WK-organisatie zet gevangen ex-medewerker onder druk

WK voetbal 2022 De gevangenisstraf van Abdullah Ibhais, oud-staflid van de WK-organisatie in Qatar, veroorzaakte wereldwijd beroering. Een nieuwe kwestie rond hem laat zien dat Qatarese bedrijven arbeiders nog altijd onder druk kunnen zetten.

Qatarese officials op het veld van het Al-Thumam-stadion in de hoofdstad Doha.
Qatarese officials op het veld van het Al-Thumam-stadion in de hoofdstad Doha. Foto Karim Jaafar/AFP

De organisatie van het wereldkampioenschap voetbal in Qatar blijft druk zetten op ex-medewerker Abdullah Ibhais, die is gevangengenomen in het land. Het Supreme Committee, verantwoordelijk voor de organisatie van het WK 2022, weigert Ibhais een financiële vergoeding te betalen waarop hij recht heeft. Daardoor dreigt voor hem een nieuwe rechtszaak – ook al zit hij al in de cel. Dit blijkt uit een e-mailwisseling en contracten tussen Abdullah Ibhais en de WK-organisatie die NRC heeft ingezien.

De zaak van Abdullah Ibhais heeft de afgelopen maanden internationaal grote beroering veroorzaakt. In december werd hij, in hoger beroep, tot drie jaar celstraf veroordeeld. Hij zou zich volgens de Qatarese rechter hebben laten omkopen bij het uitgeven van een sociale media-opdracht. Daarvan is, volgens mensenrechtenorganisaties die rechtbankstukken analyseerden, geen bewijs overlegd. Zij spreken van een oneerlijk proces waarin een gedwongen afgelegde bekentenis het enige bewijs vormt.

De werkelijke reden voor de veroordeling is, volgens mensenrechtenorganisaties, de kritiek die Ibhais heeft geleverd op de WK-top. Toen arbeiders die WK-stadions bouwen in 2019 staakten vanwege erbarmelijke leefomstandigheden, kreeg Ibhais – destijds media manager van de WK-top – de opdracht om aan de pers te vertellen dat de staking niets met het WK te maken had.

Dat wilde Ibhais niet, en hij bekritiseerde de WK-top in Whatsapp-conversaties (die later openbaar werden). Kort nadat Ibhais zijn leidinggevenden bekritiseerde werd een intern onderzoek naar hem gestart, vervolgens werd hij gearresteerd en veroordeeld.

Symbolische zaak

De zaak wordt gezien als symbolisch voor mensenrechtensituatie in Qatar. In de rijke woestijnstaat verloopt de rechtsgang niet altijd democratisch. Bovendien vielen bij de bouw van stadions veel doden – in de meeste gevallen onderzoekt Qatar hun doodsoorzaak niet. De nieuwe kwestie laat zien hoe Qatarese bedrijven en organisaties, ondanks wetswijzigingen die onvrijheid moesten tegengaan, nog altijd hun werknemers onder druk kunnen zetten.

Luister ook: deze aflevering van onze podcast NRC Vandaag, waarin Abdullah Ibhais vanuit de cel in Doha van zich laat horen

Uit de e-mails blijkt dat de WK-organisatie, het Supreme Committee, weigert om Ibhais een bedrag te betalen voor het einde van zijn dienstverband. Het gaat om een bedrag dat de familie schat op ruim 40.000 euro. Met een deel van dat geld moet Ibhais een afbetaling doen aan zijn bank. Doet hij dat niet, dan dreigt een nieuwe rechtszaak – en eventueel een hogere celstraf.

Het Supreme Committee wil niet betalen, blijkt uit de e-mails van de afdeling personeelszaken, omdat Ibhais geen andere „sponsor” heeft gevonden. In Qatar is het noodzakelijk om een sponsor te hebben als je er werkzaam bent. Die heeft Ibhais niet kunnen vinden, omdat er een rechtszaak tegen hem liep en hij nu vastzit. Bovendien gaf het Supreme Committee de benodigde papieren om van sponsor over te stappen pas vrij nadat Ibhais was aangeklaagd – het was daardoor in de praktijk onmogelijk een andere sponsor te vinden.

De werkwijze van de WK-organisatie doet zijn familie daarom denken aan het zogenoemde Kafala-systeem. Tot 2020 was het verboden om zonder toestemming van de werkgever te wisselen van baan of het land te verlaten. Dat leidde vaak tot uitbuiting van werknemers, die nergens naartoe konden en zich volledig moesten overgeven aan de wensen van hun baas.

In 2020 zijn de arbeidswetten, onder grote internationale druk, versoepeld. Het was de bedoeling om (buitenlandse) arbeiders meer zeggenschap en vrijheden te geven ten opzichte van hun werkgever. Desondanks is het verplichte sponsorschap nog altijd een manier om mensen onder druk te zetten – zoals nu bij Abdullah Ibhais.

Wetswijzigingen

In november publiceerde Amnesty International een rapport waarin het concludeert dat de wetswijzigingen voor veel arbeidsmigranten in de praktijk geen verschil hebben gemaakt. Van de 2,6 miljoen inwoners in Qatar, komt bijna negentig procent uit het buitenland – veel van hen zijn laagbetaalde arbeidskrachten uit Azië en Afrika. „Er is nog steeds sprake van uitbuiting, de ergste uitwassen van het kafala-systeem steken de kop weer op en een aantal van de recente hervormingen worden ondermijnd”, schrijven onderzoekers van Amnesty, op basis van ervaringen van tientallen arbeiders.

Lees ook: een achtergrondverhaal over de PR-strategie van Qatar. Sterren naar voren schuiven, critici aanpakken

Nick McGeehan, directeur van mensenrechtenorganisatie FairSquare, noemt de opstelling van het Supreme Committee in de kwestie-Ibhais „buitengewoon schandelijk”. McGeehan heeft regelmatig contact met de familie van Ibhais. Hij zegt dat de redenen die zijn gegeven om het geld niet uit te betalen „geen basis lijken te hebben in de Qatarese arbeidswetten”.

Ziyad Ibhais, de broer van Abdullah, zegt: „Dat het Supreme Committee zeventien maanden na Abdullah’s vertrek nog altijd geen compensatie heeft betaald, zonder dat daarvoor een juridische grond is, bewijst voor mij dat tegen hem een vergeldingscampagne wordt gevoerd. Ze straffen hem, omdat hij de misère van migrantenarbeiders niet in de doofpot wilde stoppen.”

Het Supreme Committee laat na vragen van NRC weten niet op de zaak te willen ingaan. Dat doen ze nooit bij „vertrouwelijke HR-kwesties”, zegt een woordvoerder. Het Supreme Committee vindt het beeld dat Ibhais is veroordeeld vanwege zijn kritische houding „belachelijk, lasterlijk en vals”, blijkt uit een verklaring. De Qatarese overheid stelde eerder dat er „sterk en overtuigend bewijs” ligt tegen Ibhais - „veel meer dan de bekentenis van de beklaagde alleen.” Dat Ibhais is ontslagen, heeft volgens zijn ex-werkgever te maken met een „herstructurering” van de begroting.

Ibhais, zijn familie en diverse mensenrechtenorganisaties proberen nog altijd om hem vrij te krijgen. Een hongerstaking die hij weken volhield, heeft Ibhais inmiddels beëindigd. Hij verblijft in een cel in Doha en is in relatief goede gezondheid.