Recensie

Recensie Boeken

Vermalen muizen eten in kuil met ijskoud water - de fatale ontgroening van Sanda Dia roept vragen op over onze elite

Corps Dankzij onthullingen van journalist Pieter Huyberechts staan in april 18 studenten terecht voor de dood van een student bij een ontgroening. Hij schreef er een verbijsterend boek over.

Ontgroening van student in Tilburg, 1940. Foto anp/Spaarnestad
Ontgroening van student in Tilburg, 1940. Foto anp/Spaarnestad

Zijn vrienden waren verbaasd dat Sanda Dia zich aanmeldde voor Reuzegom. De Vlaamse student zat al in zijn derde jaar in Leuven, hij had meer dan genoeg vrienden – daarvoor had hij geen studentenvereniging meer nodig. Bovendien was hij van eenvoudige, Mauritiaanse komaf - heel anders dan de andere corpsleden: witte zonen van de Antwerpse elite. Maar Dia was ambitieus, hij dacht bij Reuzegom een netwerk te treffen dat hem zou helpen in zijn carrière.

Niet veel later was de twintigjarige student overleden. Bezweken aan de ontgroening van Reuzegom in een blokhut bij Vorselaar, Sinterklaasavond 2018. Dia’s dood werd aanvankelijk gezien als een tragisch ongeluk. Maar dankzij de vasthoudende inspanningen van journalist Pieter Huyberechts, die een nauwgezette reconstructie maakte van Dia’s ontgroening, weten we nu dat de student langzaam is doodgemarteld. Dankzij Huyberechts’ onthullingen moeten de achttien betrokken jongens zich in april verantwoorden voor de rechter.

Liters visolie

Huyberechts heeft zijn aanvankelijke artikel uitgebouwd tot een boek waarin de ondergang van Sanda Dia van minuut tot minuut is te volgen, afgewisseld met hoofdstukken over wie Dia was, wat Reuzegom was (de vereniging is sindsdien opgeheven), over de nasleep en het leed van de nabestaanden. Het is ongelooflijk knap hoeveel hij boven water heeft gekregen, en hij schrijft het ook nog akelig beeldend op. Met stijgende woede lees je aan welke martelingen Dia werd onderworpen. Hij moest een dag lang in een zelfgegraven put staan, gevuld met water, in de winterkou. Daarbij werd hij doorlopend nat gehouden, onder meer door over hem heen te urineren. Hij moest een levende goudvis en een levend vermalen muis opeten. De perverse taferelen doen aan een concentratiekamp denken. Dia raakte onderkoeld en uitgeput, de uiteindelijk doodsoorzaak was het krankzinnig hoge zoutgehalte in zijn lichaam, door het gedwongen slikken van zeer veel visolie.

Aanvankelijk laten de beulen de stervende gewoon liggen, maar onder druk van een student medicijnen (sta hier even bij stil: aan ontgroeningen doen mensen mee die later arts worden) brengen ze Dia naar een ziekenhuis. Dan nog weigeren ze aan de artsen te vertellen wat er precies gebeurd is. Ze brachten hem, hoe dan ook, veel te laat naar het ziekenhuis.

Waar de Reuzegommers dan weer wel heel snel en grondig in zijn, is het uitwissen van hun sporen. Terwijl Dia nog in het ziekenhuis ligt, wordt de plaats delict al grondig gereinigd en ook hun app-verkeer wordt gewist. Daarna verschuilen ze zich, met hulp van hun rijke, invloedrijke ouders, achter een legertje dure advocaten die de rechtszaak traineren en de medici de schuld geven.

Hoe gruwelijk ook de feiten, Huyberechts zoekt in zijn boek toch steeds weer de nuance. Dat is zeker een verdienste, maar soms gaat hij daarin wel erg ver. Zo gaat hij wel heel omzichtig om met de vraag of er racistische motieven meespeelden. Dat ontkennen de studenten uiteraard verontwaardigd. Maar ja, Reuzegom was een spierwitte flamingantenclub, in 1946 opgericht ondermeer door een oud-nazi; de studenten spraken de zwarte Dia aan met het N-woord; en ze pakten hem genadelozer aan dan de andere feuten. Hier had Huyberechts toch wel zijn eigen, voor de hand liggend conclusie kunnen trekken.

Nederland

De minutieuze aanpak van Huyberechts heeft één nadeel: hij zoomt nauwelijks uit. De journalist trekt slechts een half hoofdstuk uit om naar ontgroeningen van andere corpora te kijken. Hoe zit het bijvoorbeeld in Nederland? Het Reuzegom van Nederland heet Vindicat. Bij een ontgroening van deze beruchte Groningse vereniging viel in 1997 ook een dode, en de afgelopen jaren raakten meerdere feuten zwaargewond, bijvoorbeeld doordat ze in de brand werden gestoken. Ieder jaar zijn er meldingen van mishandeling en andere misdrijven, niet alleen in Groningen, ook in Utrecht, Rotterdam en Amsterdam – te vaak om nog van incidenten te spreken. Net als Reuzegom tonen de betrokken disputen zelden spijt. Het patroon is steevast: verzwijgen, ontkennen, bagatelliseren, beterschap beloven, en alles bij het oude laten.

De oplossing ligt voor de hand: moeten we ontgroeningen niet gewoon verbieden? Of ze nu uit de hand lopen of niet, dit ‘Dachautje spelen’ (ASC-ontgroening 1962) draait altijd om het vernederen van aspirant-leden en het opleggen van lichamelijke en geestelijke ontberingen.

En doordenkend: moeten de corpora zichzelf opheffen? Je leert er dat je superieur bent aan andere mensen, die ‘knorren’ worden genoemd. Zoiets werkt karakterbedervend. Beangstigend idee ook dat veel oud-leden later opklimmen naar hoge posities. Stel, je moet worden geopereerd, of je moet naar de rechtbank, en je treft een chirurg of rechter die bij het corps heeft gezeten, dan vraag je je toch af: heeft deze man ook meegedaan aan een ontgroening? Het is de grote verdienste van Huyberechts dat hij met zijn verbijsterende relaas dit soort vragen over onze elite los woelt.

Correctie: in een eerdere versie van dit artikel stond dat Vindicat een dispuut is. Dat klopt niet: het is een vereniging.