Coldcaseteam denkt dat een Joodse notaris Anne Frank en haar familie verraadde

Tweede Wereldoorlog Een internationaal ‘coldcaseteam’ deed onderzoek naar het verraad van Anne Frank en de andere onderduikers in het Achterhuis. „Zeer waarschijnlijk” was de Joodse notaris Arnold van den Bergh de verrader.

Anne Frank en haar vader Otto (midden) op weg naar de bruiloft van vrienden Miep en Jan Gies, juli 1941 in Amsterdam.
Anne Frank en haar vader Otto (midden) op weg naar de bruiloft van vrienden Miep en Jan Gies, juli 1941 in Amsterdam. Foto Granger

Ze denken dat het hen is gelukt. Dat ze een van de grootste mysteries van de Tweede Wereldoorlog hebben opgehelderd: wie verraadde Anne Frank?

Maar euforisch zijn ze niet, de onderzoekers van het internationale ‘coldcaseteam’ dat zes jaar lang aan de zaak werkte. Ze hadden graag gezien dat de verrader „een schoft” was, „iemand die jaren geleden al geëxecuteerd was”, zegt ‘hoofd onderzoek’ Pieter van Twisk (59). Maar „zeer waarschijnlijk” was het de Joodse notaris Arnold van den Bergh, wiens jongste dochter de leeftijd had van Anne Frank. Hij zou de onderduikers van het Achterhuis hebben verraden om zichzelf en zijn gezin te redden.

De afgelopen decennia zijn al heel wat theorieën de wereld in geslingerd over het verraad van Anne Frank en de andere zeven onderduikers in het wereldberoemde Achterhuis. Het aantal verdachten loopt inmiddels in de tientallen. Maar nog nooit werd er zó grondig onderzoek gedaan. Het idee kwam van filmmaker Thijs Bayens, een vriend van Pieter van Twisk, filosoof en oud-hoofdredacteur van website Planet.nl.

Ze dachten: we pakken het aan als een hedendaags politieonderzoek, dus met gebruikmaking van moderne technieken. Daartoe strikten ze onder meer een gepensioneerde special agent van de FBI, Vince Pankoke, die in het verleden werkte aan zaken tegen de Colombiaanse drugsmaffia. Ze vormden een team van zo’n dertig onderzoekers, hoofdzakelijk historici en criminologen, die ook nog tal van externe deskundigen raadpleegden, waaronder een gedragswetenschapper, een recherchepsycholoog en een handschriftdeskundige. Het onderzoek werd gefinancierd met crowdfunding en bijdragen van de gemeente Amsterdam, particuliere investeerders en uitgevers.

Het onderzoek resulteerde in een boek, Het verraad van Anne Frank, dat in 23 landen verschijnt. Daarin beschrijft de Canadese auteur Rosemary Sullivan de uitvalsbasis van de onderzoekers in Amsterdam-Noord. Aan de muur: kaarten, foto’s van de onderduikers en hun helpers, krantenknipsels, en een grote luchtfoto van de omgeving van het Achterhuis die de Britse luchtmacht maakte op 3 augustus 1944, amper twaalf uur voor de inval.

De uitvalsbasis van de onderzoekers in Amsterdam-Noord.
Foto Vince Pankoke
Detail van de ‘wall of shame’. Een ‘v-vrouw’ was een informant van de Duitsers.
De ‘wall of shame’. Onder de foto van Ans van Dijk staat ‘executed’
Proditione
De ‘wall of shame’ in de uitvalsbasis van de onderzoekers in Amsterdam-Noord.
Foto’s Proditione, Vince Pankoke

Toen ze in 2017 met hun plan naar buiten traden, volgde een internationale mediastorm. Anne Frank is groter dan Nederland. Verbazing zal nu één van de reacties zijn. Want notaris Arnold van den Bergh kreeg in de talloze publicaties over het Achterhuis tot nu toe nauwelijks aandacht.

Toch was Arnold van den Bergh niet zomaar iemand. Hij was stichtend lid van de Joodse Raad, het orgaan dat de Duitse bezetters gebruikten om de deportatie van Joden te organiseren. Hij woonde de wekelijkse vergaderingen bij van de afdeling emigratie, die lijsten samenstelde van Joden die op transport zouden worden gesteld.

Kennis, motief, gelegenheid

In het voorjaar van 2019 had het coldcaseteam de dertig scenario’s waarmee het was begonnen teruggebracht tot twaalf. De onderzoekers zochten naar bewijzen dat een iemand beschikte over de kennis om de onderduikers te verraden, een motief om dat te doen, en ook de gelegenheid. Er werd onder meer gebruikgemaakt van geavanceerde software om documenten en databestanden makkelijk te kunnen doorzoeken. Een softwarebedrijf maakte een kaart van de buurt waarop informatie werd gevisualiseerd. Toen die kaart werd geprojecteerd op een groot scherm was te zien dat het Achterhuis was omgeven door gekleurde stippen: blauw voor NSB’ers, rood voor collaborateurs en geel voor informanten van de Sicherheitsdienst.

Een voor een vielen verdachten af, tot er uiteindelijk nog vier leads over waren. Drie daarvan waren het volgens de onderzoekers om verschillende redenen waarschijnlijk niet: kennis, motief en gelegenheid om het verraad te plegen ontbraken, of er klopte iets niet in de tijdlijn. Zo volgden de onderzoekers lang het spoor van Ans van Dijk, naar wie journalist Sytze van der Zee in 2010 wees in zijn boek Vogelvrij. De Joodse Van Dijk was een zogeheten ‘v-vrouw’, een informant van de Duitsers. Ze was actief in de omgeving van het Achterhuis. Van Dijk viel uiteindelijk af omdat zij eind juli 1944, ruim voor het verraad, naar Zeist verhuisde om te infiltreren in een groot verzetsnetwerk. Uit de enorme database van de onderzoekers bleek dat ze daar in de maand augustus bijzonder actief was.

Anne Frank
Foto Anne Frank Huis
Otto Frank
Foto Anne Frank Huis
Margot Frank
Foto Anne Frank Huis
Edith Frank
Foto Anne Frank Huis
De familie Frank
Foto’s Anne Frank Huis

Anoniem briefje

Cruciaal in het onderzoek was een anoniem briefje dat Otto Frank kort na de bevrijding ontving. Frank vertelde erover aan de rijksrechercheur Arend van Helden, die de zaak van het Achterhuis in 1963-64 onderzocht. In dat briefje stond: „Uw schuilplaats te Amsterdam werd indertijd medegedeeld aan de Jüdische Auswanderung te Amsterdam, Euterpestraat, door A. van den Bergh, destijds woonachtig nabij het Vondelpark, O. Nassaulaan. Bij de J.A. bestond er een hele lijst door hem doorgegeven adressen.”

Helemaal nieuw is het verhaal van dat briefje niet. David Barnouw en Gerrold van der Stroom noemden het in 2003 kort in hun boek Wie verraadde Anne Frank? Nieuw is wel dat de onderzoekers van het coldcaseteam een afschrift van dat briefje vonden, nadat ze de zoon van rechercheur Van Helden hadden opgespoord. Hij had nog wat dossiers van zijn vader. Uit forensisch onderzoek bleek dat een afschrift van het origineel was getypt op de schrijfmachine van Otto Frank.

Als Otto Frank wist wie zijn gezin had verraden, waarom maakte hij daar dan niet meer werk van?

Een anonieme beschuldiging is natuurlijk nog geen bewijs. Maar de onderzoekers namen het serieus: het briefje was verstuurd voordat het Achterhuis beroemd werd, dus misschien klopte het gewoon. Had Arnold van den Bergh de kennis om de onderduikers van het Achterhuis te verraden? Het zou kunnen, Pieter van Twisk sprak een getuige die verklaarde dat de Joodse Raad lijsten met adressen van onderduikers had. Sytze van der Zee schreef al over een ander lid van de Joodse Raad dat adressen had en aan de Duitsers gaf: Rudolf Pollak.

Een motief lag voor de hand. Vaststaat dat Van den Bergh wanhopig probeerde zijn gezin in veiligheid te brengen. Eerst zorgde hij ervoor dat hij als lid van de Joodse Raad een Sperre kreeg. Daarmee was hij vrijgesteld van transport – zolang de Duitsers dat wenselijk vonden. Spectaculairder was dat hij het ook voor elkaar kreeg dat de ‘J’ van Joods van zijn persoonsbewijs werd geschrapt, omdat hij slechts één Joodse voorouder zou hebben. Maar een collega-notaris die hem kwaad gezind was tekende daar – met succes – bezwaar tegen aan.

De Joodse Raad in 1942. Arnold van den Bergh is de vijfde van links (zittende rij). Foto Image Bank WW2/NIOD/Joh. De Haas

Besloot Van den Bergh vervolgens tot een wanhoopsdaad? De onderzoekers denken dat hij in de gelegenheid was. Van den Bergh had goede contacten met vooraanstaande Duitsers. Zo was hij close met Alois Miedl, een Duitse kunsthandelaar en net als hij een liefhebber van oude schilderkunst. In 1940 kocht Miedl samen met rijksmaarschalk Hermann Göring de beroemde schilderijenverzameling van Jacques Goudstikker. Van den Bergh was de notaris bij die deal en kreeg een deel van de opbrengst.

Volledig van de radar

De onderzoekers spoorden ook een kleindochter van Van den Bergh op. Die kon niet vertellen waar haar grootvader het laatste jaar van de oorlog was. Hij verdween volledig van de radar. Maar hij overleefde de oorlog, net als zijn gezin. In 1950 overleed hij aan keelkanker.

Pieter van Twisk geeft toe: voor een rechter zou het bewijs waarschijnlijk niet voldoende zijn. Maar van alle theorieën over het verraad van het Achterhuis is deze de best onderzochte en meest waarschijnlijke, denkt hij. De onderzoekers zijn ervan overtuigd dat Otto Frank wist wie de verrader was. Net als Miep Gies, één van de helpers van de onderduikers met wie hij heel close was. Gies zei tijdens een lezing in de VS (per ongeluk?) dat de dader in 1960 niet meer leefde.

Maar als Otto Frank wist wie zijn gezin had verraden, waarom maakte hij daar dan niet meer werk van? Van Twisk denkt dat Frank de kinderen van de notaris niet wilde belasten. Tegen zijn neef Buddy Elias zei Frank dat hij de schuldige daarom niet wilde laten vervolgen.

En bedenk, zegt Van Twisk: „Frank was erg bezig met het antisemitisme dat na de oorlog opnieuw opkwam. Hij was waarschijnlijk bang dat dit zou worden aangegrepen om te zeggen: kijk, die Joden hebben het allemaal zelf gedaan.”

Is het dan moreel wel juist om nu met dit verhaal naar buiten te komen? De onderzoekers hebben daarover wel getwijfeld, zegt Van Twisk. Ze gingen onder meer te rade bij een rabbijn. „Die zei: de waarheid is het hoogste goed.”

Agent die de inval leidde.
Foto Heritage Images/Topfoto
Ans van Dijk.
Foto AFH/ IISG, Amsterdam
Agent die de inval leidde en de verdachte Ans van Dijk.