Necrologie

Als eerste zwarte modeman stond hij naast machtige witte vrouwen

André Leon Talley (1948-2022) Modekoning

André Leon Talley, jarenlang werkzaam voor de Amerikaanse Vogue, was de eerste zwarte man die doordrong in de hoogste regionen van de mode.

André Leon Talley in het Fashion Institute of Technology in New York in 2016.
André Leon Talley in het Fashion Institute of Technology in New York in 2016. Foto Seth Wenig/ AP

Twee meter lang, gekleed in bontmantels, kleurrijke kaftans, soms zelfs een lange jas van krokodillenleer. Als je André Leon Talley, vele jaren lang de ‘creative director’ dan wel ‘editor at large’ van de Amerikaanse Vogue eenmaal had gezien, stond zijn verschijning altijd op je netvlies. En dan had je hem nog niet eens gehóórd. ‘My eyes are starving for beauty’, is maar een van de beroemd geworden uitspraken van de eerste zwarte man die doordrong tot de hoogste regionen van de mode, en die jarenlang niet van de zijde van Anna Wintour leek te wijken.

De laatste jaren ging het minder met de carrière van Talley, die 18 januari op 73-jarige leeftijd overleed na een hartaanval. In 2020 was zijn functie bij Vogue uitgehold tot ‘contributing editor’ – titels doen er toe bij modebladen – wat in de praktijk vooral behelste dat hij aanwezig was als Wintour de outfit doorpaste die ze zou dragen bij het Met Gala, de feestelijke opening van de jaarlijkse modetentoonstelling in het Anna Wintour Costume Centre in het Metropolitan Museum of Art in New York. 2020 was ook het jaar waarin hij zijn tweede autobiografie publiceerde, The Chiffon Trenches, waarin hij vertelde over zijn jeugd, zijn opmars in de modewereld, en onthulde hoe hij zich verlaten voelde door Anna Wintour – met wie hij daarna echt in onmin raakte.

Invloed van zwarte vrouwen

Talley werd geboren in Washinton D.C. Toen hij twee was, verhuisde hij naar Durham, North Carolina, waar hij werd opgevoed door zijn grootmoeder, met zoals hij het omschreef „kerkbezoek, regelmaat en reinheid”.  Hij studeerde Frans in North Carolina, en haalde zijn master aan Brown University in Rhode Island, met een scriptie over de invloed van zwarte vrouwen op het werk van Baudelaire, Flaubert en Delacroix. In 1974 werd hij de assistent van Diana Vreeland, die voormalig Vogue-hoofdredacteur die de modecurator was geworden van het Metropolitan Museum of Art, om vervolgens te werken voor Andy Warhols Interview, modedagblad WWD en de zwarte glossy Ebony.

Lees ook: Als zwarte man in de mode bang om het te ‘verkloten’

In The Chiffon Trenches vertelt hij over het racisme waarmee hij te maken kreeg in de modewereld. Een Franse pr-vrouw noemde hem achter zijn rug Queen Kong, bij WWD werd hij ervan beschuldigd met elke ontwerper het bed te hebben gedeeld, „alsof ik een zwarte bok was”. Voor andere zwarte mensen in de mode heeft hij weinig kunnen doen, zo constateerde hij ook zelf. Hij was te druk bezig zelf vooruit te komen, „de volgende dag te halen”, altijd bang het als zwarte man „te verkloten”. 

Na de dood van zijn grootmoeder in 1989 kreeg Talley serieuze problemen met zijn gewicht. Zelf wijt hij zijn vreetbuien aan seksueel misbruik in zijn jeugd; eerst door een man uit de buurt, later ook door broers van vriendjes.

Op kosten van Vogue-uitgever Conde Nast verbleef Talley drie keer in een kliniek om af te vallen. Dat was niet de enige keer dat hij iets cadeau kreeg. In The Chiffon Trenches verhaalt hij uitgebreid over voor hem betaalde verblijven in luxe hotels en auto’s met chauffeur, en de enorme hoeveelheden designerkleding en Louis Vuitton-koffers die hij van ontwerpers kreeg. Met name Karl Lagerfeld, met wie hij veertig jaar bevriend was, verwende hem gruwelijk.

Dat leven leek Talley, over wie in 2017 the documentaire The Gospel According to André werd gemaakt, vorig jaar op te breken. Hij woonde in een huis met elf kamers in White Plains, ten noorden van New York. Dat was voor hem gekocht door twee vrienden, aan wie hij huur moest betalen. Maar het bedrag dat hij maandelijks betaalde varieerde nogal, waarna de vrienden pogingen deden hem eruit te laten zetten. Ten tijde van zijn overlijden woonde hij er overigens nog steeds.

Talley werd geprezen om zijn creativiteit, zijn intelligentie en zijn ‘larger than life’-persoonlijkheid. „Mijn grote kracht”, schreef hij, „was dat ik naast kleine, belangrijke, machtige, witte vrouwen kon staan en hen kon steunen in hun visie.”