Een geschiedenis van de plofbal, bij de start van het EK futsal in Nederland

EK zaalvoetbal Nederland begint het EK futsal in eigen land tegen Oekraïne. Om de finesses van het spel te begrijpen, is kennis over de bal essentieel. Vier spelers van Oranje over de plofbal.

Karim Mossaoui van het Nederlands team probeert een speler van Argentinië te passeren
Karim Mossaoui van het Nederlands team probeert een speler van Argentinië te passeren Jeroen Putmans/ANP

Omtrek: tussen de 62 centimeter en 64 centimeter. Gewicht: 400 gram tot 440 gram. Overdruk: tussen 0.6 bar en 0.9 bar. Een voetbal? Zeker, maar geen gewone. Een plofbal - voor zaalvoetbal. Die is kleiner dan een veldvoetbal, met minder lucht gevuld en ooit ontworpen om het spel in de zaal nog sneller en dynamischer te maken.

Woensdagavond begint het EK futsal voor Nederland, met een wedstrijd tegen Oekraïne in Amsterdam. Tijdens het toernooi, georganiseerd door Nederland, wordt gespeeld met een Adidas-bal. Een waarover zaalinternationals Manuel Kuijk, Karim Mossaoui, Oualid Saadouni en Mats Velseboer te spreken zijn. Ze trainen er al maanden mee, om te wennen. Zo’n twintig exemplaren gebruikt het Nederlands team tijdens oefensessies in Zeist. De bal voelt goed aan. Beter misschien wel dan de ballen van hun eigen clubs, Hovocubo uit Hoorn en FC Eindhoven.

Dat er verschil zit in de plofballen die in de zaal gebruikt worden, weten de internationals maar al te goed. In Nederland mag iedere zaalvoetbalvereniging zelf bepalen met welk merk er gespeeld wordt. „Spelen Manuel en ik uit bij hun” - Saadouni wijst naar Velseboer en Mossaoui - „dan spelen we met een Derbystar. Bij ons in Eindhoven spelen we met een Nike-bal.”

De een stuitert meer, is iets lichter, rolt zelfs anders - details waar het spel van de teams op moet worden aangepast. Die verschillen worden veroorzaakt door de gebruikte materialen. „De een heeft een zachte foamlaag eromheen, die kun je iets meer inknijpen”, zegt doelman Manuel Kuijk. „Andere ballen zijn weer voor een deel van leer gemaakt en daardoor harder.” Ze liggen dan anders in zijn hand, blijven wat meer plakken of juist niet.

Bedacht in Uruguay

Het spel futsal werd in 1930 bedacht door de Uruguayaanse gymdocent Juan Carlos Ceriani, in het jaar dat zijn land wereldkampioen voetbal op het veld werd. Indoorvoetbal noemde hij het, voetbal in een zaal. Met andere spelregels en minder spelers, maar nog wel met een veldvoetbal. De bal zou pas decennia later worden aangepast aan de sport - in Nederland werd de plofbal in 2001 als vaste wedstrijdbal in zaalcompetities geïntroduceerd. Een kleiner, compacter formaat, met minder ‘stuit’, bedoeld om het spel te versnellen. En om het schieten en scoren minder makkelijk en veiliger te maken: met een veldvoetbal was een zaalkeeper zijn leven niet altijd zeker in het doel.

Het werd dus een plofbal, waarvan de blaas gevuld is met microvezel. Die oogt standaard zwaarder dan een veldvoetbal, maar is dat in werkelijkheid niet. De bal daalt wel sneller dan zijn equivalent op het veld, als hij het hoogtepunt in de lucht heeft gehaald. De stuit die daarna volgt moet zo’n dertig procent minder zijn dan bij een normale bal, om als plofbal door te kunnen gaan. Of zoals de regels van voetbalbond KNVB voorschrijven: als de bal van twee meter hoogte valt, mag de eerste stuit niet hoger dan 65 centimeter zijn. De bal ploft dus neer en vraagt daarmee om een andere balbehandeling, een aanpassing van de techniek van spelers.

Lees ook: deze reportage over jeugd en pleintjesvoetballers, de hoop van het Nederlandse futsal

Een lange, hoge bal, zoals die op het veld veel wordt gebruik, kun je er niet makkelijk mee spelen. „Als je de bal lang wil geven in de zaal, dan moet je hem echt aan de onderkant raken. Op het veld is het genoeg om de bal in het hart te raken om hem hoogte mee te geven”, zegt Oualid Saadouni, aanvoerder van het Nederlands team.

Een futsalbal moet je ook harder trappen dan je denkt, verder durven schieten. „Je moet door de bal heen trappen, het liefst met je wreef”, zegt Karim Mossaoui, die op het veld voor onder meer Excelsior uitkwam. Dan kun je de bal het best sturen en deze zo strak mogelijk over de zaalvloer laten glijden.

Ik heb meer blauwe plekken dan op het veld

Manuel Kuijk doelman Oranje

Vooral bij begin tieners en jongere kinderen is goed zichtbaar dat een plofbal zwaarder aanvoelt. „Die krijgen een plofbal niet makkelijk over de breedte van het veld”, zegt Saadouni, die jongens van twaalf en dertien jaar traint. „Ik weet nog dat ik als twaalfjarige ook moeite had om de lat te raken met de bal”, vertelt Velseboer.

Op straat wordt veel gebruik gemaakt van de plofbal. „Wij speelden er op pleintjes vroeger ook altijd mee”, zegt Moussaoui. De voetballers, de spelers met een actie, die willen graag een plofbal. De bal blijft dichtbij je, wil niet van je voet afspatten. Maar de jeugd die graag hard wil schieten, heeft weer liever een veldbal, zegt Saadouni.

‘Je kunt alle kanten op’

Het geheim van de bal zit in het nut, zeggen de spelers. „Omdat de bal niet wil stuiteren, hebben we betere controle”, zegt Mossaoui. Een goede aanname is genoeg om meteen door te kunnen spelen. Voet over de bal, het hoofd omhoog. Op zoek naar een teamgenoot, of klaar voor de een-tegen-een situatie.

„Ik denk dat als we een normale bal zouden gebruiken, dat de bal dan vaker uit het spel zou zijn, dan in het spel”, zegt Saadouni. „Doordat je je voet op de bal zet, kun je alle kanten op. Op het veld heb je vaak een aanname met binnenkant voet, dan ben je al beperkt in je opties”, zegt doelman Manuel Kuijk.

Dat de spelers voor hem een betere controle hebben over de bal, maakt het anticiperen voor de keeper complexer. „Je moet altijd opletten dat ze de bal niet nog even terughalen, voor ze gaan schieten. Iets wat met een grotere bal niet zo makkelijk gaat.” Voordeel is wel dat het met een plofbal minder makkelijk is om hard te schieten, zeker vanaf een afstand. Maar áls de bal dan wordt geschoten, ploft de bal ook hard in zijn lichaam. „Ik heb meer blauwe plekken dan ik als keeper op het veld had”, zegt Kuijk.

En koppen? Mossaoui: „Gelukkig zijn er geen buitenspelers om hoge voorzetten te geven.” Saadouni begint te lachen. „Als je te veel kopt in de zaal krijg je hoofdpijn, dat weet ik zeker.”

Correctie (19 januari 2022): in een eerdere versie werd gesproken over luchtdruk. Bedoeld werd overdruk, dit is aangepast.