Recensie

Recensie Film

Ivory is openhartig, ijdel én heeft zelfspot in zijn memoires

Autobiografie | James Ivory In de amusante memoires van regisseur James Ivory gaat het weinig over de kwaliteitsfilms die hij maakte. Aan bod komen wat hem dreef, zijn jeugd, liefde, seks, intimi en vijanden. Soms zijn het odes, soms afrekeningen.

Regisseur James Ivory tijdens een vertoning van ‘Maurice’ in 2018.
Regisseur James Ivory tijdens een vertoning van ‘Maurice’ in 2018. Foto Joe Scarnici / Getty

Wat blijft je bij van een briljant leven als je 93 jaar bent? Niet je werk kennelijk. Wie in autobiografie Solid Ivory van de Amerikaanse regisseur James Ivory iets hoopt te vinden over de triomfen van Merchant Ivory Productions, zijn 44 jaar durende samenwerking met filmproducer en grote liefde Ismail Merchant, komt bedrogen uit. Vrijwel niks over A Room With a View (1985), Howards End (1992) of The Remains of the Day (1993) en al die andere elegante, rijk aangeklede literaire bewerkingen waarmee ze triomfen vierden. ‘Kwaliteitsfilms’ over de upper class die filmcritici soms wegwuifden als ‘middlebrow’: het kleinburgerlijk idee van goede smaak. Als stijl zonder passie.

Die 34 films lijken Ivory niet buitenmatig meer te boeien. Zijn memoires gaan over andere dingen: wie hij is, wat hem dreef. Zijn jeugd, liefde, seks, idolen, intimi, vijanden. Films maken? Een regisseur moet visie hebben, aldus Ivory, maar op de set is hij breed, niet diep. Cast en crew zijn juist diep, niet breed: gericht op één aspect. Dus zoek je talent en laat dat zijn gang gaan. Een regisseur stuurt hooguit discreet bij als iemand de weg kwijtraakt.

Op de filmset was James Ivory niet van getier en confrontatie, wel van samenzweren en manipulatie, schrijft hij. Zo lispelt hij actrice Vanessa Redgrave bij The Bostonians (1984) terloops in het oor wanneer ze te snerend blijft spelen dat ze zo nogal ‘common’ overkomt. Dat woordje, met zijn subtekst van middenklasse en middelmaat, doet wonderen bij Britse acteurs, weet hij. Over andere praktijken fronst men anno 2022 de wenkbrauwen. Zo stormt Raquel Welch razend van de set en eist excuses als Ivory bij zijn film The Wild Party (1975) stiekem afspreekt dat tegenspeler Perry King haar met rollende camera onverwachts op bed smijt en vastpint omdat Welch weigert een seksscène op te nemen. Kinderachtig divagedrag, vindt hij nog steeds.

Zoete wraak

Op één professionele triomf komt Ivory wel uitgebreid terug: zijn verlate Oscar – hij werd driemaal als regisseur genomineerd – voor het scenario van Call Me By Your Name in 2018. Zoete wraak: Ivory bewerkte het verhaal van André Aciman – over de eerste liefde van de tiener Elio voor de wat oudere Oliver – voor Luca Guadagnino en werd de positie van co-regisseur beloofd. Guadagnino fêteerde opa Ivory als eregast in zijn glamoureuze kring te Crema. Tot puntje bij paaltje kwam en een Franse producer Ivory vertelde dat hij niet welkom was op de set. Acteurs die hij aandroeg – Greta Sacchi als moeder, Shia LaBeouf als Oliver – werden afgewezen. Dus toen Ivory als enige een Oscar won en Guadagnino hem ruiterlijk kwam feliciteren, liet hij het beeldje nadrukkelijk tegen diens borstbeen drukken. „Hij moet dat als onterend hebben ervaren”, monkelt Ivory.

Dat zet de toon van Solid Ivory: zeer openhartig, soms vals, vaak ijdel. Maar altijd met zelfspot. Lees je over Ivory’s jonge jaren – het beste deel van zijn memoires – dan zie je onwillekeurig Kodi Smit-McPhee in de film The Power of the Dog voor je: een broodmagere, dandyachtige estheet, introvert, maar blakend van zelfvertrouwen. James Ivory worstelde nimmer met zijn homoseksualiteit, vertelde hij The New Yorker. „Ik dacht: als ik dat wil, dan is het goed. Een vriend zei: Jim, dat is de attitude van een seriemoordenaar! Ik heb nogal een hoge dunk van mezelf.”

Als geadopteerde zoon van een nouveau riche-houtmagnaat in Klamath Falls, Oregon was Ivory altijd smaakvol gekleed, een liefhebber van mooie dingen, ambitieus, scherp van tong. Een onverbeterlijke snob, erkent hij, die er vaak verbeten bij wilde horen: de obsessie van de geadopteerde zoon?

Komt zijn loopbaan op gang, dan wordt Solid Ivory een potpourri van brieven, dagboekfragmenten en anekdotes. Vaak amusant, maar vormloos, heel anders dan zijn films. Net zo wisselvallig zijn de portretten van intimi, idolen, vijanden en geliefden: soms ode, soms afrekening.

Over zijn seksuele geaardheid en de relatie met zijn grote liefde Ismail Merchant hield Ivory zich tot diens overlijden in 2005 op de vlakte met het oog op Merchants Indiase moslimfamilie. Nu haalt hij de schade in. Merchant was ‘highly sexed’. Nu en dan deelden ze een partner, vaak was Ivory ‘een soort Franse matrone’ die de seriële ontrouw van haar gade hoofdschuddend gadeslaat in de kalme wetenschap dat hij altijd terugkomt.

Zelf stond Ivory ook niet droog. Hij rubriceert enthousiast de penissen in zijn leven: „a heavy, charged looking cock, of the sixteen years old, end of the garden hose variety” of „a rosy, schoolboy-looking ready cock” – die laatste is van reisboekschrijver Bruce Chatwin, met wie Ivory in de jaren zeventig een amoureuze, maar weinig romantische affaire had.

Lees ook: Waarom iedereen Satyajit Ray zou moeten kennen

Merchant Ivory

Via puzzelen vind je iets van chronologie. James Ivory raakte begeesterd door India na kennismaking met Jean Renoirs The River en de films van Satyajit Ray, die hij opzocht in het telefoonboek van Bombay. ‘De Maestro’ nodigde hem uit, bij hem keek Ivory het vak af. In India dompelde hij zich onder in de westerse expat-gemeenschap en ontmoette hij schrijfster Ruth Prawer Jhabvala, een Duitse Jodin die vluchtte naar Londen, trouwde met een Indiase architect en als scenarioschrijver en hartsvriendin het derde lid van het ‘triumviraat’ Merchant Ivory werd: zij won twee Oscars.

Als Ivory in New York in 1961 op een filmavond Ismail Merchant ontmoet, een ambitieuze, energieke en extraverte zelfpromotor, is het trio compleet. Ze debuteren in 1963 met een film naar Prawer Jhabvala’s roman The Householder, Satyajit Ray helpt met de montage en blijft het trio adviseren. Na een serie Indiase films beginnen in de jaren zeventig de gloriejaren. Ivory is de estheet, Merchant de Macher die overal geld vandaan tovert – en velen een poot uitdraait. Maar bij Merchant Ivory was je dan wel even lid van een elegante, levendige cirkel van uitverkorenen, met de luidruchtige Ismail Merchant steevast in de keuken. Zoals de piepjonge, schandalig onderbetaalde Hugh Grant ooit zei over zijn rol in de film Maurice: „Ik deed het voor de curry.”

Maurice (1987) is de andere film waar Ivory expliciet op ingaat: een tranendal van repressie, zelfhaat en paranoia rond de homoseksuele Maurice in het Dublin en Londen anno 1910. Het loopt goed af: Maurice vindt liefde bij jachtopziener Scudder. En dat was in 1987 opmerkelijk: gay films werden toen geacht in eenzaamheid, tranen, ziekte, moord of zelfmoord te eindigen. Anders won je geen Oscar.

The Times vroeg zich bezorgd af of deze reclame voor homoseksualiteit niet ongepast was in tijden van aids. De tijden zijn veranderd, en Maurice hielp daarbij: James Ivory is er trots op dat wildvreemden hem nog steeds aanschieten omdat de film hun leven veranderde. Al wijst hij er ook fijntjes op dat bij Call Me By Your Name de acteurs Timothée Chalamet en Armie Hammer contractueel lieten vastleggen dat niemand hun penis zou zien; bij seks glijdt de camera preuts het raam uit. Niet alles is vooruitgang.