Animatiestudio’s groeien, ondanks zoombingo en existentiële vragen

Animatie Het was even wennen, maar voor Nederlandse animatiestudio’s betekende de coronacrisis soms onstuimige groei. Hoe komt dat?

Animatieseries gemaakt tijdens de pandemie. Met de klok mee, vanaf linksboven: ‘Kop Op’ door Job, Joris & Marieke, ‘Anansi de spin’ door il Luster en ‘Undone’ door Submarine.
Animatieseries gemaakt tijdens de pandemie. Met de klok mee, vanaf linksboven: ‘Kop Op’ door Job, Joris & Marieke, ‘Anansi de spin’ door il Luster en ‘Undone’ door Submarine. Beeld Job, Joris & Marieke, Il luster en Submarine

Mede dankzij corona was het makkelijker om voor de nieuwe animatiefilm Victor Vleermuis grote namen te strikken uit de live-actionfilmwereld, legt animatieproducent en -scenarist Michiel Snijders uit. „Je merkt dat mensen uit die kant van de filmsector meer tijd hebben dan vroeger. Dus nu hebben we zowel een cameraman, editor als componist met een Gouden Kalf.”

Al kort na het uitbreken van de corona-epidemie bleek dat animatie zich in tegenstelling tot live-actionfilms gemakkelijk aanpaste. Nederlandse animatiestudio’s bleven op volle kracht doorwerken waar andere filmproducties soms worstelden met protocollen en lockdowns. Voor de Utrechtse animatieproducent il Luster, waarvan Snijders mede-oprichter is, is werken op afstand „niet ideaal”, maar hij vertelt dat het bij hen „prima” verliep omdat de studio door internationale co-producties al gewend was te overleggen via videobelprogramma’s, chat of virtuele ‘whiteboards’. „Daarnaast is het vak van een animator – of deze persoon nu in de studio zit of thuis – zeer individualistisch.” Animatoren werken meestal in hun eentje achter de computer aan frames die later worden samengevoegd tot een film. De studio maakte gedurende de pandemie onder meer de serie Anansi de spin, die momenteel te zien is op NPO3.

Lees ook: De animatie-industrie floreert in coronatijd

Voor de Amsterdamse animatiestudio Submarine was de pandemie in eerste instantie wel „disruptief”, zegt producent Bruno Felix. Op lange termijn bleek het echter een cruciaal zetje dat hielp om enorm te groeien. De eerste maanden van de pandemie waren stressvol; computerprogramma’s moesten worden herschreven zodat animatoren uit huis konden ontwerpen, beeldschermen en ander materiaal moest naar thuiswerkplekken worden gereden en de internetverbinding van sommige werknemers moest worden geüpgraded om de zware ontwerpprogramma’s te laten draaien.

Toen dat achter de rug was, bleek Submarine in staat het aantal mensen in dienst te verdubbelen, tijdens de pandemie waren er 200 animatoren aan de slag. Felix: „In Nederland zijn er niet zo veel geschikte kandidaten voor dit werk, maar door alle aanpassingen konden we internationaal rekruteren.”

Submarine werkte tijdens de pandemie onder meer aan een tweede seizoen van Amazon-serie Undone, geregisseerd door Hisko Hulsing, en aan Netflix-film Apollo 10 1/2: A Space Age Adventure, geregisseerd door Richard Linklater. Felix: „Voor die laatste productie hadden we bijvoorbeeld een team nodig van twintig digitale schilders met een heel cleane, grafische stijl. Er zijn maar een paar mensen wereldwijd die daar erg goed in zijn, die wonen onder meer in Rusland, Chili of Frankrijk. Dat was nu geen probleem meer.” Zonder de pandemie had Felix misschien gedroomd over de stappen die de studio nu heeft genomen, maar ze waarschijnlijk nooit uitgevoerd.

Animatieseries gemaakt tijdens de pandemie. Met de klok mee, vanaf linksboven: Kop Op door Job, Joris & Marieke, Anansi de spin door il Luster en Undone door Submarine.

Beeld Joris & Marieke, Il luster en Submarine

Woonkamers en bedspreien

Toch wijzen alle gesproken Nederlandse animatiestudio’s erop dat werken op afstand veel nadelen heeft. Animatiestudio Job, Joris en Marieke, bestaande uit Job Roggeveen, Joris Oprins en Marieke Blaauw, maakte tijdens de coronapandemie de VPRO-serie Kop Op, gebaseerd op hun gelijknamige korte film. De serie werd gemaakt door een vijftiental animatoren die werden aangestuurd door Roggeveen, Oprins en Blaauw. Normaal gezien zouden deze teamleden in een ruimte werken naast de studio van het drietal. Blaauw: „Maar vier dagen nadat we waren gestart met animeren moest iedereen plots vanuit huis werken en worden aangestuurd via Zoom.” Ondanks dat je elkaars woonkamers en bedspreien leert kennen, werd het volgens Blaauw nooit echt gezellig tijdens overleg, terwijl dat wel belangrijk is. „Daardoor krijg je het gevoel dat je met z’n allen samen iets aan het maken bent. Ook wist nu bijvoorbeeld de rest van het team niet meteen dat iemand een leuk loopje had bedacht dat perfect paste bij een van de personages.”

„En individualistisch werk werd tijdens de pandemie soms ook geïsoleerd werk”, legt Snijders uit. Animatoren zijn vaak enorm gepassioneerd door hun werk en maken veel uren. „Als iemand bijvoorbeeld moeite had met de animatiestijl van een film, was er geen regisseur in dezelfde ruimte die zag dat iemand al een tijd zat te worstelen achter zijn computer en aan deze persoon voorstelde even met een andere scène aan de slag te gaan.” In mails en chats bespreken mensen vooral heel concrete lijstjes met problemen en vragen.

Ook Felix merkte dat het produceren van een film opeens erg ging over het bewaken van de mentale gezondheid. „Er werken bij ons veel jonge animatoren, van tussen de twintig en veertig jaar oud. Een groot deel van hen heeft geen relatie of een groot huis, soms woonden ze ook voor het eerst zonder hun ouders. Sommigen van hen kregen de afgelopen twee jaar existentiële vragen of angsten.”

Jonge animatoren hebben het meest last van de pandemie

Zoombingo

De oplossingen van de producenten gingen van informele Zoom-vergaderingen waarin wat vrijer ideeën werden gedeeld tot ‘Zoombingo’s’ of vragen aan medewerkers om toch in de studio te komen werken.

Volgens de gesproken producenten zijn het jonge, pas afgestudeerde animatoren die het meest last hebben van corona. Ook door het annuleren van fysieke animatiefestivals. Blaauw: „Daar laat je je afstudeerwerk zien en leg je contacten met producenten en collega’s. De animatoren die meewerkten aan onze film leerde ik onder meer kennen via festivals.”

Zal er post-corona een hausse aan Nederlandse animatiefilms zijn omdat die studio’s gemakkelijker konden doorwerken? Snijders betwijfelt het. „In Nederland en Europa komen animatiefilms en -series vaak traag tot stand omdat we werken met subsidies en bijvoorbeeld financiering krijgen via het filmfonds of publieke omroepen. Vaak zit er dus een paar jaar tussen het ontstaan van een idee, het rondkrijgen van de financiering en het daadwerkelijk starten met het animeren van een script.”

Al merkte hij wel dat er tijdens de pandemie meer ideeën voor animatiefilms werden ontwikkeld, ook door makers die normaal gezien schrijven voor live-actionfilms. „En hoe meer ideeën er zijn, hoe vaker er goede tussen zitten die mogelijk zullen leiden tot films.”

Volgens Felix komt er wel een toename aan, niet door films die ontstaan of gemaakt zijn tijdens de pandemie, maar doordat de animatie-industrie wereldwijd al jaren groeit en corona geen obstakel bleek zoals bij live-actionfilms. En omdat streamingplatformen allemaal op zoek zijn naar originele producties. „Wij zijn een industrie die uit zijn puberteit groeit en op het punt staat volwassen te worden. En corona hield ons niet tegen.”