Opinie

Vlaanderen kiest voor Nederlandse schrijvers

Michel Krielaars

Vrijdagavond kreeg in België een nieuwe prijs voor Nederlandstalige fictie en non-fictie ineens smoel dankzij de bekendmaking van de shortlist. De naam van die prijs luidt simpel en kort ‘de Boon’, naar Louis Paul Boon, een van de grote schrijvers uit ons taalgebied. Eigenlijk ging het om twee Boontjes: want behalve de shortlist voor fictie- en non-fictie werd er ook nog een voor jeugdliteratuur geopenbaard. De winnaars van deze opvolger van de Gouden Uil en de Fintro Literatuurprijs, die de Vlaamse literatuur een booster moet geven, krijgen elk 50.000 euro van de Vlaamse overheid.

Een uur voor de bekendmaking van de genomineerden voor de twee Boontjes werd ik gebeld door de Vlaamse krant De Standaard, die voorkennis had en me bekende dat er geen enkele Belg bij zat. ‘Hoe zou dat komen?’ vroeg de verslaggever van dienst. Meteen liet ik me meevoeren op een golf van vaderlandsliefde. ‘We zijn vernieuwender!’ riep ik, denkend aan Marieke Lucas Rijneveld en Tobi Lakmaker. ‘We hebben meer literatuur van schrijvers met een migratieachtergrond!’ vervolgde ik, denkend aan Lale Gül (Turkije), Simone Antangana Bekono (Kameroen) en Lisa Weeda (Oekraïne). Gelukkig werd ik niet gevraagd naar de non-fictie en jeugdliteratuur, anders had ik moeten bluffen om grote Vlamingen als David Van Reybrouck en Chris de Stoop te kunnen omzeilen.

Een uur na dat telefoongesprek werden de twee shortlists bekendgemaakt. En die waren enigszins verrassend. Want behalve usual suspects als Nico Dros (Willem die Medoc maakte) en Marieke Lucas Rijneveld (Mijn lieve gunsteling) stonden ook Raoul de Jong (Jaguarman), Erdal Balci (De gevangenisjaren) en Pauline de Bok (De poel) op die lijst, schrijvers van autobiografische non-fictie. In België won die het ineens van de fictie met 3 tegen 2. Alsof er in Vlaanderen noch in Nederland voldoende mooie romans waren die het fictie-peloton hadden kunnen versterken.

De gevangenisjaren is een autobiografische roman over een Turkse jongen die met zijn familie uit de ‘bergen van de Kaukasus’ naar Nederland emigreert, waar zijn vader al werkt. Hij verwacht er in een paradijs van welvaart en vrijheid te belanden. Maar de werkelijkheid is anders. In Utrecht, waar het gezin woont, zijn de Turkse migranten aartsconservatief en heel anders dan hij in Turkije gewend is. Erdogan is ieders held, het regent islamitische verboden en geboden. Terwijl zijn ouders zich aanpassen en vijf keer per dag gaan bidden, probeert hij zich los te maken uit dat verstikkende milieu en zijn afkomst. Maar de muren van de ‘gevangenis’ waarin hij zit, blijken meters dik. Wanneer hij als journalist scoort met zijn reportages over de positieve kanten van de multiculturele samenleving, beseft hij op een gegeven moment dat hij zichzelf in de maling neemt en die gevangenis vergoelijkt. Opgelucht keert hij terug naar Turkije, waar hij de vrijheid hervindt.

Lees ook over Louis Paul Boon: Geen leven is waterpas

Balci is de mannelijke variant van Lale Gül, al heeft zij meer humor en gevoel voor het absurde. Toch doet zijn boodschap van bevrijding er evenveel toe. Ik vraag me dan ook af wie op 24 maart het Boontje krijgt. Rijneveld kan hem ongetwijfeld winnen op stijl, Dros op compositie. Maar Balci is de migrant die in een wereld wil leven waar niemand hem iets oplegt. In dat verlangen herken je de naamgever van de prijs, de kampioen van de vrijheid van de kleine man, Louis Paul Boon.