Opinie

Een embargo dat ook op de redactie tot onrust leidt

De journalistieke keuken

Op de redactie klonk de roep om een oordeel deze week luid. Niet uit alle redactiekelen, maar wel, zoals dat gaat, uit de meest gesmeerde kelen. Wie gaat de zaken nu tegen elkaar afwegen, vroegen ongeruste collega’s zich af. Want er speelt een splijtende kwestie, net nu we sinds drie weken zonder ombudsman zitten. Wie treedt er op als de, in de woorden van oud-ombudsman Sjoerd de Jong, „stoïcijnse sheriff” of de „sneue boa” op patrouille langs de „journalistieke deugdzaamheid”?

Op normale dagen ben ik verslaggever voor de binnenlandredactie van NRC, waar ik over gebeurtenissen schrijf zoals ik ze zie voltrekken, of zoals anderen ze uitleggen. Ik ga zelf dus geen boetes uitdelen, maar zal u wel vertellen hoe het is gegaan.

De kwestie is ontstaan rondom de publicatie van twee verhalen over een ‘coldcaseteam’ dat heeft geprobeerd uit te zoeken wie de bewoners van het Achterhuis heeft overgeleverd. Het onderzoek wordt beschreven in een boek, Het verraad van Anne Frank, dat in 23 landen verschijnt en in Nederland door Ambo Anthos wordt uitgebracht. „Wie verraadde de familie Frank?”, kopte onze voorpagina maandag: „Een internationaal coldcaseteam denkt één van de grootste mysteries van de Tweede Wereldoorlog te hebben opgehelderd.”

Vooral na publicatie van een tweede stuk op dinsdag begon het te rommelen op de redactie, en daarbuiten. In de follow-up wordt het grote onderzoek juist in twijfel getrokken door historici die zich al lang met het onderwerp bezighouden. Waarom waren die twee geluiden niet tegelijk gepubliceerd?

De boekenredactie had het boek al langer in het vizier, ook omdat uitgeverij Ambo Anthos het had aangeprezen in een folder. Zoals dat vaker gaat, vroeg redacteur Jeroen van der Kris ruimschoots voor de geplande publicatie een drukproef aan, zodat hij er op tijd een stuk over kon maken. Al snel kwam een embargocontract ter sprake. NRC zou in de nacht van 16 op 17 januari, na 2.00 uur, mogen publiceren. Het Amerikaanse programma 60 Minutes kreeg de scoop, was overzees bedongen. Tegelijk met NRC zouden de Volkskrant en de NOS publiceren. Ook Het Parool bleek later zo’n afspraak te hebben.

De ondertekenaar van het contract verklaarde „alle informatie met betrekking tot de publicatie en inhoud van het werk (te) beschouwen als strikt vertrouwelijk”, en dergelijke informatie aan niemand te „onthullen”.

Dit embargo werd later een van de aanjagers van de beroering op de redactie, want op deze manier kon de auteur geen wetenschappelijke weging organiseren voordat het boek verscheen, terwijl bekende Anne Frank-specialisten niet betrokken waren bij het onderzoek.

Embargo’s zijn volgens de chef Boeken en andere redacteuren vrij gebruikelijk – al hebben veel afspraken in hun beleving betrekking op het moment van publicatie, en niet op strikte geheimhouding. Volgens de betrokken medewerker van de uitgever, die niet uitgebreid wil reageren, is het een „standaardcontract”.

Er is door de boekenredactie niet getwijfeld over ondertekening. „We wilden weten wat er in dat boek stond en of dat nu echt zo nieuwswaardig was als de uitgever beweerde”, zegt boekenchef Michel Krielaars. „Pas na lezing zouden we beslissen wat we met dat nieuws zouden doen.” De embargo-afspraak verplichtte niet tot publicatie.

In de loop van die week ontstond ook buiten de boekenredactie interesse in het onderzoek. Verdiende het een prominente plek?

Zowel de auteur van het uiteindelijke stuk als een meelezer daarvan op de redactie met veel kennis over het onderwerp vond het omvangrijke onderzoek de aandacht waard. In aanloop naar de publicatie zei de auteur wel dat het onderzoek „voor de rechter” waarschijnlijk geen stand zou houden, maar dat er interessante bevindingen waren gedaan. En hij zei dat er een stuk met reacties zou komen.

In de ochtendvergadering op vrijdag, waarin chefs van verschillende redacties ook praten over de NRC-producties van maandag, kwam het Anne Frank-onderzoek ergens halverwege ter sprake, zegt Peter Leijten, de nieuwschef van die dag. Het zou aanvankelijk niet in de krant van maandag mee kunnen, omdat het embargo tot 02:00 uur maandagochtend duurde en de online-editie van NRC dan normaliter al online staat. Er werd geopperd een uitzondering te maken. „Maar alleen als het voor de voorpagina zou zijn”, zegt Leijten. Op die dag werd door chefs en leidinggevenden ook besproken dat de Volkskrant, die op de redactie als belangrijke concurrent wordt gezien, het nieuws ook zou brengen. „Dat draagt wel bij aan de opwinding over een onderwerp”, zegt Leijten.

Uitvloeisel van de consternatie over de coldcaseproducties was, naast kwade lezerspost, ook een mail in mijn inbox van een teleurgestelde collega. „We hebben ons laten meeslepen”, vindt hij. Hij vindt de „malle foto’s” die ook bij het stuk werden geplaatst daar een illustratie van. Daarop is een detective-achtige onderzoekswand en een FBI-jasje te zien is. „Hoe kan het dat niemand heeft geroepen: dit is toch niet serieus?” De vormgever van die avond vond dat het beeld het „Amerikaanse” aan het onderzoek juist goed liet zien.

Was het inderdaad een uitgekiende PR-campagne, zoals de collega vermoedt? Misschien, zegt adjunct-hoofdredacteur Melle Garschagen was die foto net iets te veel. „Daar hadden we beter over moeten nadenken.” Garschagen vindt de artikelen op zichzelf afgewogen en van hoge kwaliteit. Maar in een mail naar de redactie schreef hij dinsdagmiddag wel dat NRC in de toekomst meer openheid zou moeten geven over embargo’s: „We hadden maandag beter kunnen formuleren waarom we niet meteen de bevindingen van het onderzoeksteam voorlegden aan experts.”

Heeft NRC zich laten meeslepen door al dan niet georkestreerde opwinding? „Dat doen we natuurlijk ook met binnenlands politiek nieuws”, zegt boekenchef Krielaars. Als iets nieuws is, dan moet je er niet een dag later mee komen. Ook al kun je je afvragen of het op de voorpagina had gemoeten.”