Veel ouderen moeten beslissen of ze nog één keer verhuizen, of niet

Wonen Ook in tijden van woningnood vragen veel senioren zich af: ‘Waar wil ik wonen als ik écht oud ben?’ Op stap met drie ouderen langs een aantal alternatieve woonvormen.

Dineke Simon voor haar mantelzorgwoning.
Dineke Simon voor haar mantelzorgwoning. Foto Dieuwertje Bravenboer

Johanna Liese (84) noemt zich „een beginnende bejaarde”. Haar man overleed drie jaar geleden. Sindsdien woont zij alleen. Haar grote huis ligt nogal afgelegen, drie kilometer buiten het dorp Dronten, in Flevoland, met buren links en rechts op honderden meters afstand.

Blijft zij hier wonen? Ja. „Ik wil zo lang mogelijk zelfstandig zijn. Ik vind het heerlijk wanneer ik kan doorgaan zoals ik nu leef”, zegt ze.

John van Arnhem (67) en Freddy van Arnhem-Dokter (66) willen wel verhuizen. „Maar pas over een jaar of vijf”, zegt John. Toch zijn zij al druk bezig met deze ‘aanstaande’ verhuizing. Hun grote, drijvende huis in Lelystad – gelegen tussen rietkragen, eenden en zwanen – willen zij verruilen voor een gezamenlijk ontworpen ‘buurtje’. Een woongroep voor ouderen? Nee, zegt Freddy: „Het wordt geen samenwonen, wij noemen het mééwonen. Iedereen krijgt z’n eigen huis of appartement. We willen goede buren van elkaar zijn. Dat lijkt ons belangrijk wanneer je ouder wordt: de regie over je eigen leven houden, te midden van gelijkgestemden, bij wie je even kunt aankloppen voor gezelligheid of hulp.”

Waar word ik oud? Het is een van de vele vragen die senioren bezighouden. Moet ik ooit mijn vertrouwde huis en buurt verlaten? Wanneer? Wie kunnen straks mijn mantelzorgers zijn? Willen ze dat? Kunnen ze dat?

Yvonne Witter, oprichter van landelijk kennisplatform ZorgSaamWonen, is gespecialiseerd in (nieuwe) woonvormen voor senioren. Ze werkt als adviseur voor ouderen, architecten, corporaties, overheden. Onlangs organiseerde zij een excursie voor drie senioren, op zoek naar inspiratie over ‘anders wonen’ op latere leeftijd. NRC ging met hen mee, naar een flat vol technologie in Den Haag, een woongroep in Utrecht en een mantelzorgwoning in Putten.

1. Een appartement vol technische snufjes

Op het eerste gezicht is het een flatwoning als talloze andere: een gang met deuren naar twee slaapkamers, badkamer en wc, aan het einde een woonkamer en keuken. Groot balkon, met ruim uitzicht over het zuiden van Den Haag.

Maar wie beter kijkt, ziet overal knopjes, sensoren, afstandsbedieningen en elektrische apparaten. Het is een ‘iZi-flat’ (verwijzend naar de woorden zorg en innovatie): een ouderenproject van de gemeente Den Haag. In dit appartement woont niemand, het is een demonstratiewoning. Ouderen en hun mantelzorgers kunnen hier zien en ervaren hoe de robotica werkt: technische hulpmiddelen om lang en veilig zelfstandig te kunnen wonen.

Vrijwilliger Ans Vogelaar (82) woont zelf in het appartementenblok waarvan de iZi-flat deel uitmaakt. Zij stelt zich voor als ‘ambassadeur’, een van de tien mensen die op afroep beschikbaar zijn voor rondleidingen. Snel klaar is de tour niet, voor wie alle ruim honderd slimme dingen gedemonstreerd wil zien. Uiteraard is er niemand die alle snufjes tegelijk in huis zal halen, onderstreept Ans Vogelaar: dit is „een showroom van wat er allemaal kan”.

Het sanitair en de keuken zijn in de iZi-flat in Den Haag aangepast voor ouderen, vanwege mogelijke beperkingen. Sommige ouderen met dementie kunnen tot rust komen door een nepkat te aaien.
Foto’s Jennifer Knuchel
Foto Jennifer Knuchel
Foto Jennifer Knuchel
Het sanitair en de keuken zijn in de iZi-flat in Den Haag aangepast voor ouderen, vanwege mogelijke beperkingen. Sommige ouderen met dementie kunnen tot rust komen door een nepkat te aaien.
Foto’s Jennifer Knuchel

De rondleiding begint bij het bed, met een klein matje (bedsensor) onder het matras. Ieder mens beweegt in z’n slaap. De elektronica in het matje registreert dit, tot en met het opstaan in de ochtend. Via een app krijgt een mantelzorger dan het signaal dat de slaper is opgestaan.

’s Nachts even eruit? Onder het bed flitst een lampje aan zodra de blote voeten de vloer raken. Het licht schijnt op pantoffels die mogelijk klaarstaan. Op vijf plekken in het appartement staan sensoren, om beweging te registreren. Een extra gevoelige sensor in de wc, voor wie daar onwel wordt. Camera bij de voordeur, om op een beeldscherm of tablet te kunnen zien wie er aanbelde. Extra schakelaar onder de kookplaat in de keuken, die de stroom uitschakelt bij overkoken of aanbranden.

Er is een gordel die met klittenband rondom de heupen te bevestigen is, voorzien van airbags die zich vullen bij vallen of hard stoten. En zo zijn er nog meer dan negentig slimme toepassingen.

2. ‘Gespikkeld’ wonen in een eigen appartement

Op vijf minuten loopafstand van station Utrecht-Terwijde ligt ‘De Componist’, een woonblok met 114 appartement. De bewoners van 24 appartementen, verspreid over verschillende etages, hebben een speciale band met elkaar. Zij vormen samen Woongroep Terwijde. Het is een vorm van ‘gespikkeld’ wonen: de groepsleden wonen te midden van buren die geen lid zijn van de groep.

Enkele dagdelen per week beschikken de veertig leden van de woongroep over een zaal in het buurtcentrum. Op dinsdagavonden komen ze hier bijeen. Ook zijn ze op een aantal vaste uren welkom in de werkruimte van de huismeester, voor koffieochtenden en andere activiteiten: de kaartclub, de jeu de boule-club, de zangclub – en alles wat groepjes verder nog organiseren. Zoals een modeshow met de mannen als mannequin, tot grote hilariteit van de vrouwen.

Een drietal leden vertelt over het ‘gespikkeld wonen’ in Terwijde. Marga van Veen (73): „Ik zie deze woongroep als mijn familie. Ik bedoel: je hebt niet met iedereen eenzelfde klik, maar wel voel je je verbonden met elkaar. Soms denk je: daar heb je die of die weer met datzelfde verhaal. Maar dat denk je bij familieleden ook.”

Foto Dieuwertje Bravenboer
Foto Dieuwertje Bravenboer
Foto Dieuwertje Bravenboer
Op dinsdagavonden komen leden van woongroep Terwijde in het buurthuis samen. Dan bespreken ze onder meer huishoudelijke zaken en doen ze spelletjes.
Foto’s Dieuwertje Bravenboer

Bep van der Lit (83): „Ik heb jarenlang in een flat in Utrecht-Overvecht gewoond. Daar kende ik bijna niemand. Ik ben hier zó blij! Je hoort ergens bij, je hebt gezelligheid aan elkaar. Voor hulp ben je niet altijd van je kinderen afhankelijk.”

Tineke Hopstaken (80): „Ik maak me weleens zorgen: niet over de woongroep, maar over de andere bewoners. Deze flats zijn sociale huurwoningen, ooit kregen alleen 55-plussers hier een woning. Die leeftijdsgrens is nu losgelaten. Met de komst van jonge mensen is ook wel wat burenoverlast in huis gehaald. Een drugsdealer. Een vrouw die tot diep in de nacht keiharde muziek draait. Bij een kerstavond of een zomerbarbecue, die wij als woongroep voor de hele flat organiseren, komen steeds minder mensen.”

De deelname aan de eigen activiteiten van de groep is stabiel hoog, dankzij de ballotage. Aspirant-leden moeten gemiddeld zes à zeven jaar wachten voordat een van de 24 flats van de woongroep vrijkomt. Een plek op die wachtlijst vergt geduld en toewijding. Wie op de lijst wil komen, moet eerst een jaar meedoen aan groepsactiviteiten. Daarna gaat een kandidaat in gesprek met een ledencommissie, om vast te stellen of het kennismakingsjaar wederzijds goed bevallen is.

Door de geringe doorstroming blijft de gemiddelde leeftijd van de leden gestaag stijgen. Brengt dit extra problemen met zich mee? „Ja”, zegt Bep van der Lit, „de vitaliteit neemt natuurlijk af naarmate mensen ouder worden. Maar we zijn niet elkaars verzorgers. Bij alle leden hangt in de meterkast een lijst met contactgegevens van hun mantelzorgers. Natuurlijk helpen we elkaar waar we kunnen. En tegelijkertijd weten we wie we moeten bellen als we denken dat iemand méér aandacht en zorg nodig heeft.”

3. Een mantelzorgwoning in de achtertuin

In Putten, ten zuiden van Harderwijk, lag nog niet zo lang geleden een flinke boomgaard achter een woonhuis. De bomen hebben plaatsgemaakt voor een mantelzorgwoning.

Dineke Simon (81) woont sinds juni 2019 op zo’n vijftig meter afstand van het huis waarin zij tientallen jaren met man en dochters woonde. Haar woonruimte is gekrompen van 180 naar 80 vierkante meter. Dochter Hedwig en schoonzoon Nico namen hun intrek in het grote huis aan de straatzijde.

Het leven van Dineke Simon ontwikkelde zich in de afgelopen jaren zoals dat van vele ouderen. Zorgtaken werden zwaarder, toen dementie de kop opstak bij haar man. Ook het onderhoud van huis en tuin werd een steeds grotere last. Ze weet nog dat haar kleinzoon een keer vroeg of ze het allemaal nog wel trok, waarna de tranen haar in de ogen sprongen: „Nee, oma ziet het niet meer zitten.”

Foto Dieuwertje Bravenboer
Foto Dieuwertje Bravenboer
Foto Dieuwertje Bravenboer
De mantelzorgwoning van Dineke Simon in de achtertuin van haar oude woning in Putten.
Foto’s Dieuwertje Bravenboer

Toen kwam het gesprek op gang: hoe verder? Het gezin van dochter Hedwig woonde elders in Putten, in een kleinere en minder fraai gelegen woning. Schoonzoon Nico is een „aanpakker”. Dineke Simon: „Afijn, lang verhaal kort: nu woon ik hier, al tweeënhalf jaar. Mijn man heeft het nog net meegemaakt dat we verhuisden. Hij overleed in het najaar van 2019.”

Toch nog even: het moeten intensieve jaren zijn geweest. De gesprekken met elkaar, vergunningen regelen, financiering, modelwoningen bezoeken, woning kiezen, aannemer een opdracht geven. Bij vragen hierover zegt Dineke Simon: „Wacht, ik bel Nico even, die weet dat allemaal.” Binnen vijf minuten staat Nico in de huiskamer. „Natuurlijk”, zegt hij, „we hebben weleens een lastige knoop moeten doorhakken, en sommige dingen hebben wat meer tijd en moeite gekost dan we vooraf dachten. Maar al met al is het soepel gegaan.”

Dineke Simon geeft trots een rondleiding: ruime woonkamer, open keuken, sanitair, ruime slaapkamer, extra kamer (met naaimachine op een groot werkblad), vloerverwarming, optimaal geïsoleerd, alles gelijkvloers zonder drempels. „Wanneer kun je zeggen: ik ben een tevreden mens? Ik zeg: als je zo mag wonen als ik! Ik ben verhuisd, en toch heb ik dezelfde buren gehouden, kan ik naar dezelfde winkels, heb ik dezelfde loopjes naar mensen in de buurt. Ik ben hier zó dankbaar voor.”

Ze beseft: niet iedereen heeft een achtertuin waarin een mantelzorgwoning past, en niet iedereen heeft kinderen zo dichtbij met wie de directe leefruimte te delen valt. Kunnen en willen zijn bovendien twee verschillende dingen. „Wij kunnen eerlijk zijn tegen elkaar”, zegt Dineke Simon, „dat is het belangrijkste. Als je elkaar de ruimte geeft, is er heel veel mogelijk.”