Opinie

Tegensputteren kan niet bij online gedragsanalyse

Maxim Februari

Laten we haar uit discretie Pippi noemen. Ik ken Pippi niet, maar ze gooit een papiertje in mijn brievenbus. Of ik haar QR-code wil scannen. Vervolgens moet ik antwoord geven op politieke vragen, zodat ik Pippi vooruit help met haar onderzoek naar een stemhulp-chatbot.

De enquête is alweer offline voordat ik ernaar kan kijken. Vreemd. Misschien is Pippi een buitenlandse mogendheid die mij wil manipuleren, denk ik; want dat soort dingen ga je denken na twee jaar eenzame opsluiting in huis. Grimmig en wantrouwig struin ik verder over het internet en al snel stuit ik op een ander onderzoek, het Nationaal Media Onderzoek. Dat is nog bevreemdender dan dat van Pippi.

Maar misschien moet ik eerst opbiechten wat ik zat te doen voordat Pippi langs kwam met haar chatbot. Ik zat na te denken over de wet. Waarom gehoorzamen we de wet wel of juist niet? Die vraag was relevant geworden omdat wanhopige ondernemers in het weekend hun zaak uit protest opengooiden, bezorgde burgemeesters besloten niet te handhaven en opstandige echtparen demonstratief op terrassen zaten achter een kop koffie met een appelpunt.

De wet, heb ik wel eens gelezen, heeft gezag omdat mensen haar dat verlenen. Dat doen ze uit respect voor de legitimiteit van autoriteiten, uit deugdzame zelfdiscipline, uit eergevoel, uit angst voor straf en dwang, uit rationele waardering voor de rechtsstaat. Daarnaast heeft de wet een communicatief aspect, een expressieve functie, en je zou kunnen zeggen dat die rebellerende echtparen middels hun appeltaart in gesprek gingen met de wet.

Want met het afkondigen van geboden en verboden geeft de wetgever ook informatie over risico’s aan de burgers. Voert hij een verbod op vuurwerk in, dan geef hij het signaal af dat de samenleving anders is gaan denken over de gevaren ervan en dat de acceptatie afneemt. De wetgever formuleert een maatschappelijke overtuiging en de burgers passen hun overtuigingen daarop aan.

Rechtsfilosofisch gebeurde er dus van alles toen in het weekend de koffiehuizen opengingen. Het koffiedrinken was eigenlijk een gesprek over overtuigingen en dat speelde zich af binnen de rechtsgemeenschap, de politieke gemeenschap, precies hoe je zo’n gesprek graag voor je ziet. Dit gaat allemaal heel goed, concludeerde ik blij.

En toen kwam Pippi. Althans via haar stuitte ik op het Nationaal Media Onderzoek, het vroegere kijk- en luisteronderzoek, van Ipsos. Volgens eigen zeggen is Ipsos één van de grootste marktonderzoekbureaus ter wereld. Met medewerking van het nog veel grotere databedrijf Kantar onderzoekt het bureau tegenwoordig ‘de internetactiviteiten van Nederlanders’. En hier begint het gesprek binnen de gemeenschap te stokken.

Om aan het onderzoek mee te doen, moet je de telefoon dag en nacht aan hebben staan, je moet hem meenemen van de badkamer naar de slaapkamer en Ipsos toegang geven tot je microfoon. Eigen VPN verwijderen. Een speciale VPN van Ipsos instellen: zo kan de app meten welke apps en websites je bezoekt. Extra root certificaat installeren: zo is je internetverkeer niet langer versleuteld voor Ipsos en weet het bureau ook precies waarnaar je zoekt.

In principe kan Ipsos zo al je internetverkeer inzien, schrijft Jaap-Henk Hoepman van de Radboud Universiteit op zijn persoonlijke blog Xot.nl. Mailverkeer, banktransacties en autorisatiecodes, gebruikersnamen en wachtwoorden. En daarmee ook juridisch en politiek gevoelige informatie. „We kunnen u verzekeren dat deze apps GEEN telefoongesprekken opnemen en GEEN inhoud van e-mails of sms-berichten verzamelen”, schrijft Ipsos. Maar het kan wel.

Alle grote Nederlandse mediabedrijven zijn volgens Ipsos bij het onderzoek betrokken. „Denk daarbij aan televisiezenders zoals NPO en RTL, de uitgevers van De Telegraaf, de Volkskrant en alle andere landelijke en regionale dagbladen, maar ook uitgevers van bijvoorbeeld de Donald Duck, LINDA, Libelle en National Geographic.”

Dat kan verklaren waarom de Donald Duck en de Telegraaf de aarzelingen over het onderzoek niet hebben opgepikt: afgezien van een klein bericht in Trouw is er geen aandacht aan besteed. Terwijl dit onderzoek, ver over de grenzen van marktonderzoek heen, diep doordringt in levens, ook van de mensen die in de buurt komen van de deelnemers, hun microfoon of hun bankrekening.

Al met al is dit een interessant verschil tussen de wet en het gedragsonderzoek, dacht ik dit weekend in mijn eenzame afzondering. Met wetten en regels kun je praten en je kunt er demonstratief appeltaart tegen gaan eten. Terwijl gedragsanalyse de samenleving beïnvloedt zonder dat je weet welke overtuigingen in het geding zijn en hoe je moet tegensputteren.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.