Recensie

Recensie

Hoe een Litouws meisje aan het Russische hof opklom van seksslavin tot keizerin

Kristina Sabaliauskaite In haar debuutroman vertelt deze Litouwse schrijfster het relaas van een gewoon Litouws meisje, dat keizerin van Rusland werd.

Tsarina Catherina I, in 1717 geschilderd door Jean-Marc Nattier.
Tsarina Catherina I, in 1717 geschilderd door Jean-Marc Nattier. Illustratie Hermitage Museum, Sint-Petersburg

Voor wie het nog niet wist: tsaar Peter de Grote (1672-1725) werd in zijn tijd door menigeen gezien als de antichrist. Hij dwong zijn edelen om hun baarden af te scheren en hun kaftans voor westerse kledij te verruilen, stak tijdens zijn vele oorlogen zo nu een dan een klooster in de fik, roofde kerkschatten, onthoofdde monniken. Tegelijkertijd stichtte hij met Sint-Petersburg een moderne hoofdstad vol barokpaleizen, opleidingsinstituten, wetenschappelijke academies, handelskantoren, fabrieken, ziekenhuizen en kazernes, hervormde hij de vloot en het leger om erfvijand Zweden mee aan te vallen en introduceerde hij een nieuwe staatsinrichting door een dienstadel in te voeren. Maar bovenal was hij grillig en wreed, ook voor zijn boezemvrienden, familieleden en minnaressen, die van het ene moment op het andere in ongenade konden vallen.

In de geschiedenisboekjes wordt als Peters voornaamste wapenfeit vaak aangevoerd dat hij als eerste tsaar naar het buitenland reisde om zich in de wetenschappen te verdiepen, nieuwe bondgenootschappen te sluiten, in Amsterdam op de scheepswerven van de VOC te werken en met al die opgedane kennis zijn land te moderniseren. Onder Peters bewind veranderde Rusland dan ook van een duister Aziatisch rijk in een Europese grootmacht, die zijn westerse buurlanden behoorlijk kon terroriseren. De huidige spanningen met het Westen over de toekomst van Oekraïne laten die bemoeizucht dagelijks zien.

Zowel over de turbulente tijd waarin Peter leefde als over zijn persoon is menige historische studie verschenen. Maar voor zover ik weet bleef een roman totnogtoe uit, terwijl een onstuimig iemand als hij zich daartoe bij uitstek leent.

De Litouwse schrijfster Kristina Sabaliauskaite (1974) waagde een poging en schreef met Peters keizerin een wervelende historische roman, die in Litouwen, een land met 3 miljoen inwoners, met 100.000 verkochte exemplaren een ongekende bestseller is. Hoofdpersoon is niet Peter of zijn wettige echtgenote Jevdokia, die hij in een klooster had opgesloten nadat ze een coup tegen hem had geprobeerd te plegen, maar zijn maîtresse Marta Skavronska (1684-1727). Zij zou twaalf kinderen van hem baren, hem na zijn dood opvolgen en als Catharina I als eerste vrouw over het keizerrijk Rusland regeren. Sabaliauskaite zet haar levensecht en sprankelend neer, waardoor je aan haar hand door het wrede en bijna onmenselijke Rusland van de achttiende eeuw reist.

Sterfbed

Marta vertelt haar verhaal vanaf haar sterfbed in haar paleis in Tsarskoje Selo. Wat ze heeft is niet duidelijk, maar ze is opgezwollen, haar mond loopt vol met bloed, ze laat alles lopen, heeft het benauwd, verkeert in een hallucinerende toestand. Als 5-jarig kind is ze, na de dood van haar verarmde adellijke ouders, ondergebracht in het gezin van een Duitse dominee in het Litouwse vestingstadje Marienburg, dat dan in handen van de Zweden is. Als de zoon van de dominee verliefd op haar wordt en met haar wil trouwen, wordt ze uitgehuwelijkt aan een Brabantse trompetter uit het Zweedse leger.

Het lot neemt een drastische wending wanneer de Russen het stadje in 1702 innemen en als beesten tekeer gaan. Marta wordt het slachtoffer van een groepsverkrachting. Maar op het moment dat ze dreigt te bezwijken, wordt ze gespot door een officier die haar zo mooi vindt dat hij haar in gevangenschap naar het Russische hoofdkwartier laat afvoeren. Aanvankelijk is ze daar de wasvrouw annex seksslavin van veldmaarschalk Sjeremetev, maar deze verkoopt haar onder dwang aan de rechterhand van tsaar Peter, Aleksander Mensjikov, die eveneens van verarmde Litouwse adel is. Tussen beiden ontstaat een hartstochtelijke liefde die tot aan Marta’s dood duurt.

Mensjikov is als de dood om een liefdesrivaal van de tsaar te worden en in ongenade te vallen, wanneer deze achter zijn verhouding met Marta zal komen. Daarom kiest hij het zekere voor het onzekere en stelt hij het meisje aan Peter voor, die meteen voor haar valt. Wat begint als een keizerlijk seksavontuurtje met de zoveelste maîtresse, loopt uit op een grote liefde. En al bedriegt de tsaar Marta regelmatig, hij wordt steeds afhankelijker van haar. Ook omdat ze hem, in tegenstelling tot zijn langdurige ‘hoofdmaîtresse’ Anna Mons, kinderen schenkt en echt van hem lijkt te houden. Wel proef je bij haar voortdurend een zekere mate van geraffineerdheid, omdat je weet dat ze als Peters beschermeling veiliger is dan waar ook, al moet ook zij er rekening mee houden dat ze ieder moment uit de gunst kan raken. Tegelijkertijd geniet ze van de weelde waarmee ze omringd wordt en snakt ze naar het moment dat aanbreekt wanneer ze in 1712 officieel met Peter trouwt en ze tsarina Catherina wordt. Die tweespalt van verlangen weet Sabaliauskaite heel knap neer te zetten.

Mensjikov speelt in dit gecombineerde en waargebeurde macht- en liefdesspel een beslissende rol. Uit eigenbelang, omdat met zijn pion Marta aan Peters zijde zijn eigen invloed aan het hof steeds groter wordt. Uiteindelijk wordt hij zelfs tot prins bevorderd. Mensjikov is dan ook de geniale Macchiavellist, voor wie je, ook dankzij zijn speelse humor en inventieve sluwheid, veel sympathie opvat.

Onvoorspelbare heerser

Behalve het verhaal van een liefde laat Sabaliauskaite zien hoe gewelddadig het er in Peters Rusland aan toe ging. In feite was niemand er zijn leven zeker, met de onvoorspelbare, boomlange, berensterke en aan epilepsie lijdende Peter als absolute heerser voor wie iedereen bang was.

De personages van Marta, Peter en Mensjikov blaast Sabaliauskaite waarheidsgetrouw leven in. Ze komen in hoge mate overeen met wat historici over hen te weten zijn gekomen. Ook laat ze goed zien hoezeer Rusland verschilde van West-Europa, waar anders dan in Peters rijk, een zekere mate van beschaving, orde en door vorsten geregisseerde materiële schoonheid bestond.

Tussen de regels door proef je in deze geslaagde historische roman overal het Russische minderwaardigheidscomplex ten aanzien van het Westen en het grote wantrouwen van de Russische bevolking jegens haar heersers. Ineens besef je dat er in dit opzicht weinig veranderd is. Zo laat ze Marta zeggen: ‘Lieve Heer, wat heeft u met ons gedaan? U heeft ons ons hele leven zo gegeseld met rampspoed dat we net honden zijn geworden die voortdurend slaag krijgen. We kunnen niet meer vol vertrouwen een welwillend uitgestoken hand accepteren.’

In verband met de huidige politieke spanningen tussen het Westen en Rusland zijn er eveneens opvallende parallellen. Zo lees je, als Peter in 1709 de Zweedse koning Karel bij Poltava heeft verslagen, dat ‘Europa begreep dat Rusland macht betekende. Weliswaar een woeste, een barbaarse, weliswaar eentje die alle zeges behaalde met een onevenredig groot aantal eigen slachtoffers, maar toch – macht.’

Tussen al die macht en wreedheid door is er Peter, die droomt van een modern, menselijker Rusland. ‘Nog een beetje geduld,’ zegt hij tegen Marta, ‘we zullen onze mensen beschaving bijbrengen, zodat je geen verschil ziet met Duitsers. Ze zullen beter zijn, want een Rus heeft meer talenten. Uit het niets creëert hij wonderen. Je moet ze alleen met de zweep aansporen, want het zijn luilakken.’ Je zou bijna denken dat tsaar Vladimir Poetin aan het woord is.