Recensie

Recensie Auto

De Porsche 911 GT3 is een van de laatste analoge krachtcentrales

Autotest Dank de Here voor de ‘noselift’. Zonder is de laaghangende Porsche nergens, schrijft .
Foto Merlijn Doomernik

In een tv-portret van Mark Rutte zie ik iedereen weer willen weten wie hij echt is. De hashtags aalglad, teflon en ongrijpbaar omcirkelen het problematische geloof in de vindbare mens. Ze benoemen het mistasten naar het gezicht achter het rookgordijn. Dat moet er zijn, denkt jan publiek, want zo gesmeerd werkt niemand. Pech, er is gezocht en niks concreets gevonden.

Over identiteit heerst het misverstand dat het zich laat opgraven. Dat voor de mensenkenner op de bodem van de ziel de wezenskern ter inzage gereed ligt. Die heeft gewoon niet iedereen. Picasso kon Picasso zijn omdat hij uit de aard der zaak niets anders was dan het onvervreemdbare verlengstuk van zijn vaardigheden. De meeste anderen, ook de bekwame spelers, rapen zichzelf maar zo’n beetje bij elkaar met een program van aangenomen of gecultiveerde eigenschappen. Ze construeren zichzelf als automerken hun modellengamma’s.

Ook de meeste auto’s zijn Ruttes, met zorg in de breedte samengestelde openbare persoonlijkheden waarin iedereen iets van zijn gading vindt. In het cabaret heet die tactiek verbinden, want moderne grappenmakers denken even Ruttiaans. Herkenbaar sentiment, stukje gecontroleerde provocatie, geraffineerd genoeg gescript om recensenten trots te laten zijn op hun instinct voor hinderlagen. Boven de besprekingen staat dan: persoonlijker dan ooit. Was het maar waar. Het smoel is rekensom, het wezen de façade, het rendement vier miljoen kijkers.

Hel van Dante

Gelukkig bleef tenminste één auto wreed en onverbiddelijk recalcitrant zichzelf. De 911 GT3 doet niet aan turbo’s, vierwielaandrijving of klinische automaten met gelikte flippers. Met achterwielaandrijving en handbak is hij een van de laatste analoge, niet door onbezielde hightech gecorrumpeerde krachtcentrales van het huis Porsche. De motor draait door tot er bij 8.400 toeren zonder kunstmatige beademing 510 krijsende pk’s de hel van Dante nazingen.

De testauto manifesteert zich voor een GT3 verwarrend representatief in hoogglans-oudemannengrijs. De vertrouwde monsterspoiler achterop heeft plaatsgemaakt voor het discreet uitklapbare geval van normale 911’s. Dit is de Touring-versie, de beschaafde. Waarschijnlijk hebben watjes in Beijing en Dubai aangekaart dat het een tikje minder ruig mocht. Zo werd het beest Picasso à la Rutte, maar het rijdt nog steeds 320 en ik kijk wel link uit. Dankzij de spoiler van de hardcore-GT3 overleefde ik bij 300 kilometer per uur een griezelige richel in de Autobahn. Nie wieder!

Dan maar bij 180 in de keramische remmen na een supersonische sprint, geamuseerde dochter naast me. „Als we nu crashen, pap, sterven we tenminste in een Porsche. Je mag me quoten.” Voilà, kiddo. Ach, wanneer vond ik 510 pk voor het laatst spectaculair? Vroeger was zo’n powerpack levensgevaarlijk, nu schudt een beetje Tesla-man de infernale krachten uit zijn mouw. Dit is tenminste weer een leuke linkmiegel. Met deze Porsche moet ik oppassen.

Thema van de GT3 is geel. De chronometer boven op het dashboard en de analoge toerenteller hebben een gele rand; knalgeel de gordels en de stikseltjes. Niet over smaak mokken. Het dashboard is schitterend met die kaarsrechte horizontalen en zijn onverbeterlijke logica; alles even chic en prachtig afgewerkt. Het geeft je alles op rust na, want de Touring maakt een teringherrie en dat is zelfs in een gekuiste GT3 de hoofdzaak.

Dank de Here voor de noselift. Zonder is de laaghangende Porsche nergens. Met één druk op de knop kan de voorzijde vier centimeter worden gelift voor anders onneembare verkeersdrempels en de hopelijk niet te steile hellingen in parkeergarages. Niet minder welkom zou een kontlift zijn. Daar zitten laaghangende carbonschotten griezelig dicht op het asfalt, helemaal nadat de noselift is geactiveerd. Een uitzichtloze situatie.

Is er dan helemaal niets praktisch aan? Toch wel. Porsche schrapte het hypocriete achterbankje dat in gewone 911’s al nergens goed voor was. Nu kunnen er tenminste boodschappen in, al weet ik uit ervaring dat de kleine bergruimte voorin voor twee gevulde Albert Heijn-tassen de beste plek is. Die kunnen in dat gat geen kant meer op en dat is in zo’n dolhuis een ontspannende gedachte. Net als de zekerheid dat zo’n onbesuisd karakter nooit minister-president zal worden. Welke overheid moest hem betalen? Met een prijskaartje van 282.000 euro zit hij ver boven de Balkenende-norm. En nou niet schande roepen als u hem niet kunt opbrengen. Ga dat De Nachtwacht maar verwijten, cultuurbarbaren. Dit komt nooit weer. Een strengere emissienorm dan het crepeermodel waaraan hij nu nog net voldoet, zal hij niet overleven.