‘Voor het eerst ervaar ik wat het is om gelukkig te zijn’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week Sherry Jae Ebere (54), geboren in Nigeria en opgegroeid in het Gooi, bij de fysiotherapeut met wie ze een band had ontwikkeld tijdens haar revalidatie.

Sherry Jae Ebere werkt in een ‘transhuis’ waar trans mensen onvoorwaardelijk zichzelf kunnen zijn.
Sherry Jae Ebere werkt in een ‘transhuis’ waar trans mensen onvoorwaardelijk zichzelf kunnen zijn. Foto Jennifer Knuchel

‘Terugkijkend heb ik een bizar leven gehad. Ik had er eigenlijk niet moeten zijn. In 1968 ben ik als baby naar Nederland gebracht vanuit Nigeria. Er woedde een genocide-oorlog in Biafra, beelden van uitgehongerde kinderen gingen de wereld over. Veel landen lieten kinderen overkomen. De bedoeling was dat we zouden aansterken en terugkeren. Ik zat in een groepje van vijf. Twee van ons waren bij aankomst in Nederland overleden.

„Ik kwam terecht in een kindertehuis in Arnhem. Omdat ik polio had gehad kreeg ik revalidatie. Met mijn fysiotherapeut ontstond een band, geloof ik. Hij nam me steeds vaker in het weekend mee naar huis. Na een paar jaar werd mijn verblijf bij hem en zijn vrouw permanent. Ze verhuisden naar Naarden, daar ben ik opgegroeid. Een andere jongen van ons groepje, Asuquo, is jaren later teruggestuurd naar Nigeria. Na drie maanden stierf hij daar. Dat doet nog steeds pijn. In het kindertehuis heeft hij echt voor mij gezorgd.

„Soms zeiden mensen tegen mijn pleegouders dat het best een ding was om een getraumatiseerd kind in huis te hebben. Ze zijn later gescheiden, ik heb lang gedacht dat ik de spanningen had veroorzaakt. Ik ben niet altijd makkelijk voor je geweest, zei ik weleens tegen mijn moeder. Dan zei zij: nee hoor, jij was een doodgewoon ondeugend jongetje dat kattenkwaad uithaalde.

„Als kind liep ik met beenbeugels. Op mijn dertiende heb ik er één afgedaan, dan ben je wat flexibeler. Er werd gezegd dat ik dan wel vanaf mijn 35ste, veertigste in een rolstoel zou zitten. Zo is het ook gegaan. Maar ik heb daar geen spijt van, als je jong bent wil je zoveel mogelijk bewegingsvrijheid.

„Mijn afkomst was lang een soort rode draad in mijn leven. Jaren geleden heb ik iemand opgezocht die ook uit Biafra kwam en dezelfde achternaam had als ik. Maar de verschillen waren te groot. Diegene was echt Afrikaans, ik heb eigenlijk niks van Nigeria meegekregen. In 1999 heb ik besloten dat te laten voor wat het was. Ik weet niet wie mijn biologische ouders zijn en ga er ook niet achterkomen. Maar ik kan ermee leven.

‘In het Gooi heb ik een mooie jeugd gehad, maar in 1989 ben ik verhuisd naar de Bijlmer. Daar wilde ik heel graag wonen, ik weet niet waarom. Mijn eerste woning was beneden in een slechte flat, ik ging echt van welvaart naar achterbuurt. Ik zag zwervers, junks die zich prostitueerden, toch heb ik me geen seconde onveilig gevoeld. Later kreeg ik een woning in het winkelcentrum, dat was al veel beter. Nu woon ik superlekker in een nieuwbouwappartement.

„Ik heb mavo gedaan en twee jaar meao, toen had ik geen zin meer in school. Via werkervaring heb ik me verder ontwikkeld. Als puber heb ik zeven jaar kranten gelopen, daarna bijna 25 jaar in het bedrijfsleven gewerkt. Van 1997 tot 2012 in de internetbranche, onder meer als ‘escalatiemanager’ – geld als water verdiende ik. Ik was goed in mijn werk maar op het laatst dacht ik: wat doe ik hier eigenlijk. En mijn gezondheid ging me parten spelen. Ik ben minder gaan werken en uiteindelijk gestopt.

„Maar soms komen dingen vanzelf goed. Rond die tijd klopte mijn genderdysforie op de deur. Eerst was ik me er niet van bewust, al waren er genoeg tekens geweest. Een vriendin zei eens dat ik altijd snel de handdoek in de ring gooide als het ging om vrouwen en relaties, ze raadde me aan eens na te denken over wie ik was. In de game Second Life kon je een avatar maken, die van mij was vrouw. Zonder dat ik het doorhad maakte ik precies wie ik zou willen zijn.

Mijn moeder heeft nog net mijn transitie meegekregen, ze hield onvoorwaardelijk van mij

„In 2014 ben ik uit de kast gekomen als trans vrouw.

„Mijn moeder – ze is overleden – heeft nog net mijn transitie meegekregen. Ik heb haar gevraagd met mij mee te gaan naar de VU, waar ik me had aangemeld voor behandeling. De dag erna belde ze me op. Ze zat op een dagbesteding in Laren en vroeg of ze daar mijn foto mocht laten zien. Dat heeft ze gedaan, iedereen vond het leuk. Ze klonk zo trots toen ze dat vertelde. Super was dat. Mijn moeder mis ik verschrikkelijk. Ze heeft onvoorwaardelijk van mij gehouden.

„Ik doe nu veel vrijwilligerswerk. Ik ben ambassadeur van Pride Amsterdam, toegankelijkheidstrainer bus en tram bij het Gemeentelijk Vervoerbedrijf en coördinator bij Trans United Europe. We hebben een ‘transhuis’ waar trans mensen langs kunnen komen en onvoorwaardelijk zichzelf kunnen zijn. Onze doelgroep zijn vluchtelingen (met en zonder papieren), sekswerkers, trans mensen met een beperking en met hiv. Kwetsbare groepen binnen een kwetsbare groep.

„Mijn eigen problemen zijn eigenlijk allemaal opgelost. Voor het eerst ervaar ik hoe het is om gelukkig te zijn. Ik heb tegen mezelf gezegd: dit pakt niemand me meer af. Ik pik het van niemand meer dat ze me kleineren, het leven zuur maken. Dan gaat echt de wissel om: ik het ene spoor op, zij het andere.”

Aanmeldingen: ditbenik@nrc.nl