Is het een groot probleem als de toevoer van Russisch gas vermindert?

Gastoevoer Als de spanningen rond Rusland en Oekraïne verder oplopen, kan dat gevolgen hebben voor de gastoevoer.

Markering van gaspijpleiding van het Russische Gazprom in Kasimov, Rusland.
Markering van gaspijpleiding van het Russische Gazprom in Kasimov, Rusland. Foto Andrej Roedakov/Bloomberg

Hoeveel Russisch, Gronings, Noors of Algerijns gas stroomt er dagelijks door de Nederlandse leidingen? Die vraag wilde het ministerie van Economische Zaken een paar jaar geleden graag beantwoord zien. Het departement, verantwoordelijk voor de energievoorziening, schakelde het Centraal Bureau voor de Statistiek in om enig zicht te krijgen op de internationale gasmarkt binnen de eigen landsgrenzen.

„Die getallen zijn moeilijk boven tafel te krijgen omdat de gasmarkt al ruim twintig jaar geliberaliseerd is”, zegt gasexpert René Peters van TNO. „Op die markt wordt niet gehandeld op een specifieke kwaliteit gas, maar gaat het gewoon om de hoeveelheid gewenste energie. Later kunnen de eigenschappen nog worden aangepast.” Als het buitenlandse gas vanuit Duitsland Nederland binnenkomt, kan het gaan om mixen van bijvoorbeeld Noors, Russisch of Deens gas. Daardoor is het niet zomaar aan één land toe te schrijven.

Nu de spanningen tussen Rusland en Oekraïne oplopen, wordt de vraag actueel in hoeverre Nederland voor zijn warmte en voor zijn stroomproductie afhankelijk is van de leveranties van het Russische staatsbedrijf Gazprom. Mocht de toevoer om wat voor reden dan ook verminderen, is dat dan een groot probleem?

Vaste afspraken zijn er nauwelijks meer met Rusland, zegt Peters, en dat maakt het moeilijk om de bijdrage aan de Nederlandse gasbehoefte precies te bepalen. Veel Russisch gas wordt via kortlopende contracten binnengehaald. „Als je langetermijncontracten met Rusland zou hebben, dan weet je zeker hoeveel gas daar in elk geval vandaan komt. Op de ‘spotmarkt’ [waar kortetermijncontracten worden verhandeld, red.] weet je vaak niet waar het gas vandaan komt en weet je evenmin of de afnemer het vervolgens aan een Belgische of Engelse partij doorverkoopt. Nederland is ook een belangrijk doorvoerland.”

Vertrouwelijke cijfers

In zijn onderzoek op verzoek van het ministerie baseert het CBS zich nog op cijfers uit 2017. Er zijn actuelere gegevens, maar die wil het statistisch bureau vanwege de vertrouwelijkheid niet bekendmaken. Ook Gasunie – verantwoordelijk voor het transport van gas – en handelshuis Gasterra, een semi-overheidsbedrijf, willen of kunnen geen data geven.

Toch is er wel een schatting te maken van de verschillende origines van ‘ons’ aardgas. De samenstelling is de afgelopen jaren snel internationaler geworden. In 2013 werd nog 53 miljard kuub uit de Groningse bodem gehaald, ruim meer dan de Nederlandse consumptie van 40 miljard kuub. Dit jaar wordt, volgens de huidige afspraken, maximaal 7,6 miljard aan Gronings gas naar boven gehaald, dat deels wordt geëxporteerd. Een vergelijkbare hoeveelheid komt uit andere delen van Nederland, bijvoorbeeld uit de Noordzee. Deze zogeheten ‘kleine velden’ zijn goed voor een opbrengst van 8 miljard kuub. Al jaren komt er maximaal zo’n 10 miljard uit Noorwegen en eenzelfde hoeveelheid vloeibaar gas (LNG) kan via de Rotterdamse haven – de ‘Gate-terminal’ – het land binnenkomen. Dat is bij elkaar zo’n 34 miljard van de benodigde 40.

„In de praktijk moet de rest uit Rusland komen, dan heb je het over circa 15 procent van ons totale gebruik”, zegt Peters. „Je kan wel zeggen dat het Russische gas in de plaats komt van de lagere opbrengst van het Groningse veld. De andere toeleveranciers zitten immers al aan hun maximale capaciteit.” Er stroomt in de praktijk veel meer Russisch gas door Nederland: een groot deel daarvan gaat via een pijpleiding van Noord-Holland naar Engeland.

Ook olie- en gasexpert Jilles van den Beukel schat dat Rusland dit jaar zo’n 15 procent van het benodigde gas levert. „Nog belangrijker is dat Nederland deel uitmaakt van de Europese gasmarkt, daar wordt de prijs bepaald. En aan die markt, 500 miljard kuub groot, levert Rusland zo’n 30 tot 35 procent.”

Die leveranties liggen vast met contracten, want leveren aan de spotmarkt doet Rusland op dit moment niet. Dat is te zien aan de teruggelopen Russische leveringen: in 2019 was het aandeel in Europa nog 40 procent. „Iedereen vraagt wat er gebeurt als Rusland zijn leveranties stillegt bij een militaire actie. Maar waarom zouden ze dat doen?”, vraagt Van den Beukel.

Doorvoerhaven

Het zou Rusland in elk geval veel geld kosten. Bij een eerdere confrontatie met Oekraïne legde Rusland de gasleverantie aan dat land wel tijdelijk stil. „Dat was een betaalconflict en toen is de distributie afgeknepen. Omdat Oekraïne destijds de belangrijkste doorvoerhaven was, kreeg iedereen het benauwd. Nu zijn die gasstromen – via Nordstream 1 in de Oostzee, via Polen of via Turkije – meer verspreid. En Rusland heeft zich altijd aan zijn contractuele afspraken gehouden.”

Het kan een voordeel zijn dat Nederland (met 15 procent Russisch gas) minder afhankelijk is dan gemiddeld in Europa. En bij oplopende spanningen zijn er misschien nog uitwijkmogelijkheden. „Ik weet niet of dat haalbaar is, maar eventueel zou je in geval van een crisis een extra beroep kunnen doen op Groningen”, zegt TNO-expert Peters. „Ik vind het risico van een plotselinge piekvraag door een paar erg koude weken groter dan het wegvallen van Russische leveranties. Een plotselinge piekvraag is met onze geslonken voorraden minder gemakkelijk op te lossen dan internationale spanningen die geleidelijk oplopen.”

Nederland loopt wel meer financieel risico omdat het bijna geen langetermijncontracten heeft gesloten. Gevolg is dat het meer aankopen moet doen op de momenteel duurdere spotmarkt. In de afgelopen jaren was de gasprijs zo laag, dat handelen op die kortetermijnmarkt veel lucratiever was. „Wij vertrouwen erop dat de vrije markt altijd goed functioneert en dat langdurige contracten voor de leveringszekerheid overbodig zijn. Daar kan je je vraagtekens bij zetten”, vindt Van den Beukel.

Volgens de voormalige specialist van de NAM (de exploitant van de Groningse velden) gaat Nederland er vanuit dat je op de internationale gasmarkt voldoende kan binnenhalen, als je maar genoeg betaalt. Zie de recente prijsexplosies in december toen het aanbod terugliep. Hetzelfde kan bij internationale politieke spanningen gebeuren. „Wat Nederland nu tegenvalt, is het prijskaartje dat er dan aan dat gas hangt. Leveringszekerheid is er vooral voor het land dat het meest kan en wil betalen.”