Recensie

Recensie Boeken

Hoe Zuid-Afrika, dat ‘mooie, droevige land’, wordt gevormd door geweld

Zuid-Afrika In een memoir van Annemarié van Niekerk en een biografie van anti-apartheidsactivist Klaas de Jonge blijkt hoe geweld niet alleen mensen vormt, maar ook Zuid-Afrika zelf.

Tijdens het apartheidsregime in Zuid-Afrika waren er banken in het park waarop stond ‘Alleen voor Europeanen’.
Tijdens het apartheidsregime in Zuid-Afrika waren er banken in het park waarop stond ‘Alleen voor Europeanen’. Foto BetTmann Archive

‘O wye en droewe land, alleen / onder die groot suidersterre, / Sal nooit ’n hoë blydskap kom / deur jou stil droefenis?’, dichtte de Zuid-Afrikaanse dichter N.P. van Wyk Louw in 1938. Hij schreef deze beroemd geworden regels aan de vooravond van de honderdjarige herdenking van de Slag bij de Bloedrivier, toen gevierd werd dat de witte Afrikaners – toen de Voortrekkers geheten – het gevecht met de Zulu’s hadden gewonnen. In klaagzangen, gebeden en pleidooien maakt Van Wyk Louw de balans op van de daden en de vorming van het land, waarbij lessen uit het verleden getrokken moeten worden. Die balans sloeg door in het voordeel van de Voortrekkers.

Het ziet er niet naar uit dat er in 2038 nog aanleiding zal zijn voor dit soort klaagzangen en gebeden ten faveure van de Voortrekkers, maar de dichtregels over het stille verdriet zijn nog steeds van toepassing. Want hoe lang werkt stil verdriet van een land eigenlijk door, en waar ligt de grens tussen het afleggen van verantwoording en een getuigenis?

Het zijn vragen die opkomen bij twee recent verschenen non-fictie boeken over Zuid-Afrika: Om het hart terug te brengen van Annemarié van Niekerk en De koerier van Maputo van Jenne Jan Holtland. In beide keren de hoofdpersonen terug naar Zuid-Afrika om te ontdekken hoe vormend het land voor ze is geweest, en om te onderzoeken welke rol geweld heeft gespeeld. Van Niekerk doet dat in een memoir over haar eigen geschiedenis die getriggerd wordt als een vroegere vriend slachtoffer wordt van een plaasmoord, een ‘boerderijmoord’ en ze vanuit Nederland terugkeert naar Zuid-Afrika. Holtland schreef de geschiedenis van Klaas de Jonge, de Hollander die in 1985 in Zuid-Afrika werd opgepakt bij het smokkelen van wapens voor de ANC.

De een is een insider, een vrouw die opgroeide in een welvarend Afrikaner gezin, die opgevoed werd met het idee dat God niet voor niets een onderscheid had gemaakt tussen witte en zwarte mensen. De ander is een buitenstaander die gevraagd is mee te werken aan het beëindigen van het apartheidsregime. De twee boeken laten zich voortreffelijk naast elkaar lezen. Van Niekerk (1962) wordt opgevoed met het idee dat er boze, communistische, barbaarse krachten oprukken en dat er maar één ding op zit en dat is – naast het leger naar de townships sturen – de Here vragen de witte Afrikaners te beschermen ‘zoals destijds de Voortrekkers tijdens de slag bij Bloedrivier’. Klaas de Jonge (1937) ontwikkelt al vroeg een gevoel van onafhankelijkheid en is als student fel gekant tegen elke vorm van kolonialisme, waar het apartheidsregime een uitwas van is.

Rechtbank

Draag voorzichtig, rechters / Want het oordeel / Over mijn klein bedrijf / Ligt bewaard / In prenten, boeken / En een eigen oude leunstoel; // Draag voorzichtig, goden, / Want het porselein van het hart / Is broos en tot veel pijn / En kwetsbaarheid geneigd / De kratten van een leven / Breken o zo gemakkelijk’, citeert Van Niekerk de dichter Ernst van Heerden. Hij is een van de vele schrijvers die ze aanhaalt in haar memoir, omdat literatuur belangrijk is in haar bewustwording waar het gaat om het vinden van haar plek in Zuid-Afrika. Nu de balans wordt opgemaakt, zijn het de rechters en de goden die een oordeel moeten vellen over het gedrag van individuen die voor hun idealen gingen of juist een gebrek aan idealen hadden.

Wie dat literair-juridische oordeel zowel geveld als geproblematiseerd wil zien, is in de Zuid-Afrikaanse letterkunde goed af, met Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee als koploper die in zijn werk duidelijk laat zien dat niemand ontkomt aan de rechtbank van de geschiedenis. Zuid-Afrika is bij uitstek het land waarvan de geschiedenis van de staat en haar inwoners parallel loopt aan die van geweld. ‘Toon me een barbarenleger en ik zal ze geloven’, schreef Coetzee in Wachten op de barbaren. In datzelfde boek heeft het hoofdpersonage de gedachte ‘We hebben geen vijanden. Tenzij wij de vijand zijn’.

Van Niekerk geeft haar herinneringen niet voor niets de ondertitel Liefde en geweld in Zuid-Afrika mee. In een breed uitwaaierende geschiedenis vertelt ze over haar eigen gewelddadige vader, de jongens die gedwongen het leger in moeten om te vechten in het huidige Namibië waardoor ze te vroeg volwassen worden (of vroegtijdig sterven), de jarenlange gewelddadige relatie die ze heeft met haar zwarte vriend Denzel die weer opgevoed is met het geweld van een overheid en staatspolitie.

Zuid-Afrika ramde het bestaansrecht er letterlijk in bij iedereen die het waagde om aan het land te twijfelen. En geweld roept nu eenmaal geweld op. Bij Van Niekerk zie je hoe zich dat opstapelt van generatie op generatie. En als iemand wel geweldloos lijkt, zoals haar vriend Ruben die als docent op een zwarte school zijn bijdrage aan het nieuwe Zuid-Afrika wil leveren, loopt het ook niet goed af. Hij komt gruwelijk om het leven bij een boerderijmoord.

Het is sterk hoe Van Niekerk ook dit verhaal in een groter kader plaatst, maar het persoonlijk perspectief zorgt nu wel voor een heel specifiek zoeklicht. Het is begrijpelijk dat Van Niekerk uitgebreid ingaat op de boerderijmoord – het betreft hier immers een vriend van haar die samen met zijn moeder wordt gewurgd – maar het leest ook als een keuze om juist hier zoveel nadruk op te leggen. De boerderijmoorden zijn een gruwelijk verschijnsel, en dat is ook aan iedereen duidelijk vanwege de details die onveranderlijk in het nieuws komen, maar Van Niekerk loopt het risico een verhaal te vertellen waarin geweld tegen witte boeren de overhand neemt. Het is de vraag of dat een juiste keuze is.

Dat laat onverlet dat er veel mooie passages staan in het persoonlijke Om het hart terug te brengen, waarin Van Niekerk zich ontwikkelt van en meisje dat niet in een bed durft te slapen waar zwarte mensen in hebben gelegen tot een vooraanstaande literatuurwetenschapper die zich richt op vrouwenliteratuur van het Afrikaanse continent. Schitterend is bijvoorbeeld een droom die ze heeft waarbij ze voor de rechter komt te staan. Ze moet zich verantwoorden voor haar eigen verantwoordelijkheid en schuld, en ook meteen voor die van haar voorouders. ‘Het is ingewikkeld. Waar moet ik beginnen? Bij: „Ik ben Zuid-Afrikaans?” „Ik ben Afrikaner.” Het product is niet de som der delen.’ Als de rechter wil weten of ze een zondig mens is, bekent ze onmiddellijk schuld: ‘Ruim me uit de weg. Vermorzel me onder uw hak’ De rechter oordeelt dat dat te gemakkelijk is: ‘U moet een verklaring afleggen, zeggen wie en wat u bent, uw ware aard blootleggen’. En dat is precies wat van Niekerk in haar boek doet.

Kerkstraat

Hoe anders is dat voor Klaas de Jonge als koerier van Maputo. Hij kijkt graag terug, maar dan toch vooral in de vorm van een schelmenverhaal, waarbij de journalist Holtland ook uitgebreid ingaat op hoe ingewikkeld het is de waarheid van De Jonges verleden te achterhalen. Samen gaan ze terug naar Zuid-Afrika, rijden opnieuw een van de ritjes die De Jonge maakte wanneer hij wapens verstopte voor de gewapende tak van het ANC in de hoop het geheugen weer wat op te frissen. Holtland spreekt ook vele betrokkenen uit die tijd.

Aimabel vertelt De Jonge over zijn jeugd, studentenleven en ongebondenheid. Waar Holtland zich nog afvraagt of het doel de middelen altijd heiligt – de burgerdoden die bij acties vielen – benadrukt De Jonge dat je moet leven met de consequenties van je keuzes. Als je je keuze hebt gemaakt voor de goede zaak, heeft het weinig zin het paard in z’n kont te kijken.

De geschiedenis van de keuzes van het ANC in de jaren zeventig en tachtig zet Holtland goed neer en hij kan vertellen: het verhaal van een aanslag in Pretoria is sterk en effectief opgeschreven, net als het deel over De Jonge’s arrestatie en kans om naar de Nederlandse ambassade te vluchten, maar meer dan bij Van Niekerk waaiert zijn boek te veel uit. Hij herhaalt zich soms, je leest wat ze bij de Chinees of Egyptische snackbar bestellen of over een overbodig bezoekje aan de demente zuster van De Jonge en hele passages over onder meer Sartre, Fanon, Camus en Levinas. Je snapt het verband, maar die stukken bevatten te weinig nieuwe inzichten. Interessanter wordt het als Holtland de waarheid over De Jonge’s betrokkenheid uitzoekt en onderzoekt wat diens erfenis uiteindelijk is – De Jonge’s rol wordt hier historisch gewogen.

Lees ook: Je leest prachtig-schrijnende familiescènes in de Booker Prize-winnende roman (●●●●●)

Een opvallend moment in die weging is als Holtland vermoedt dat hij de enige is die weet van de betrokkenheid van De Jonge bij een aanslag in 1983 op een militaire basis aan de Kerkstraat in Pretoria, waarbij enkele burgerdoden vielen. ‘Voor zover ik wist was ik de eerste journalist in Nederland aan wie Klaas zijn betrokkenheid had bevestigd’, schrijft hij. Wanneer hij er alvast over wil publiceren in kranten of tijdschriften, krijgt hij nul op het rekest. ‘Ze schreven dat niemand nog wist wie Klaas de Jonge was. Ik kon ze geen ongelijk geven.’ De Jonge geeft ondertussen een interview aan een journalist van het universiteitsblad Mare en vertelt over zijn betrokkenheid bij de aanslag. ‘Er kwam een stuk, online en op papier, en daarna niets. Geen pushberichten, geen 101 op Teletekst. Steen wordt in vijver gegooid, vijver rimpelt niet’. Alleen op Wikipedia wordt het lemma Klaas de Jonge aangepast op basis van het Mare-interview: waar altijd stond dat De Jonge een mensenrechtenactivist was geweest, wordt er nu ‘terrorist’ aan toegevoegd. Tegelijkertijd wordt het idee van betrokkenheid weer ongedaan gemaakt.

Ook bij Holtland draait het om de vraag hoe de rechtbank van de geschiedenis over je oordeelt. De koerier van Maputo toont een man met vele maskers, maar wel iemand die grotendeels zonder wroeging terugkijkt. De rechter in de droom van Van Niekerk zou bij De Jonge dan ook geen schijn van kans hebben. Is dat omdat hij een buitenstaander is of omdat hij aan de goede kant van de geschiedenis zat? Het zijn vragen waar Holtland interessant mee speelt, terwijl hij ondertussen De Jonge uit de vergetelheid van de geschiedenis haalt, waarna ‘een rechter’ kan oordelen.

Mocht het zover komen dan zal aan De Jonge net als aan Van Niekerk de vraag worden gesteld hoe hij heeft bijgedragen aan hoe het land is geworden. Doe je er goed aan het verleden op te rakelen of juist te begraven? Heb je de geschiedenis vermorzeld of een handje in de goede richting geholpen? In de woorden van Van Niekerk: het is verwarrend ‘om te weten hoe een Zuid-Afrikaan, of een Afrikaner, in elkaar zit, hoe hij is geworden wat hij is en hoe hij heeft bijgedragen aan wat er is geworden van dit mooie en droevige land’.