Waarom iedere werkende tijd zou moeten maken voor een studie

Bijscholing Om relevant te blijven op de arbeidsmarkt, is geregeld extra scholing nodig. Werkgevers investeren in kennis en kunde van hun personeel. Hoe blijft een zelfstandige bij de tijd?

Illustratie Rik van Schagen

Elke vrijdagmiddag zet zelfstandig copywriter en marketeer Nikki Pommer (24) haar telefoon en e-mail uit. „Vrijdag is mijn zelfstudiedag”, zegt ze. „Dan ben ik onbereikbaar voor klanten en wil ik me volledig kunnen concentreren.” Ze volgt nu een online opleiding positieve psychologie. Hiervoor deed ze een cursus public relations en media, en daarvoor een cursus schrijven voor het web.

Naast die vrije middag om nieuwe dingen te leren leest ze gemiddeld een boek per week. „In de avonduren lees ik werkgerelateerde boeken”, zegt ze. „Ik heb net bijvoorbeeld Schrijven voor SEO in 60 minuten uit”, een boek over webteksten schrijven die scoren bij zoekmachines. „Daarvoor las ik Werven met woorden.” Pommer vindt het niet alleen leuk zich te blijven ontwikkelen, ze vindt het ook nodig. „Mijn vakgebied verandert voortdurend en de concurrentie is moordend.”

Eigenlijk zou iedere werkende tijd voor studie moeten maken, volgens het Future of Jobs Report van het World Economic Forum uit 2020. Het is gebaseerd op een enquête onder grote ondernemingen in vijftien bedrijfstakken, verdeeld over zesentwintig ontwikkelde en opkomende landen. Conclusie: de komende jaren zal de helft van de beroepsbevolking zich moeten om- of bijscholen.

Relevant blijven

Zo nu en dan een cursus volgen is niet voldoende, vindt Henk Volberda. De hoogleraar Strategie en Innovatie aan de Universiteit van Amsterdam werkte mee aan het rapport. „Werkenden moeten 40 procent van hun huidige kernactiviteiten vernieuwen om ook op de arbeidsmarkt van 2025 relevant te blijven”, stelt hij. „Daar komt bij dat het tempo waarin we ons moeten vernieuwen steeds hoger wordt.”

Dat bijscholing zo hard nodig is, komt met name door de digitalisering van de samenleving. Volgens het World Economic Forum kost dat de komende drie jaar 85 miljoen banen. Denk aan callcentermedewerkers die vervangen worden door geautomatiseerde systemen, automonteurs die overbodig worden omdat elektrische auto’s minder onderhoud nodig hebben, en postbezorgers die door e-mail worden gepasseerd.

Hier staat tegenover dat er ook weer 97 miljoen banen bijkomen. „Maar”, zegt Volberda, „die banen vereisen nieuwe, specialistische kennis en zijn dus niet geschikt voor iedereen. Het gaat bijvoorbeeld om functies als data-analist, consultant digitale transformatie of droneverkeersleider.”

Werkgevers lijken intensiever met scholing van personeel bezig dan zelfstandigen. Volgens Ikwordzzper.nl staan zzp’ers doorgaans minder stil bij het belang van ‘een leven lang ontwikkelen’. Deze site baseert zich op onderzoek voor het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat rapporteerde in 2019 dat werknemers in 77 procent van de Nederlandse instellingen en bedrijven een interne of externe opleiding volgen. Onder zelfstandigen volgde 41 procent een cursus of andere scholing. Bij zelfstandigen met een fysiek zwaar beroep gold dit voor 22 procent.

Lees ook: ‘Je moet je vier tot acht uur per week bijscholen’

Belastingaftrek

Florian de Jager, beleidsadviseur bij FNV Zelfstandigen, snapt dat verschil tussen werknemers en zzp’ers wel. „Als werknemer wordt scholing vaak voor je geregeld en betaald. Zelfstandigen zijn hier zelf verantwoordelijk voor.” En zelfstandigen die krap bij kas zitten, denken wel drie keer na voordat ze zo’n investering ‘in zichzelf’ doen, zegt hij.

Wat het niet makkelijker heeft gemaakt: tot en met 2021 kon een zelfstandige opleidingskosten die relevant zijn voor z’n onderneming aftrekken van de inkomstenbelasting. Die regeling is nu vervallen.

In plaats daarvan kunnen werknemers en zelfstandigen per 1 maart een zogeheten STAP-budget aanvragen (Stimulering Arbeidsmarkt). Zo kunnen werkenden jaarlijks maximaal 1.000 euro krijgen voor relevante vakscholing. Voordeel is dat ze studiekosten dan niet meer hoeven voorfinancieren. Nadeel van de nieuwe regeling is dat veel opleidingen meer dan 1.000 euro per jaar kosten. De Jager heeft een tip: „Kijk eens bij een onderwijsinstelling, brancheorganisatie of vakbond. Die bieden zelfstandigen vaak tegen lage tarieven scholing en cursussen.”

Het is volgens de FNV’er cruciaal dat zelfstandigen meer investeren in hun eigen scholing. „Wanneer ze niet of nauwelijks investeren in nieuwe kennis en kunde, wordt het verschil tussen hen en collega’s in loondienst die wel bijscholing krijgen te groot. Als zelfstandige raak je dan uiteindelijk achter op de arbeidsmarkt.”

Korte termijn

Hoogleraar Volberda vindt die angst terecht. „Over het algemeen kijken zelfstandigen te veel naar de korte termijn”, legt hij uit. „Hun focus ligt op nú werk aannemen en voldoende geld verdienen. Hierdoor vergeten ze te investeren in de toekomst.” Werkgevers zien die noodzaak wél. „Ze kunnen straks moeilijk hun hele personeelsbestand vervangen.”

Als voorbeeld noemt Volberda de Amerikaanse techgigant Google, waar medewerkers 20 procent van hun tijd mogen besteden aan een project naar eigen keuze. „Dat mag ook iets nieuws leren zijn. Zolang het maar aansluit bij de missie en doelen van het bedrijf.”

Zelfstandigen die nu niet investeren in hun kennis en kunde trekken op lange termijn aan het kortste eind. Volberda geeft het voorbeeld van een IT’er. „Je kunt nu omkomen in de klussen, maar wanneer je niet investeert in het beheersen van nieuwe software, zit je straks zonder werk.”

Zijn advies aan zelfstandigen: „Zorg dat je in vier werkdagen voldoende omzet genereert en gebruik de vijfde dag om je kennis bij te spijkeren en nieuwe diensten te bedenken die je kan aanbieden” – zelfs als die diensten niet direct geld opleveren.

Nieuwe klanten

Zelfstandig ontwikkelaar van ‘woonconcepten’ Manon Verijdt (23) volgt dit advies al op. Ze investeert veel tijd en geld in nieuwe kennis. „Ik spaar niks, maar steek alles wat ik over heb in scholing.” Zo volgde ze anderhalf jaar één avond per week een opleiding interieurontwerpen en deed ze een maand lang onbetaald mee aan het tv-programma Tiny House Battle. „Ik moest een tiny house ontwerpen. Dat kostte me zoveel tijd dat ik die maand geen betaalde opdrachten aan kon nemen. Maar ik heb er veel van geleerd én het heeft me nieuwe klanten opgeleverd.”

De komende drie maanden volgt ze een cursus spreken in het openbaar. „Als ik beter kan spreken, kan ik me ook beter presenteren aan klanten.” De cursus kost 3.500 euro. „Niet goedkoop”, erkent Verijdt. „Maar ik zie het als een investering die zich later terugbetaalt.”