Opinie

Brunswijk is de echte baas in Suriname, niet Santokhi

Persvrijheid De democratie in Suriname is opnieuw in gevaar, vreest . Illustratief is de bedreiging van een journalist door het privé-legertje van vicepresident Brunswijk, die onbestraft blijft.
Vicepresident Ronnie Brunswijk, eind 2020.
Vicepresident Ronnie Brunswijk, eind 2020. Foto Adriana Loureiro Fernandez/The New York Times

President Chandrikapersad Santokhi laat zich in Nederland graag de ‘sheriff’ noemen. Het beeld in Nederland is sinds zijn aantreden in juli 2020 dat hij in Suriname de rechtshandhaving en de economie gaat redden. Tijdens zijn bezoek aan Nederland in september vorig jaar heeft hij zich op verschillende podia als een moraalridder opgeworpen, een man die de rechtsstaat hoog in het vaandel heeft staan. Dat staat echter in schril contrast met zijn politiek en maatschappelijk optreden in eigen land

Het meest recente rapport over mensenrechtensituatie in Suriname van maart vorig jaar, uitgebracht door de ambassade van de Verenigde Staten, meldt dat er sprake is van significante mensenrechtenschendingen, waaronder wrede en vernederende behandelingen van individuen, onwettige inmenging in de privé- en huiselijke situatie, het gebruik van strafrechtelijke lasterwetten en wijdverbreide corruptie.

Van belang is hierbij het optreden van Santokhi’s vicepresident, Ronnie Brunswijk. Sinds het aantreden van de regering Santokhi worden wij, journalisten in Suriname, op persconferenties en daarbuiten herhaaldelijk geïntimideerd en uitgescholden door Brunswijk.

Dat culmineerde in een ernstig incident in december van het afgelopen jaar gericht tegen Jason Pinas, mijn collega bij de krant De Ware Tijd. Op 30 december trof hij twee aan elkaar geplakte handgranaten aan onder een auto op zijn erf. Er lijkt een verband te bestaan met een incident twee weken eerder, op 14 december, toen werd Pinas mishandeld door veiligheidsbeambten van Brunswijk. De journalist probeerde de vicepresident buiten het parlementsgebouw vragen te stellen en hem te fotograferen. Brunswijk weigerde hem te woord te staan. Vervolgens werd Pinas in een wurggreep genomen, tegen de grond gewerkt, getrapt, mishandeld en met de dood bedreigd. Ook zijn telefoon werd afgepakt.

Volgens de vicepresident in een verklaring tegenover het parlement was de journalist zijn auto binnengegaan om hem te fotograferen. Volgens Brunswijk moesten zijn veiligheidsmensen wel ingrijpen.

Spijtbetuiging

Dat was een leugenachtige verklaring, zoals later bleek. De zaak leek hierna in het parlement afgedaan, maar bij mij riep het herinneringen op aan het soort verklaringen van de militaire machthebbers in 1982, nadat zij vijftien tegenstanders en critici, waaronder vijf journalisten, hadden vermoord in het Fort Zeelandia.

Lees ook: Na tien jaar Bouterse heeft Santokhi ‘heel veel haast’

Nadat de Surinaamse Vereniging van Journalisten een stil protest en een boycot tegen Brunswijk organiseerde, kwam de regering-Santokhi met verontschuldigingen en een spijtbetuiging in het parlement. Niet Brunswijk zou verantwoordelijk zijn, maar diens veiligheidsmensen. Weer later kwam het OM met de verklaring dat de verdachten hadden bekend schuldig te zijn aan openlijke geweldpleging, mishandeling, diefstal en vernieling. Maar omdat zij hun verontschuldigingen hadden aangeboden en zich bereid hadden verklaard een schadevergoeding te betalen, blijven zij op vrije voeten.

Opmerkelijk is dat het OM ook verklaarde dat twee van de verdachte veiligheidsmensen van Brunswijk lid waren van het zogheten Jungle Commando, het guerrillalegertje waarmee Brunswijk tijdens de Binnenlandse Oorlog (1986-1992) vocht tegen het Nationale Leger onder leiding van toenmalig bevelhebber Desi Bouterse.

Journalist Jason Pinas werd in een wurggreep genomen, getrapt, mishandeld en met de dood bedreigd

Mijn vertrouwen in onze rechtsstaat, onze democratie en de eerbiediging van mensenrechten, waaronder persvrijheid en vrije meningsuiting, heeft gedurende mijn dertigjarige journalistieke carrière in Suriname behoorlijke deuken opgelopen. En ik weiger mijn kop in het zand te steken en mezelf voor te liegen dat de rechtstaat in Suriname eerlijk en onafhankelijk is. Hoewel volgens het OM het onderzoek naar het optreden van de veiligheidsmensen van Brunswijk nog niet geheel is afgesloten, maak ik mij geen enkele illusie. Politiek en Justitie zijn er allang uit hoe deze zaak zal moeten aflopen. Uit informele gesprekken weten we dat Brunswijk al volop bezig is om zijn invloed aan te wenden, door te dreigen dat hij de regeringscoalitie zal laten vallen als ‘zijn mannen’ vervolgd en berecht zullen worden.

Maar dit keer is vicepresident Brunswijk te ver gegaan. Duidelijk is dat hij nog steeds gebruik maakt van diensten van zijn privé-rebellenleger. Dit Jungle Commando was mede verantwoordelijk voor het leed uit de Binnenlandse Oorlog waar Suriname, ondanks een veroordeling van de Organisatie van Amerikaanse Staten, nogal altijd geen recht aan heeft gedaan.

Vogelvrij verklaard

Het staatshoofd, president Santokhi, is niet de ‘sheriff’ van Suriname. Hij blijkt, waarschijnlijk uit vrees de macht kwijt te raken, niet in staat de mensenrechten, inclusief de bescherming van de vrije pers, in zijn land te waarborgen. Hoe is het anders te verklaren dat hij zijn ogen sluit voor zijn al vaker in opspraak gekomen vicepresident. En ofschoon de journalisten in Suriname in verzet komen en blijven vechten om constitutionele rechten af te dwingen, maak ik me grote zorgen. Zonder het recht op persvrijheid en vrije meningsuiting zijn we de facto vogelvrij verklaard. We mogen onze democratie, 39 jaar nadat strijders voor die democratie werden vermoord, niet opnieuw laten vertrappen.