Profiel

Nederlandse topsport krijgt met André Cats een ‘diplomaat’ aan het roer

Olympische sport NOC-NSF zocht als opvolger van topsportbaas Maurits Hendriks een ‘empathisch leider’ met een ‘tembaar ego’. Die vonden ze bij de zwembond.

André Cats vorig jaar op Papendal.
André Cats vorig jaar op Papendal. Pieter Stam de Jonge/ANP

De nieuwe baas van de Nederlandse topsport heet André Cats (53). De huidige technisch directeur van zwembond KNZB is relatief onbekend bij het grote publiek, maar heeft een lange staat van dienst als coach en bestuurder. Qua karakter geldt hij in sommige opzichten als tegenpool van Maurits Hendriks, die per 1 april vertrekt bij NOC-NSF.

Als directeur topsport van de sportkoepel is Cats straks verantwoordelijk voor de bijna zeventig topsportprogramma’s in Nederland, de nationale sportinfrastructuur en de verdeling van het geld tussen de sportbonden. Of zoals NOC-NSF het stelt: hij moet zorgen voor een „optimaal prestatieklimaat” voor Nederlandse sporters. Veruit het belangrijkste tweejaarlijkse richtpunt zijn de Olympische Spelen. Cats begint na de Winterspelen, die in februari worden gehouden in Beijing.

Aan ervaring en contacten in de topsport zal het hem niet ontbreken. Cats begon zijn sportloopbaan als zwemcoach bij DWZ uit Barneveld. Al snel stapte hij over naar zwembond KNZB. Daar trainde hij de jeugdselectie, voordat hij in 2003 de senioren onder zijn hoede kreeg. Later was Cats namens NOC-NSF jarenlang verantwoordelijk voor de paralympische topsport in Nederland. Hij keerde in 2016 terug naar de KNZB, als technisch directeur. In die rol ging hij over alle topsportdisciplines, dus ook waterpolo, schoonspringen en synchroonzwemmen.

Volgens zwemcoach en voormalig topzwemmer Marcel Wouda is de baan van directeur topsport Cats „op het lijf geschreven”. Vanwege zijn kennis en ervaring, maar vooral ook door zijn diplomatieke talent. „Hij geeft net zo makkelijk training aan de zwemmers of de waterpolodames als dat hij omgaat met bestuurders en sponsors. Hij is een diplomaat, iemand die partijen bij elkaar brengt.”

Ook oud-rolstoeltennisster Esther Vergeer, die Cats leerde kennen toen hij paralympisch chef de mission was, roemt zijn communicatieve vaardigheden. Volgens Vergeer is Cats „benaderbaar, communicatief sterk” en een man met „met veel empathisch vermogen”. Daarin verschilt hij van de huidige technische man Maurits Hendriks, erkent Vergeer. Toevallig is dat niet. NOC-NSF zocht naar een ‘empathisch leider’ met een ‘tembaar ego’, bleek in het najaar uit de vacaturetekst.

Olympische medailles

Onder Hendriks, die in 2008 begon bij NOC-NSF, is de Nederlandse topsport sterk geprofessionaliseerd. Er kwamen betere faciliteiten en er werd geïnvesteerd in trainers, fysieke en mentale begeleiders, wetenschappelijke ondersteuning, voedingsdeskundigen, innovatieprogramma’s en talentontwikkeling. Bovendien kwam Nederland terug van zijn ‘eerlijk-zullen-we-alles delen-beleid’. Alleen sportbonden die voor olympische medailles zorgen, kunnen nog op stevige financiering rekenen. Met succes: in Tokio beleefde Nederland vorig jaar de succesvolste Zomerspelen ooit, met 36 plakken (waarvan tien gouden) en een plek in de toptien van het medailleklassement – zoals de ambitie was.

Verbetering van de prestaties zal ook niet de belangrijkste opdracht zijn van Cats. Eerder het creëren van maatschappelijk belang van topsport. „Daar ligt de uitdaging”, zegt Theo Fledderus, directeur van paardensportbond KNHS en als oud-algemeen directeur van NOC-NSF bekend met Cats. „De topsport moet meer teruggeven aan de samenleving dan alleen het plezier van de medaillewinnaars. Er moet meer aandacht voor sport en bewegen en gezondheid komen.” Tijdens de verschillende coronalockdowns moesten ook sportfaciliteiten voor langere tijd dicht. Daardoor is sinds het begin van de coronacrisis 52 procent van de Nederlanders minder gaat sporten.

De Nederlandse sportwereld is ook opgeschrikt door uitingen van grensoverschrijdend gedrag in onder meer het turnen, triatlon, atletiek en hockey. Aan Cats om met de bonden een balans te vinden tussen een optimaal prestatieklimaat en een omgeving waarin sporters zich veilig voelen.