Opinie

Wilders onder het gras

Frits Abrahams

‘Mevrouw de voorzitter, als een van de lakeien van de macht, zoals de heer Wilders de pers in Nederland betitelt, past het mij eigenlijk niet kritiek te hebben op diezelfde heer Wilders. Toch zou ik graag van deze gelegenheid gebruikmaken om enige kanttekeningen te plaatsen bij zijn optreden aan het begin van het debat over de regeringsverklaring.

Wat mij in de eerste plaats opviel was dat de heer Wilders altijd weer kans ziet zo’n breed bedoeld debat onmiddellijk om te buigen naar zijn eigen persoon, die fiere man die consequent opkomt voor de vrijheid van meningsuiting en wiens veiligheid daardoor al achttien jaar lang bedreigd wordt.

Wat mij betreft hoeft de heer Wilders zich niet dankbaar te tonen voor het feit dat de Nederlandse staat hem al die jaren optimaal heeft beveiligd – en kennelijk met succes, want tot dusver is hem nog geen geperoxideerde haar gekrenkt. Ik zeg dit met enige nadruk omdat de heer Wilders de laatste tijd voortdurend suggereert dat de VVD hem ‘probeert kapot te maken’. Zo tweette hij op 30 december 2021: ‘Een VVD-er van Turkse afkomst op Justitie. En nu maar hopen dat ze mijn beveiliging niet opheft want het liefste zien ze me natuurlijk onder het gras verdwijnen.’

Desgevraagd heeft de heer Wilders in deze Kamer verklaard dat hij ‘volstrekt gelijk heeft met die tweet’ en dat hij ook letterlijk bedoeld had dat de VVD hem ‘het liefst onder het gras ziet verdwijnen’. Ik moet hieruit concluderen dat de heer Wilders zijn vroegere partij ervan verdenkt hem te willen laten vermoorden.

Mag ik hier spreken van een ernstige aantijging, zó ernstig zelfs dat de VVD hem er strafrechtelijk op zou kunnen aanspreken? Niet dat ik dit de VVD adviseer, want de heer Wilders zou er weer jarenlang een zielig nummer van maken: hij, de principiële verdediger van het vrije woord, die zich in ‘een politiek proces’ tegen de almachtige staat moet verweren.

De heer Wilders baseert zijn insinuatie op het feit dat de VVD een veroordeeld lid van de Hofstadgroep, Soumaya Sahla, als adviseur heeft aangesteld. Dat een mens tot inkeer kan komen, wil de heer Wilders niet geloven. Daar kan men nog begrip voor tonen, dit met het oog op zijn eigen halsstarrige natuur, die hem tegen Jesse Klaver tot de typerende uitspraak bracht: ‘Ik neem nooit woorden terug, gek.’

Maar om je vroegere politieke medestanders te verdenken van een moorddadige samenzwering met D66, waar een zus van Sahla in de Tweede Kamerfractie zit, getuigt van een niet ongevaarlijke vorm van paranoia die de heer Wilders zo langzamerhand rijp maakt voor opname, uiteraard ongedwongen, in een psychiatrisch ziekenhuis.

De kans op herstel van de heer Wilders lijkt me overigens gering, omdat hij ook onder de begeleiders in dat ziekenhuis tal van leden van de VVD, D66, GroenLinks én de PvdA zal vermoeden, die verdacht vaak graafwerkzaamheden uitvoeren in het grasperk achter het tehuis.

Mocht daar een nieuwe directrice worden aangesteld, dan lijkt mevrouw Kaag, tegen die tijd misschien opgestapt in Den Haag, mij dan ook geen geschikte kandidaat.

Hierbij moet ik het helaas laten, voorzitter, ik moet naar huis omdat ik, evenals Thierry Baudet, ‘plotseling diverse hoestbuien en andere griepklachten’ voel opkomen.”