Johnny de Mol ving de klappen op die bestemd waren voor zijn vader

Zap Een zekere moed kan Johnny de Mol niet worden ontzegd. De zoon van John de Mol en neef van Linda, liet zich in zijn talkshow HLF8 ondervragen over de Voice-storm die over medialand raast. Zo dreigde het – helaas – de avond van Help, mijn vader heeft een doofpot te worden.

Johnny de Mol in HLF8.
Johnny de Mol in HLF8. Beeld SBS6

Er zijn avonden waarop je snakt naar Help, mijn man is klusser (RTL4), het reservaat van mannelijke onmacht waarin het ondenkbaar is dat deze wezens ooit in staat zullen zijn tot gestructureerd gereedschapsgebruik, laat staan tot machtsmisbruik. Maandag bracht het programma ons naar het heerlijke Harmelen, alwaar Laura de schimmel toonde in de kamers die haar Stuart nu al drie jaar niet opknapte. „Het kost zoveel energie om boos te zijn”, zei Laura. Inmiddels sliep het stel de helft van de week apart, tot ontzetting van presentator John Williams.

Maar ja, een televisierecensent is een professioneel voyeur, dus moest ik eerst door het sleutelgat van de familie De Mol spieken. De talkshow HLF8 van Johnny de Mol was weer begonnen terwijl de Voice-storm over medialand raasde, met zijn vader als grote toedekker en zijn tante als de inmiddels ex-partner van grensoverschrijder Jeroen Rietbergen. De jonge De Mol keek het beest in de bek en begon – trillend en met vochtige ogen van de stress – met een verklaring die de slachtoffers voorop stelde, maar ook de schaamte van zijn naasten benoemde en zijn eigen gebrek aan objectiviteit.

Een zekere moed kan hem niet worden ontzegd. Je kreeg de indruk dat deze zoon bereid was om de klappen op te vangen die bestemd waren voor zijn vader, die in zijn eigen doofpot gekropen lijkt te zijn. De presentator werd stevig ondervraagd door zijn tafelgast Catherine Keyl. Zijn ‘aangewaaide oom’ Rietbergen noemde hij een „ongelooflijke klootzak”, met de toevoeging dat „we ook van hem houden”. Dat John de Mol van de wantoestanden op de hoogte is geweest, werd door zijn zoon met zoveel woorden bevestigd.

Kritiekloos ondervraagd

Omdat dit niet de avond van Help, mijn vader heeft een doofpot moest worden, zapte ik naar M. Daar had Margriet van der Linden tweederde van haar uitzending ingeruimd voor het groepje onderzoekers dat zichzelf heeft opgepompt tot „cold case team” en een mogelijke verrader van Anne Frank heeft aangewezen. Met 85 procent zekerheid, zeiden ze er zelf bij.

Ze werden bijna een halfuur kritiekloos ondervraagd, waarna de hele „ontdekking” door Bas Heijne in een paar zinnen tot reële proporties werd teruggebracht: een kopie van een anoniem briefje dat na de bezetting was bezorgd bij Otto Frank plus emmers vol speculatie. Later op de avond werden de stelligheden van de onderzoeksgroep en hun marketing verder gedemonteerd door journalist Ronit Palache in Op1 („bombastisch gedoe”) en de in de Joodse Raad gespecialiseerde journalist Hans Knoop („dat de familie Frank werd verraden, is op zichzelf al een aanname”) bij Beau.

Daar zat ik toch weer verstrikt in de talkshows. Bij Beau vertelde voormalig Voice-deelnemer Nienke Wijnhoven live op tv hoe ze was aangerand door Rietbergen, waarna een strafrechtadvocaat het een goed moment vond om over bewijsvoering te beginnen (juridisering van grensoverschrijdend gedrag is de eerste verdedigingslinie van de machtigen). Van Erven Dorens zei dat het vooral om moraal ging, waarna hij samen met gast Angela de Jong probeerde zo veel mogelijk intieme details op zijn talkshowtafel te krijgen.

„We hebben vast allemaal domme dingen gezegd, ik ook,” besloot Van Erven Dorens, die de zelfkritiek niet schuwt. Inderdaad had de talkshowavond alle trekken van – we komen er wel – een woning waar na jaren de buizen nog open en bloot in de wc hangen. De weifelmoedige Stuart was in Help, mijn man is klusser inmiddels aan het werk gezet. Zelden een man met zo weinig passie een breekijzer zien hanteren. De voiceover lichtte toe dat Stuart een tijdje geleden „lelijk gevallen” was op zijn schouder. Langzaam daalde er weer een zekere rust over de televisie neer. Of, zoals Laura verzuchtte op de trap van haar vernieuwde huis: „Ah, een plafond!”