Opinie

Daders, slachtoffers en destructie in Den Haag

Tom-Jan Meeus

Boven het debat over de regeringsverklaring hangt deze week ook de vraag naar de verbale verruwing in de nationale vergaderzaal. De Kamer heeft een voorbeeldfunctie, en nu de bedreigingen en intimidaties van politici epidemische vormen aannemen, zou je vermoeden dat ze motivatie voor matiging hebben. Wat houdt ze tegen?

Globaal heb je drie scholen. De eerste zegt: Rutte IV is de voortzetting van het kabinet dat informatie achterhield in de Toeslagenaffaire. Zie hoe oud-staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid, VVD) pas op de dag van haar vertrek toegaf dat zij gemeenten vorig jaar een ‘aanwijzing’ voor asielopvang gaf waartoe zij niet bevoegd was. Zie hoe oud-minister Stef Blok (Economische Zaken, VVD) Groningen enkele dagen voor zijn afscheid overviel met het nieuws dat meer gasboringen toch waarschijnlijk zijn. Rutte IV krijgt wat het verdient: assertiviteit, controle en argwaan.

De tweede school zegt: de redelijkheid dreigt uit de Kamer te verdwijnen, debatten richten zich „op de persoon, niet op (-) oplossingen”, zoals oud-minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) in de Volkskrant zei. Oud-Kamerlid Bart Snels (GroenLinks), nota bene de grondlegger van het parlementair onderzoek naar de Toeslagenaffaire, had dezelfde kritiek toen hij najaar 2021 vertrok: te veel parlementariërs zijn uit op „het beschadigen van anderen”, schreef hij.

Als je dit probeert te objectiveren zie je aan weerskanten politici die zich slachtoffer van hun opponenten wanen. Gestolde verhoudingen. Vijandigheid zonder aandacht voor de motieven van tegenstanders.

Om de feestvreugde te vergroten heb je de derde school, mensen als Thierry Baudet (FVD) en Geert Wilders (PVV), voor wie de frontale aanval op de gevestigde orde in elk groot debat vereist is. Destructiedrang uit electorale noodzaak.

In december liet het EenVandaag-opiniepanel zien hoe fnuikend deze driedeling uitpakt. De meeste aandacht ging uit naar het ingestorte vertrouwen in het demissionaire kabinet – logisch. Maar het geloof in de Kamer was „net zo hard gekelderd”, leerde het onderzoek, mede omdat het parlement „niet constructief” zou zijn.

Dit schreeuwt er dus om dat ook Kamerleden de vijandige stellingen verlaten – al vrees ik dat zij zich liever uit de voeten maken met een jij-bak. En hoewel journalisten hier geen primaire verantwoordelijkheid dragen – zij voeren geen Kamerdebatten – kun je na een jaar verruwing en destructiedrang wel vragen hebben over wat nog politiek nieuws moet zijn. Ga je uit van de klassieke definitie van nieuws – alles wat afwijkt van het bekende – dan is er dit keer misschien extra reden de zoveelste ingestudeerde afrekening of scheldpartij maar eens wat minder aandacht te geven.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft elke dinsdag op deze plek een column.