Necrologie

Een muzikale eeuweling die raciale grenzen slechtte

Everett Lee (1916-2022) dirigent

Als zwarte dirigent doorbrak Everett Lee in Amerika de ene barrière na de andere, maar pas in Europa kon hij echt carrière maken.

Dirigent Everett Lee.
Dirigent Everett Lee. Ohio County Library

Twee iconen van de zwarte emancipatie – latere uitdagers van witte heersende machten – troffen elkaar al vroeg. Dirigent Everett Lee trainde in Cleveland als tiener op de middelbare school in de atletiekploeg met de drie jaar oudere Jesse Owens, die white supremacist Hitler voor schut zette door in nazistisch Berlijn naar vier olympische titels te sprinten. Lee vertelde zijn zoon hoe hij zich elke dag de longen uit zijn lijf rende, en Owens naast hem soepel meeliep en nog genoeg adem had om hem aan te moedigen. „C’mon, Everett, c’mon.”

Lee’s talent lag niet bij de atletiek, maar in de klassieke muziek, een bolwerk nog witter dan wit. Hij doorbrak veel raciale grenzen als eerste zwarte dirigent op Broadway halverwege de jaren veertig. En Lee had een decennium later ook de Afro-Amerikaanse primeur op de bok bij een symfonieorkest in het racistische zuiden, in Louisville en bij een groot operahuis, de New York City Opera.

Maar de geesten waren nog niet rijp genoeg om hem ergens tot artistiek leider te benoemen. De beroemde musicalschrijver Oscar Hammerstein II nam hem eens apart bij een feestje en vertrouwde hem toe: „We zouden je graag onze shows laten dirigeren, maar wanneer we op tournee gaan naar het zuiden zal geen theater ons boeken.” En ook de grote impresario en orkestmanager Arthur Judson stelde hem teleur. „Je krijgt juichende recensies en je hebt charisma”, bevestigde hij. „Maar ik vertel je meteen: ik geloof niet in zwarte dirigenten voor witte orkesten. Je mag soleren als violist, dansen en zingen, maar niet dirigeren.”

Daarom begon Lee zelf een ensemble. De Cosmopolitan Symphony Society bestond uit musici van Chinese, Russische, Joodse, Afrikaanse, Italiaanse en Slavische herkomst, en bovendien uit vrouwen, die ook nauwelijks toegang kregen tot orkesten. De zwarte krant Amsterdam News betitelde het eerste concert in Harlem in 1947 tot een historische gebeurtenis.

Zweden

Lee zette de Europese klassieke traditie naast werk van zwarte componisten. „Hiermee geld verdienen, is er nog niet bij”, schreef hij zijn pleitbezorger en vriend, dirigent en componist Leonard Bernstein. „Maar misschien wordt dit orkest een startpunt van het afbreken van veel onzinnige grenzen.”

Maar de rassenobstakels bleven nog wel even. Chef-dirigent werd Lee pas in Europa, toen hij in 1956 een baan kreeg bij een reizend operahuis in München. Begin jaren zestig vond hij een tweede thuis in Zweden, waar hij dertien jaar de leiding had over het Norrköping Symfonieorkest. Daar kon Lee eindelijk, zei hij, dirigeren zonder „raciale complicaties”. Hoewel hij nog uitvloog naar orkesten overal ter wereld bleef hij de rest van zijn leven in Zweden wonen. In 2005 dirigeerde hij zijn laatste concert bij het Louisville Orchestra, het orkest dat Everett Lee ruim een halve eeuw eerder als eerste zwarte dirigent in een zuidelijke staat had laten optreden.

Hij werd 105 jaar oud. Zijn geboortestad Wheeling in West-Virginia riep vijf jaar geleden zijn verjaardag (31 augustus) uit tot Everett Lee Dag.