Een betekenis die letterlijk irriteert

Woord Je hoeft ‘letterlijk’ niet zo letterlijk te nemen, schrijft . En dat is al eeuwen zo.

Veel lezers leerden in hun jeugd dat er een duidelijk verschil bestaat tussen letterlijk en figuurlijk. Figuurlijk is overdrachtelijk, bij wijze van spreken, niet echt. Letterlijk is juist wél echt. Het betekent: precies wat er gezegd wordt of geschreven staat.

In het hoofd van die lezers kan kortsluiting ontstaan als ze iemand bijvoorbeeld horen zeggen: we hebben ons toen letterlijk doodgelachen. Of: ik heb me letterlijk doodverveeld. Wie dat zegt is opgestaan uit de dood, wat ook historisch gezien zelden is voorgekomen.

Sluit die taalles uit het verleden nog wel aan bij de praktijk? Nee. Hoe verwarrend ook, je hoeft letterlijk niet zo letterlijk te nemen. Voorbeelden te over – in een breed spectrum aan teksten. Ik schrok me letterlijk het leplazarus. Zijn ogen spuwden letterlijk vuur. Haar toetjes zijn letterlijk hemels. Letterlijk betekent hier dus niet het tegenovergestelde van figuurlijk, maar is een versterkend woord. Voor: heel erg, volstrekt, totaal, echt.

Verloedering

Is dat een recente ontwikkeling in het Nederlands? Een teken van verloedering, een aanwijzing dat onze taal – letterlijk – op weg is naar de afgrond? Veel lezers ervaren dat zo, maar nee, we zeggen en schrijven dit al zeker sinds het begin van de 19de eeuw. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal geeft al een voorbeeld uit 1825.

Hm, kennelijk iemand die allang voor zichzelf zorgt. Plus een bonenliefhebber die nog de oude kunst van het doppen verstaat

Veel ouderen ergeren zich aan die versterkende betekenis van letterlijk. Het Genootschap Onze Taal heeft er een advies over dat vaak wordt geraadpleegd. Daarin lezen we ook dat letterlijk soms nog extra wordt versterkt door er figuurlijk aan toe te voegen. Je krijgt dan zinnen als: „Ik heb me letterlijk en figuurlijk kapotgeschaamd voor hem.” In 1980 kopte deze krant: „Voetbal achteruit, letterlijk en figuurlijk”. Een voorbeeld uit 2016, eveneens uit deze krant: „Ik ben nu begin dertig en heb letterlijk en figuurlijk ruim tien jaar mijn eigen boontjes moeten doppen.”

Hersengymnastiek

Mijn ervaring is dat dit soort zinnen aanzetten tot hersengymnastiek. Je probeert je er een voorstelling van te maken. Hm, kennelijk iemand die allang voor zichzelf zorgt. Plus een bonenliefhebber die nog de oude kunst van het doppen verstaat.

Ook deze combinatie kom je op alle niveaus tegen, onlangs nog in de Troonrede: „In de toeslagenaffaire heeft de overheid mensen letterlijk en figuurlijk onrecht gedaan.”

Wat die ergernis en verwarring bij de lezer (m/v/x) volgens mij vooral aantoont, is hoe moeilijk het vaak is om afscheid te nemen van lessen uit je jeugd. Ze staan in je geheugen gegrift. Letterlijk en/of figuurlijk, daar wil ik van afwezen, want wie te veel met deze woorden goochelt, raakt er al snel van in de war.