent van het jaarlijkse mondiale bruto binnenlands product (bbp) meer uit te geven dan we nu al aan ons energiesysteem besteden. In een peiling van persbureau Reuters onder klimaateconomen waren de meesten het er onlangs over eens dat het maar 2 tot 3 procent van het wereldjaarinkomen zou vergen om op netto nul uit te komen. Andere schattingen ramen de kosten van een koolstofneutrale economie iets lager of iets hoger, maar ze blijven allemaal beperkt tot een paar procent van het jaarlijkse mondiale bbp.

Deze cijfers sluiten aan bij het oordeel van de IPCC (Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering), die in haar historische rapport uit 2018 stelde dat de jaarlijkse investeringen in schone energie tot ongeveer 3 procent van het mondiale bbp moesten stijgen om de klimaatverandering tot 1,5°C te beperken. Omdat de mensheid nu al zo’n 1 procent van het wereldjaarinkomen aan schone energie besteedt, hoeven we er nog maar 2 procent extra voor uit te trekken!

Gedragsverandering

De voorgaande berekeningen richten zich op de transformatiekosten van de energie- en transportsector, die verreweg het belangrijkst zijn. Maar er zijn ook andere emissiebronnen, zoals grondgebruik, bosbouw en landbouw. U weet wel, die beruchte koeienscheten. Het goede nieuws is dat veel van deze uitstoot goedkoop is terug te dringen door gedragsverandering, zoals vermindering van de vlees- en zuivelconsumptie en meer gebruik van een plantaardig dieet. Het kost niets om meer groenten te eten, en het kan u (en de regenwouden) helpen om langer te leven.

We kunnen eindeloos kibbelen over de getallen en sleutelen aan de modellen. Maar we moeten verder kijken dan de wiskunde. De essentiële boodschap is dat het maar een paar procent van het wereldjaarinkomen kost om de Apocalyps te voorkomen. Het kost zeker geen 50 procent, en ook geen 15 procent. Het cijfer ligt eerder ergens onder de 5 procent, en misschien hoeft er zelfs maar een extra 2 procent van het mondiale bbp op de juiste plaatsen te worden geïnvesteerd.

En let op het woord ‘investeren’. We hebben het niet over brandstapels van bankbiljetten als een reuzenoffer aan de aardgeesten. We hebben het over investeringen in nieuwe technologie en infrastructuur, zoals geavanceerde batterijen voor de opslag van zonne-energie en vernieuwde elektriciteitsnetten voor de distributie hiervan. Deze investeringen zullen tal van nieuwe banen en economische kansen scheppen en worden op den duur vermoedelijk economisch winstgevend, deels omdat ze de uitgaven voor de gezondheidszorg verminderen en miljoenen mensen luchtvervuilingsziekten besparen. We kunnen de kwetsbaarste bevolkingsgroepen tegen klimaatrampen beschermen, betere voorouders voor de toekomstige generaties worden en tegelijkertijd een welvarender economie tot stand brengen.

Milieuvriendelijke technologie

Dit geweldige nieuws is in het verhitte debat over de klimaatverandering wat in de marge geraakt. Het moet weer aandacht krijgen, niet alleen om mensen hoop te geven, maar vooral omdat het in een concreet politiek actieplan kan worden vertaald. We hebben de afgelopen jaren geleerd ons doel aan één getal te koppelen: 1,5°C. We kunnen de middelen daartoe ook aan een ander getal koppelen: 2 procent. Verhoog de investeringen in milieuvriendelijke technologie en infrastructuur met 2 procentpunt boven het niveau van 2020.

Anders dan het getal van 1,5°C, dat een gedegen wetenschappelijke drempel is, staat 2 procent natuurlijk maar voor een ruwe schatting. Het moet worden opgevat als een globaal getal, nuttig als kader voor het soort politieke projecten waaraan de mensheid behoefte heeft. Het zegt ons dat we een catastrofale klimaatverandering kunnen voorkomen, ook al zou het uiteraard veel geld kosten. Aangezien het mondiale bbp op het ogenblik zo’n 85 biljoen dollar bedraagt, is 2 procent circa 1,7 biljoen. Om het milieu te redden, hoeven we dus niet volledig de economie te laten ontsporen of de verworvenheden van de moderne beschaving op te geven. We hoeven alleen maar goed onze prioriteiten te stellen.

Maar met een cheque van 2 procent van het wereldjaarinkomen zijn we er nog lang niet. Niet al onze ecologische problemen zijn daarmee opgelost, zoals oceanen vol plastic of het almaar verdere verlies van biodiversiteit. Om een catastrofale klimaatverandering te voorkomen, moeten we ervoor zorgen dat de middelen op de juiste plaatsen worden geïnvesteerd en dat de nieuwe investeringen niet hun eigen negatieve ecologische of sociale gevolgen hebben. Als we ecosystemen vernietigen om de zeldzame metalen uit de grond te halen die nodig zijn voor de duurzame energie-industrie, verliezen we misschien wel evenveel als we winnen. Voor een deel moeten we ook ons gedrag en onze mentaliteit veranderen, van wat we eten tot de manier waarop we reizen. Dat zal allemaal niet meevallen. Maar dáárvoor hebben we nu politici – het is hún taak om harde noten te kraken.

Lees ook: Klimaatakkoord Glasgow: niet niets, maar lang niet genoeg

Schuif met de middelen

Politici zijn er eigenlijk juist heel bedreven in om met 2 procent van de middelen te schuiven. Dat doen ze de hele tijd. Het verschil in beleid tussen rechtse en linkse partijen bedraagt vaak maar een paar procent van het bbp. Bij een grote crisis schuiven politici al gauw met nog veel meer middelen om deze te bestrijden. Zo besteedden de Verenigde Staten in 1945 bijvoorbeeld zo’n 36 procent van hun bbp om de Tweede Wereldoorlog te winnen.

Tijdens de financiële crisis van 2008-2009 stak de Amerikaanse overheid circa 3,5 procent van het bbp in de redding van financiële instellingen die als ‘too big to fail’ werden beschouwd. Misschien moet de mensheid het Amazone-regenwoud ook wel als ‘too big to fail’ behandelen? Gelet op de huidige prijs van de regenwoudgrond in Zuid-Amerika en de omvang van het Amazone-regenwoud zou het ongeveer 800 miljard dollar kosten om het geheel op te kopen en de lokale bossen, biodiversiteit en menselijke gemeenschappen te beschermen tegen destructieve zakelijke belangen – oftewel een eenmalige uitgave van minder dan 1 procent van het wereldinkomen.

We hebben het niet over brandstapels van bankbiljetten als een reuzenoffer aan de aardgeesten

Alleen al in de eerste negen maanden van 2020 zijn in reactie op de coronapandemie door regeringen over de hele wereld stimuleringsmaatregelen aangekondigd ter waarde van bijna 14 procent van het mondiale bbp. Als burgers maar genoeg druk zetten, kunnen politici dat ook doen in reactie op de ecologische crisis. Dit geldt ook voor investeringsbanken en pensioenfondsen. De pensioenfondsen bezitten zo’n 56 biljoen dollar. Wat heb je aan een pensioen als je geen toekomst hebt?

Op dit moment zijn bedrijven en overheden geen van beide bereid tot de benodigde extra investering van 2 procent om een catastrofale klimaatverandering te voorkomen. Waar gaat het geld dan wel naar toe?

In 2020 besteedden overheden 2 biljoen dollar aan hun legers – dat is 2,4 procent van het mondiale bbp. Elke twee jaar wordt nog eens 2,4 procent van het wereldinkomen besteed aan voedsel dat wordt weggegooid. Ook besteden overheden jaarlijks zo’n 500 miljard dollar aan – hou u vast – directe subsidies voor fossiele brandstoffen! Dat wil zeggen dat overheden elke 3,5 jaar een dikke vette cheque uitschrijven ter hoogte van 2 procent van het wereldjaarinkomen en deze aan de fossiele brandstofindustrie schenken. En het wordt nog erger. Rekening houdend met de sociale en milieukosten die de fossiele brandstofindustrie wel veroorzaakt maar niet hoeft te betalen, beloopt de waarde van deze subsidies jaarlijks maar liefst 7 procent van het wereldjaarinkomen.

Belastingparadijzen

Kijken we naar de belastingontduiking. Volgens een schatting van de Europese Unie hebben de rijken circa 10 procent van het mondiale bbp in belastingparadijzen gestald. Door bedrijven wordt jaarlijks nog eens 1,4 biljoen dollar aan winst naar het buitenland gesluisd, oftewel 1,6 procent van het mondiale bbp. Om de Apocalyps te voorkomen, moeten we waarschijnlijk nieuwe belastingen heffen. Maar waarom niet eerst de oude geïnd?

Het geld is er. Natuurlijk is belastinginning, bezuiniging op militaire begrotingen, beëindiging van voedselverspilling en korting op subsidies makkelijker gezegd dan gedaan, vooral als we met een aantal van de machtigste lobby’s ter wereld te maken hebben. Maar er is geen wonder voor nodig, alleen een vastberaden organisatie.

We mogen ons dus niet aan defaitisme overgeven. Als iemand zegt: ‘Het is te laat! De Apocalyps is aanstaande!’, antwoord dan: ‘Welnee, met twee schamele procentjes kunnen we die tegenhouden.’ En als in november 2022 in Egypte weer een klimaattop wordt gehouden, moeten we de verzamelde leiders voorhouden dat het niet genoeg is om vage toekomstige beloften over 1,5°C te doen. We willen dat ze hun pen pakken en een cheque uitschrijven van 2 procent van het wereldinkomen.

Bronnen voor dit artikel zijn te vinden op nrch.nl/8t5t