Nederland kwam in 2019 in een stikstofcrisis terecht, nadat de Raad van State had geoordeeld dat te weinig was gedaan om de stikstofneerslag terug te dringen.x

Foto Casper Huurdeman

Interview

Als de stikstofaanpak nu niet lukt, stopt deze ‘milieuprofessor’ ermee

Jan Willem Erisman | hoogleraar milieu en duurzaamheid

Zó veel geld, zó veel ministers – nu moet het lukken stikstofuitstoot door de landbouw te verminderen, zegt de ‘milieuprofessor’.

Als het nu niet lukt, dan weet Jan Willem Erisman, hoogleraar milieu en duurzaamheid in Leiden, het ook niet meer. Sinds hij onderzoek doet naar stikstof, en dat is al zo’n 35 jaar, worstelt de overheid met de overvloed aan dit chemisch element, dat slecht is voor de natuur en de dieren die erin leven. Maar nu zijn er een landbouwminister, een stikstofminister én 25 miljard euro om de stikstofcrisis te bezweren.

Nederland belandde in 2019 in die crisis nadat de Raad van State had geoordeeld dat te weinig was gedaan om de stikstofneerslag terug te dringen. Als de jongste stappen van het nieuwe kabinet niet voldoende zijn, zegt Erisman: „Dan stop ik ermee.”

Zijn eerste oratie hield Erisman twaalf jaar geleden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, over stikstof. Afgelopen vrijdag oreerde de hoogleraar voor de tweede keer, dit keer aan de Universiteit Leiden.

De zaal was praktisch leeg. Erismans’ jongste dochter zat thuis met corona. Zijn partner en andere dochter waren wel aanwezig. Hij wilde per se dat de oratie doorging, zegt hij, omdat het onderwerp belangrijk is en omdat het kort na de presentatie van het regeerakkoord viel.

Dat document staat vol scherpe doelen voor klimaat en stikstof, zegt Erisman aan de telefoon, een dag voor zijn oratie. Hij somt op: 60 procent minder broeikasgassen in 2030 dan in 1990; halvering van de stikstofuitstoot in 2030 vergeleken met 2019. En de waterkwaliteit in Nederland moet over vijf jaar overal aan de Europese richtlijnen voldoen.

Grote plannen, joekels van opgaven. Voor de hele milieu-operatie wordt tot 2035 60 miljard euro uitgetrokken, waarvan 25 miljard specifiek voor stikstofreductie. Ambtenaren van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) rekenen nu per provincie de stikstofdoelen uit, waarna de provincies een plan opstellen hoe ze die doelen gaan halen. Het Rijk stelt geld beschikbaar uit het stikstoffonds.

Hoe het geld besteed wordt, is in grote lijnen bekend. De twee belangrijkste kostenposten: uitkoop (soms gedwongen) van boerenbedrijven (ruim 7 miljard euro) en van boerenland natuurgrond maken. Verder: 2,5 miljard voor ‘natuurinclusieve’ landbouw. Dat geld gaat naar boeren die minder dieren houden en daardoor grond en milieu minder belasten. Tot slot is er dik 1 miljard voor technologische oplossingen.

Exportpositie heroverwegen

Van technologische oplossingen moet je het niet hebben, zegt Erisman. Neem een machine die stikstofuitstoot in stallen vermindert. Boeren hebben er veel vertrouwen in, maar de machine reduceert alleen de ammoniakuitstoot en doet niets aan broeikasgassen. Over de roostervloeren van stallen liggen dan metalen strips met gaatjes, waardoor urine wegsijpelt naar een opslag. Een robot schuift de mest in een andere kelder. Dit leidt, zegt Erisman, tot minder stikstofuitstoot in de stal. Maar als het systeem niet goed wordt onderhouden, zegt Erisman, vallen de resultaten tegen.

Lees ook: Met het stikstoffonds van 25 miljard mogen de provincies het opknappen

De regionale aanpak die het Rijk voor ogen heeft – daar is Erisman wel uitgesproken voorstander van. Je moet per gebied doelen stellen, zegt hij. Begin met plaatsen waar de uitstoot hoog is, zoals de zandgronden in Gelderland, Overijssel, Drenthe en Noord-Brabant én in de Gelderse Vallei (dicht bij de Veluwe). Deze regio’s zijn – volgens onderzoek dat Erisman eerder voor het ministerie deed – verantwoordelijk voor de helft van de stikstofneerslag op natuurgebieden.

Volgens Erisman moet de Nederlandse landbouw komende jaren veel minder nadruk leggen op hoge productie. Nederland is na de Verenigde Staten de tweede agrarische exporteur ter wereld: de export van onder meer vlees, zuivel en veevoer is zo’n 7,5 procent. Volgens Erisman moet Nederland die positie heroverwegen.

Erisman verwacht een scheiding in de landbouw: aan de ene kant ziet hij een kleine groep grote boerenbedrijven die produceren voor de export, aan de andere een grote groep kleine boeren die minder produceren en daarnaast aan „landschapsbeheer” doen. Deze boeren zorgen ervoor dat het landschap er mooi bij ligt en planten, bloemen en struiken beter groeien. Neem het Maasheggengebied, zegt Erisman. Als je boeren verantwoordelijk maakt voor het onderhoud van dat gebied langs de Maas in Brabant, komt dat de natuur en de biodiversiteit daar ten goede.

Jan Willem Erisman.

Foto Dieuwertje Bravenboer

De boer als tuinman? Waarom niet, zegt Erisman. „Hij zorgt voor voedsel en voor het land.” En volgens hem zijn boeren de „ratrace” beu, waarin ze steeds meer moeten produceren tegen lagere prijzen. Als boeren eerlijk betaald worden voor landschapsonderhoud zijn ze bereid, zegt hij.

Gevaren

De beoogde aanpak van het kabinet heeft ook gevaren, volgens hem. Met vijf betrokken ministers (Landbouw, Volkshuisvesting, Economische Zaken en Klimaat, Infrastructuur, en Waterstaat) valt „politiek gekonkel” niet uit te sluiten. De vereiste afstemming zal de aanpak van stikstof sowieso vertragen. Hij vindt het jammer dat het nieuwe kabinet geen „landschapscommissaris” heeft aangesteld, zoals oud-landbouwminister Cees Veerman adviseerde. De onafhankelijke landschapscommissaris staat buiten het politieke spel en controleert los van andere belangen of gestelde doelen gehaald worden. Een ander gevaar: de aanpak kan te „vrijblijvend” blijken. Als boeren hun bedrijfsvoering niet aanpassen binnen de doelen, zegt Erisman moet er een „plan B” zijn: „grootschalige uitkoop, onteigening, of desnoods het intrekken van de vergunningen”.

De landsadvocaat noemde intrekken van vergunningen eind 2021 in een advies aan het ministerie van LNV al „onontkoombaar” om de stikstofcrisis op te lossen. Daarop volgde hevig verzet van boeren en hun belangenbehartigers.

Erisman vindt het opvallend dat slechts een kwart van de 25 miljard euro naar structurele maatregelen gaat. Hij noemt zijn stokpaardje, dat in interviews vaak opduikt: de boeren op Schiermonnikoog. Zeven jaar geleden begeleidde Erisman een groepje melkveehouders op ‘Schier’, die hun stikstofuitstoot met 20 procent moesten reduceren. Ze mochten daarvoor zelf een plan maken, maar als dit niet goed genoeg was, zou de provincie één bedrijf uitkopen en van dertig hectare boerenland natuur maken. De boeren deden samen 30 procent van hun koeien weg, en kregen daarvoor een vergoeding. Resultaat: de stikstofreductie was twee keer zo groot als verwacht. Erisman wil hiermee zeggen: boeren die willen blijven boeren kunnen zelf heel goede oplossingen bedenken. De boeren op Schiermonnikoog zijn daarnaast zelf kaas gaan maken. „Prima kaas!” zegt Erisman.