Opinie

Die cultuur-lockdown slaat nergens op

Joyce Roodnat wil geen genoegen meer nemen met een kabinet dat te lui, te blind, te belazerd is om het belang van cultuur te onderkennen. Gelukkig houdt de kunst zich niet langer koest.

Joyce Roodnat

De laatste corona-persconferentie werd pas onthullend toen die ophield een aankondiging te zijn van twee dorpsomroepers en echt een persconferentie werd, met journalisten die vragen stellen. Bijvoorbeeld waarom, tegen alle redelijkheid in, cultuur verboden terrein bleef. De vraag kwam drie keer terug en steeds schutterde Ernst Kuipers, debuterend minister van Volksgezondheid, eromheen, want het antwoord wist hij niet. De vraag lag voor de hand, maar zijn ambtenaren hadden hem er niet op voorbereid. Vonden ze niet nodig. Och, wie heeft het over cultuur.

Nou, ik. Ik leef ermee en ik leef erbij. Ik stream me door de cultuur-lockdown heen, de afgelopen vier dagen klampte ik me vast aan het Silent Film Festival, met elke avond een film begeleid met live muziek. En elke avond rouwde ik dat ik niet in de bioscoop zat.

Ik besef hoe gevaarlijk Covid is en dat beteugeling niet vanzelf gaat. Maar ik besef ook dat ik geen genoegen meer wil nemen met een kabinet dat te lui, te blind, te belazerd (kies maar) is om het belang van cultuur te onderkennen. Dat cultuur wegzet als nog niet-essentiëler dan niet-essentieel geachte voorzieningen als kapsalons en winkels en sportscholen. Intussen worden sport en cultuur gretig tegen elkaar uitgespeeld. Het is het een of het ander, lijkt het. Maar het is het een én het ander. Ze zijn twee kanten van de medaille, het ene is er voor het lichaam, het andere voor de geest. Mens sana in corpore sano om het op zijn gymnasiums te zeggen (google maar even, ik houd het graag elitair, iemand moet het doen). En zelfs als het óf-óf zou zijn, is er geen reden om ze tegen elkaar weg te strepen.

Hoogtepunt van het Nederlands Silent Film Festival: La souriante Madame Beudet (1923) van Germaine Dulac.
Lees ook: Gymmen en knippen in gesloten musea en theaters

En waar is Robbert Dijkgraaf eigenlijk? Deze nieuwe minister van Onderwijs en Wetenschap, maar toch ook van Cultuur betitelde zichzelf bij zijn eerste optreden voor de camera’s op het Binnenhof als „kuiken”. Ik zag het met verbazing aan. Hij had ook kunnen brullen als een leeuw, maar nee, de cultuur wordt nu behartigd door een kuiken. En we merkten niks van hem, Calimero kon de aanhoudende sluiting van bioscopen, theaters, concertzalen en musea keren noch uitleggen.

Onder leiding van Sanne Wallis de Vries en Diederik Ebbinge houdt de kunst zich niet langer koest: kat je theater voor één dag om tot iets wat wél open mag. Een kapsalon bijvoorbeeld. En verras de wachtende klanten met optredens. Musea worden die dag sportschool: De Museum Gym, met yogales of bootcamp. Als ik dit schrijf moet de actiedag, 19 januari, nog aanbreken en ‘er wordt gehandhaafd’ – wat dat ook moge betekenen. Ik wil naar Podium Mozaïek in Amsterdam-West. Daar wordt niet geknipt en geschoren, daar ontvouwt zich een pop-up-kerk. Klopt, theater en religie drinken sinds hun ontstaan uit dezelfde bron. Ik hoop dat het me lukt te reserveren, de plaatsen zijn schaars – zelfs in haar burgerlijke ongehoorzaamheid houdt de cultuur zich aan de 1,5-metermaatregel. Waarom? Omdat het een schat is, die cultuur. In alle opzichten.