Illustratie Getty Images, Boris Zhitkov

Interview

Wie zijn sterfelijkheid accepteert, zal minder bang zijn voor de dood

Dood Wie zijn sterfelijkheid ervaart en accepteert, zal minder bang zijn voor de dood, bleek uit onderzoek van hoogleraar Enny Das.

Net als elk ander dier heeft de mens een instinctieve drang en drijfveer om, koste wat kost, in leven te blijven. Maar, in tegenstelling tot al die andere dieren heeft de mens ook het besef dat het leven hoe dan ook eindig is.

Volgens de Terror Management Theorie zorgt dat voor een diepe, overweldigende, constante maar onbewuste staat van doodsangst. Onbewust, omdat we de angst nog voor we die registreren wegdrukken – om niet verlamd te raken.

Maar er is een beter alternatief, ontdekte Enny Das, hoogleraar communicatie en beïnvloeding aan de Radboud Universiteit: doodgaan, of in elk geval denken dát je doodgaat. Wie zijn sterfelijkheid ervaart, zal minder bang zijn voor de dood.

Aanhangers van de Stoa, een filosofische stroming die rond 300 voor Christus in Griekenland opkwam, waren van mening dat pas op het moment dat de mens ervan doordrongen is dat de dood niets vreeswekkends heeft, hij volledig vrij kan leven. Das: „De moderne mens stopt zijn doodsangst weg in een reflex eronderuit te komen. Die angst wordt onder het tapijt geveegd, maar dat werkt niet.”

Om angsten te onderdrukken houden mensen zich vast aan zaken, die ze een gevoel van zelfvertrouwen en stabiliteit geven. Denk daarbij aan allerlei -ismen, zegt Das. Nationalisme en materialisme zijn strohalmen waar we ons aan vastklampen. „Maar weggestopt onder zo’n tapijt kan angst gaan etteren en groeien, groter worden. Angst voor de dood, en daarmee de dood zelf, is iets dat we onder ogen moeten komen.”

Ze besloot, samen met kunstenaars Babs Bakels en Vibeke Mascini, dat idee te onderzoeken aan de hand van de kunstinstallatie This body that once was you. In deze installatie, die te zien was in Felix Meritis in Amsterdam, werden bezoekers uitgenodigd op een stoel te gaan zitten in het midden van een vierkant veld van verneveld menselijk botstof. Daar ondergingen ze – een voor een – een half uur durende audio-variant op de meer dan tweeduizend jaar oude boeddhistische meditatie genaamd The nine cemetery contemplations. In de meditatie, die voor deze installatie werd aangevuld met wetenschappelijke, feitelijke informatie, visualiseerde de deelnemer in negen stappen zijn eigen dood en de ontbinding van het lijf – het eigen lijf. Van sterven tot stof.

Wat doe je met de spullen als de laatste ouder overlijdt? ‘Van het leeghalen van moeders kamer weet ik niets meer’

Ontbinding van je eigen lijf

In deze tijd, waarin we ons zoveel mogelijk níét met de dood bezig houden, is het nogal wat, vond Das, het ontbinden van je eigen lijf visualiseren. Wat doet dat met de bezoekers, vroeg ze zich af, en helpt het ze echt in het reine te komen met hun onvermijdelijke dood? De kunstenaars waren ervan overtuigd, Das twijfelde nog.

Ze zette een wetenschappelijk experiment op, met drie groepen van tachtig participanten. „Er was een testgroep en twee controlegroepen.” Die controlegroepen zijn nodig om te kijken of er ook daadwerkelijk verschillen zaten in doodsperceptie tussen mensen die de meditatie wel en niet hadden ondergaan. Twee weken na de meditatie kregen ze allemaal nogmaals een enquête, om te kijken of de effecten langdurig waren.

In de drie groepen zaten enigszins dezelfde type mensen. Politiek links geörienteerde en hoogopgeleide mensen die affiniteit hebben met kunst. „De testgroepen moeten overeenkomsten hebben om te ontdekken of er verschil zit in de antwoorden omdat ze de meditatie wel of niet hebben bijgewoond. Iemand die niks met kunst heeft, zal sowieso al anders reageren. Dat soort verschillen moeten geminimaliseerd worden.” De groepen kregen bijvoorbeeld woordpuzzels, waarin ze een letter moesten invullen om woorden af te maken. Bijvoorbeeld, vul in: doo_. Daar kan je doof, doos óf dood van maken. Dat zegt iets over in hoeverre we onbewust de dood wegdrukken.”

En? Zijn bezoekers van de meditatie meer in het reine met hun onvermijdelijke dood? „Ja. Het werkt. Het werkt écht.” Uit de enquêtes bleek dat op korte termijn de groep die de meditatie had ondergaan zich meer verbonden voelde met mensen om zich heen en alles in hun omgeving, de natuur, de aarde. Maar ook na twee weken waren er nog verschillen. „Ze waren hun leven meer gaan waarderen, en meer stil gaan staan bij het leven en de dood.” Het sterven wordt onderdeel van een groter systeem, van de cirkel van het bestaan. „Dat zijn hardcore-bevindingen”, zegt Das. Het mooie is: „Er zit iets heel geruststellends en troostrijks in het idee dat alles wat stof is tot stof terug zal keren.”

Dat mensen het akelig en vies (je visualiseert immers de ontbinding van je lichaam) zouden vinden, zoals ze van tevoren dacht, bleek niet te kloppen. „Door de dood te verpakken in de schoonheid van het kunstwerk hebben de kunstenaars een shortcut gevonden naar acceptatie van de eigen sterfelijkheid.”

Vroeger was het meer gebruikelijk de dood op te zoeken. Zo waren er zelfs boeddhisten die uren, maanden, jaren zaten te mediteren naast een lijk om te zien hoe een lijf opzwelt, inzakt, uitdroogt, uit elkaar valt en opgegeten wordt door insecten. „Dat staat haaks op hoe wij ons tot de dood verhouden.”

Nu zullen we in de huidige tijd niet snel naast een rottend lijk gaan zitten, maar kunst kan blijkbaar voorzien in een surrogaat, zegt Das. Kunst kan een beeld creëren dat mensen vaak zelf niet kunnen bedenken, omdat ze niet over die creatieve capaciteiten beschikken. „Het moet ons voorgekauwd worden.” Dat is heel goed te zien aan de antwoorden in de enquêtes van de testgroepen die de meditatie niet hadden ondergaan, zegt Das. „Zij geven hele korte antwoorden. Een van de vragen is bijvoorbeeld: Wat gebeurt er als je sterft? ‘Dan stopt je hart’, werd veel als antwoord gegeven. Dat klopt natuurlijk, feitelijk, maar deelnemers aan de meditatie gaven veel uitgebreidere antwoorden. Sterven is veel meer dan het stoppen van je hart. Het zit ook in je ego, in je bewustzijn.”

Illustratie Getty Images, bewerking NRC

Schitteren in afwezigheid

Het is niet het eerste onderzoek dat Das doet naar de Terror Management Theorie. De dood fascineert haar al van jongs af aan. Dood was er altijd. „In het gezin waarin ik ben opgegroeid zijn twee kindjes overleden.” Ze was jong toen het gebeurde. „Ik heb er altijd naar zitten kijken. Er is iets, dat voelde ik wel. Maar ik kon het niet zíén. Dood schittert in dat opzicht altijd in afwezigheid.”

Mede door die persoonlijke geschiedenis heeft ze zelf altijd een haat-liefdeverhouding gehad met de Terror Management Theorie. „Dat doodsangst ons gedrag stuurt heeft onderzoek overtuigend laten zien, maar in feite zegt de theorie ook dat er geen oplossing is voor die doodsangst, maar dat geloof ik niet.” Bij andere angsten kan je zeggen: die angst is irreëel. In Nederland zijn nagenoeg alle spinnen ongevaarlijk, achtbanen vliegen bijna nooit uit de bocht en een lift die vast komt te zitten krijgen ze heus wel vrij voor de zuurstof op is. „Maar de dood, daar ontkomt niemand aan.”

Je zou kunnen zeggen dat de angst dus reëel is, maar zelfs dat weten we niet. Is de dood wel eng? „Er is nog nooit iemand teruggekomen om erover te vertellen.”

Maar nu blijkt het toch mogelijk doodsangst recht in de ogen te kijken misschien zelfs wel te overwinnen, zegt Das. Eigenlijk is de remedie gelijk aan andere fobieën: blootstellen aan de angst. En dus is de oplossing voor deze angst: doodgaan. Gelukkig hoeft dat niet letterlijk – en zou niet echt een oplossing zijn voor een angst die alleen tijdens het leven voelbaar is – maar door middel van goede kunst. „Hieraan is goed te zien wat een inspirerende werking kunst kan hebben, als het goed doordacht is, als het prikkelend is maar ook veiligheid biedt. Als kunst dat kan is het meer dan alleen mooi om naar te kijken. Het kan daadwerkelijk helpen en helen.”

De dood heeft een negatieve connotatie, terwijl het ook iets moois heeft, meent Das. „Sterker nog, het is noodzakelijk.” Stel je voor dat niets en niemand zou sterven, hoe vol zou de wereld dan wel niet zijn. „Die noodzakelijke onvermijdelijkheid van de dood zullen we tijdens ons leven moeten omarmen, pas dan kunnen we helemaal vrij leven.”