Reportage

Covid baart nieuwe punkbands

Veel tijd, veel frustratie. Achter de gesloten deuren van de pandemie begon het punkhart van muzikanten te kloppen. „Nu is er meer om je druk over te maken.”

The Covids, met Max Vet (tweede van links) en Mehdi Tallal (uiterst rechts).
The Covids, met Max Vet (tweede van links) en Mehdi Tallal (uiterst rechts). Foto Daphne Vermeulen

Punk, de rauwe muzieksoort met de opruiende teksten, leek enige tijd uitgedoofd. Na de Britse lancering in de jaren zeventig verspreidde het genre zich over Amerika, Azië en Australië, transformeerde in subgenres, behaalde hitsuccessen, werd enkele keren ‘dood’ verklaard, en zorgde even vaak voor een herrijzenis. Maar de afgelopen jaren verstomden de fuzzgitaren en schorre schreeuwzang.

Tot corona. Terwijl podia verstoften en technici ander werk zochten, verenigden muzikanten zich in oefenruimtes, schreven liedjes, en gaven hun frustraties vrij spel. De muziek was net zo opgefokt als hun stemming: hard, snel en puntig. Het gebeurde in Gelderland, in Den Haag, in Haarlem, in Leiden, in Amsterdam: achter de gesloten deuren van de pandemie begon het punkhart weer te kloppen. Covid baarde punk.

Sinds maart 2020 ontstonden groepen als Asociaal Kabaal, Tompoussy, Asbest Boys, Oust en The Covids, gevormd door jonge muzikanten die gebrek hadden aan werk en vertier, maar tijd in overvloed. Ineens konden ze samenkomen en repeteren.

Crisis, crisis, crisis

Dat is een opmerkelijke ontwikkeling. Ten eerste omdat muziek gemaakt op akoestische instrumenten, in afgetimmerde repetitiehokken de afgelopen decennia leek te zijn verdrongen door muziek gemaakt op laptops, in de slaapkamer. En ook het politiek engagement valt op. Na een luwe periode is de verontwaardiging nu opgelaaid. Onderwerpen dienden zich de afgelopen jaren dan ook gemakkelijk aan: coronacrisis, wooncrisis, klimaatcrisis, financiële crisis, geestelijkegezondheidscrisis, politieke vertrouwenscrisis – allemaal onderwerpen voor liedjes.

De leden van Tompoussy, Asociaal Kabaal of The Covids zeggen dat ze de afgelopen jaren een dringende behoefte voelden om zich te uiten. Tompoussy schreef ‘Ikke Ikke Ikke’ en ‘Geen Kankerduur Kankerhuis’; Asociaal Kabaal schreef ‘AvondKlok’, ‘2020’, ‘Geen Toekomst’. Het al enigszins bekende Hang Youth (her-opgericht in 2020), schreef nummers als ‘Waarom stemmen jullie steeds op de VVD’ en ‘KKKLM’.

Floris Kaagman (22), die basgitaar studeert aan de Herman Brood-academie, begon vorig jaar de groep Asociaal Kabaal en schreef deze woorden: ‘Wat een kutzooi/ De school is al maanden gesloten/ het hele onderwijs is naar de klote’ (in ‘Opgehokt’).

Kaagman: „Ik zat al een half jaar thuis zonder te kunnen spelen met mijn hiphopband en mijn psychedelische grunge-funk-band. Alles was shit en ik dacht, ik móét iets doen. En het enige wat ik kan is muziek maken, om mijn boosheid kwijt te kunnen.” Dat leidde tot teksten als ‘2020/ wat een kutjaar’. „Redelijk plat, maar het is wel de realiteit van mijn leven”, zegt Kaagman. „En iedereen herkent die realiteit.”

Politieke ideeën

Volgens Floris Kaagman zijn mensen door de coronacrisis kritischer geworden. „Mensen spreken zich nu sneller uit. Eerst had iedereen het toch wel prima. Nu is er meer om je druk over te maken.”

De 20-jarige Celine Holtmaat, student Duits, richtte vorig jaar de groep Tompoussy op. Holtmaat, net verhuisd uit Gelderland naar Amsterdam, was vlak voor de Tweede Kamer-verkiezingen aan het flyeren voor BIJ1, toen ze samen met een drummer besloot om een band te beginnen, „om onze politieke ideeën te vertolken”.

Holtmaat, die non-binair is en zich ‘frontpersoon’ noemt, is sinds de tienerjaren actief in de politiek en het feminisme. „In Gelderland was niemand met wie ik een punkband kon beginnen, maar in Amsterdam vond ik al snel geestverwanten.” Tompoussy oefent elke week, de teksten worden geschreven door Holtmaat, met inspraak van de anderen. „We sturen elkaar artikelen, als inspiratie: ‘hier moeten we iets mee’.”

Depressie

Prominent onderwerp bij bijna alle nieuwe punkbands is de wooncrisis. Zozeer zelfs dat meerdere groepen dezelfde tekst bedachten. De bandleden van Tompoussy waren bij een woonprotest in Amsterdam. „We hoorden een vrouw uit Den Haag roepen ‘Geen kankerduur kankerhuis’ en iedereen ging juichen. Daar hebben we een tekst van gemaakt.”

Dat werden de woorden: ‘Beter politiek bestuur/ minder huisjesmelkers en/ minder hoge huur/ geen kankerduur kankerhuis/ wij willen beter woonbeleid.’

Holtmaat: „Later bleek dat de groep Hard Voor Weinig, uit Leiden, die uitspraak ook in een tekst gebruikt had.”

Lees ook: Hang Youth: ‘Wij zijn de winnaar van de Apocalyps’

Tompoussy heeft inmiddels zes nummers. Als onderwerpen voor volgende liedjes noemt Holtmaat klimaatverandering en hun gezamenlijke frustratie over het beleid van de VVD. „Bijvoorbeeld over de wachtlijsten in de GGZ, als het resultaat van hun politiek.”

Voor de bandleden heeft juist dit thema een persoonlijk belang. „De bassist heeft autisme en ADHD, de drummer heeft ADHD, ik heb autisme en de gitarist en ik hebben diabetes.” Even later noemt Holtmaat depressie als gezamenlijke kwaal. „Was ik die net vergeten? Het lijkt me ook overbodig om te noemen, dat hoort bij tiener-zijn in deze tijd.”

Holtmaat ziet hoe muzikanten en vrienden hier mee ‘worstelen’. „Ja, daar zit een liedje in.”

Ziek

Een interviewafspraak met de leden van The Covids werd in eerste instantie afgezegd. Bassist Max Vet appt: „Het is ironisch, maar de groep die zich naar het virus noemde, zit ziek thuis.”

Een week later vertellen Vet (23) en zanger Mehdi Tallal (25), in hun voor punkbegrippen luxe oefenruimte – met ramen – in Amsterdam, over het ontstaan van de groep. „Toen de lockdown een maand bezig was, zijn we begonnen”, zegt Tallal. „We hadden te veel vrije tijd, er was geen horeca om te werken of heen te gaan. En we hadden geld, want we werden doorbetaald.” Zijn oude wens om in een punkband te spelen, kon nu worden uitgevoerd. „Het bleek het allerleukste wat er is, muziek maken met je beste vrienden.”

Een van de eerste nummers was ‘Gone’, over de lethargie die veel mensen de afgelopen jaren overviel. Tallal schreeuwzingt zijn lotgenoten toe: ‘Go out, are you not fed up/ For a walk, for a run, don’t you wanna…/ Get of the couch, lazy fucker’. The Covids konden repeteren in leegstaande horeca, zoals in Garage Noord in Amsterdam en in het Slachthuis in Haarlem. En ze namen een EP op in de leegstaande popzaal Patronaat in Haarlem, waar tijdens de lockdown een gratis studio was ingericht.

Intussen raakten ook oudere punks geïnspireerd door de nieuwe situatie. De drie leden van Hard Voor Weinig, dat al vijftien jaar bestaat, ontdekten hoe ze actueel konden zijn. „In de lockdown merkten we dat we heel snel een nummer konden schrijven en uitbrengen, en zo een bijdrage leveren aan de strijd”, zegt zanger/bassist Jurre Verhoog. Hun laatste twee nummers heten ‘Woonrecht’ en ‘De Ezel en de Engel’. De nummers werden geschreven, opgenomen en uitgebracht met een actuele aanleiding: de massale woondemonstraties van afgelopen najaar, en een ‘kerstsingle’ ter gelegenheid van het verbond van corona-complotdenkers en Forum Voor Democratie oftewel Willem Engel en Thierry Baudet (Baudet is Frans voor ‘ezel’). Verhoog, die zijn bandleden Pim van der Heiden en Ruben Bres leerde kennen in de links-radicale Leidse kraakscene, schreef nooit een tekst „die niet politiek was”. Ze zongen over racisme, politiegeweld, dierenrechten, klimaat en woonstrijd. ‘Woonrecht’ werd live uitgevoerd bij de woonprotesten.

Drummer Ruben Bres, die ooit de groepsnaam bedacht („In Leiden hoor je dat zeggen: ‘Hoe gaat het?’ ‘Ach, hard voor weinig maar nooit chagrijnig”) is enthousiast over het nieuwe elan dat hij om zich heen ziet. „Zo’n groep als Hang Youth staat binnenkort op Pinkpop, maar treedt ook op bij een demonstratie voor Hotel Mokum, het kraakpand.”

Geen hanekam meer

Volgens Bres draait actievoeren niet alleen om de actie zelf, maar ook om het netwerk eromheen en het onderhouden van vriendschappen. „Daarom zijn bijeenkomsten belangrijk. Feesten is niet alleen ‘lol’, het legt ook een basis voor betrokkenheid bij een zaak.”

De nieuwe punkbands hebben sinds hun ontstaan nauwelijks kunnen optreden. Tompoussy zelfs nog nooit. The Covids gaven afgelopen zomer een uitverkocht concert, voor 250 man. „Iedereen was wild, er werd gecrowdsurft en gesprongen”, zegt Mehdi Tallal. „Alles wat ik gehoopt had, gebeurde.” Hij droomt van een toekomst na Covid, waarin The Covids, nog wel onder die naam, elk weekend kunnen spelen.

En hoe zit het met de mode? Want ook uiterlijk is niet onbelangrijk in punkkringen. Celine Holtmaat heeft kortgeknipt stekelhaar. Tallal stak een veiligheidsspeld door zijn oor. De andere leden van The Covids dragen buttons en leren motorjacks, en knipten de mouwen van hun T-shirts. Maar de hanekam, ooit een bekend punk-attribuut, komt nauwelijks meer voor, zegt Max Vet. „Die is uitgestorven.” Ruben Bres van Hard Voor Weinig vindt het geen gemis: „Punk zit in je hart, niet in je haar.”