Leven in een land waar ‘het racisme tegen de plinten van de Tweede Kamer klotst’

Zap De korte documentaire Drijfvermogen gaat over de carrièreswitch van acteur Tarikh Janssen (34). Hij heeft besloten wedstrijdzwemmer te worden, omdat in de sport zijn huidskleur geen rol speelt.

Acteur Tarikh Janssen in Drijfvermogen.
Acteur Tarikh Janssen in Drijfvermogen. Beeld NTR

Verslaggever Ron Fresen, die in mei afscheid neemt van het NOS Journaal, heeft al een tijdje geen zin meer om met meel in de mond te spreken. Aan het slot van zijn bijdrage over het debat over de regeringsverklaring zei hij: „De Tweede Kamer wilde een grens stellen, maar dat lukte niet echt, omdat Wilders niet wilde meewerken en omdat de Kamervoorzitter haar rol als scheidsrechter niet pakte.”

Het tanende gezag van Vera Bergkamp werd in Nieuwsuur verder geaccentueerd door een kort interviewtje dat was opgenomen vóór het debat. Of ze speciaal op Geert Wilders zou gaan letten, wilde de verslaggever weten. „Neeee”, zei de Kamervoorzitter. Er was immers een reglement van orde. Even later opende Wilders de aanval op een aantal volksvertegenwoordigers met een moslimachtergrond en hun familieleden. Bergkamp weigerde hard in te grijpen. Pieter Omtzigt vergeleek haar daarom met een scheidsrechter die „foei, foei u mag niet op de enkels trappen” zegt, maar die geen gele of rode kaarten durft te trekken. „Dan gebeurt er niets.”

Het verslag uit het parlement was een deprimerende, maar passende opmaat naar het opmerkelijkste programma van de avond: de korte documentaire Drijfvermogen. Die gaat over het leven in een land waar steeds vaker, zoals historica Nadia Bouras woensdag twitterde, „het racisme tegen de plinten van de Tweede Kamer klotst”. De hoofdpersoon is acteur Tarikh Janssen (34) die heeft besloten te stoppen met acteren: „Ik heb in al die jaren nooit een menselijke rol neergezet. Altijd een pop.” Een pop van kleur, bedoelt hij.

Janssen wil zich weer toeleggen op een carrière die hij de laatste vijftien jaar heeft verwaarloosd: die van wedstrijdzwemmer. „Zwemmen kent geen kleur, zwemmen is puur”, zegt hij. „Je denkt niets, maar je denkt alles.” Dus laat hij zich fysiek afbeulen door een vriend, werkt hij kokhalzend een geklutst ei naar binnen en toont hij een imposante kluwen medailles die hij als junior bijeen zwom.

Verlangen tot contramine

Intussen vecht hij het ene na het andere conflict uit met regisseur Ivan Barbosa, die bij hem een constant verlangen tot contramine blijkt op te wekken. Wanneer Barbosa zegt dat de film belangrijk is voor mensen, zegt Janssen snel: „Voor witte mensen, bro.” Hij reageert geïrriteerd op de vraag hoe definitief zijn besluit om te stoppen met acteren is en houdt de regisseur voor dat omroep NTR alleen geïnteresseerd is in de documentaire vanwege Black Lives Matter.

De rants van Janssen volgen elkaar steeds sneller op, aangejaagd door vragen van Barbosa als: „Haat jij witte mensen?”. Hij ageert tegen de witheid van directies en redacties, de kleur van pleisters („die zijn er allang in alle huidskleuren”, werpt Barbosa tegen) en woke gutmenschen: „Tyf een eind op met je kanker-hypocriete gelul.” Als zijn witte vriendin aan zijn haar zit, wordt hij kwaad. Zij vindt dat hij „normaal moet doen”.

Inderdaad, de acteur in Janssen leeft nog. Hij is bezig zijn gevoelens doelbewust uit te vergroten. „Als je je emoties uit, verval je in het stereotype van de angry black man”, houdt psychiater Glenn Helberg hem voor. Zo drijft deze documentaire ergens tussen feit en fictie en dat werkt wonderwel. Juist doordat Janssen zichzelf met zo weinig terughoudendheid speelt, voel je hoezeer terughoudendheid deel is van zijn „normale” gedrag, in zijn acteursbestaan én in het dagelijks leven als kind van een zwarte en een witte ouder („Ik ben niet half, ik ben dubbel!”).

Houd je toch een beetje in, zegt iedereen in zijn omgeving. Want dat is de samenleving waarin hij leeft: eentje waarin sommige mensen zich moeten inhouden om het woord te krijgen, terwijl anderen het woord niet wordt ontnomen.