Hoekstra is in het buitenland al berucht - nu moet dat imago om

Diplomatie Wopke Hoekstra moet als minister van Buitenlandse Zaken werken aan zijn imago. Zijn diplomatieke opvolger op Financiën kan een troef zijn.

Minister Hoekstra (Buitenlandse Zaken, CDA) bezocht vorige week dinsdag in Brussel onder meer Josep Borrell (rechts), chef van de EU-diplomatie.
Minister Hoekstra (Buitenlandse Zaken, CDA) bezocht vorige week dinsdag in Brussel onder meer Josep Borrell (rechts), chef van de EU-diplomatie. Foto Jonas Roosens/ANP

Het goede nieuws: de nieuwe Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken hoeft zich in Europa niet voor te stellen. Wopke Hoekstra (CDA) zal voor weinig collega-ministers een onbekende zijn. Maar of die herkenning louter positief is?

Buiten Nederland stuitte de benoeming van de vorige week maandag begonnen Hoekstra op verwondering. „Laten we zeggen dat we hem inderdaad al kennen”, zegt een diplomaat uit een Zuid-Europese lidstaat lachend. In zijn vorige rol, als minister van Financiën, werd Hoekstra grensoverschrijdend beroemd – en berucht – om zijn houding aan het begin van de coronacrisis. Terwijl er in maart 2020 nog geen vaccin was en het dodental in Italië en Spanje snel opliep, reageerde Hoekstra zuinig op de roep om financiële solidariteit. Volgens hem hadden de getroffen landen zélf verzuimd financiële buffers op te bouwen.

Hoe Nederland in Europa de boeman werd tijdens de eerste maanden van de coronacrisis

Het leidde tot felle verontwaardiging, tot op het hoogste politieke niveau. „Walgelijk”, vond de Portugese premier António Costa de opstelling van Hoekstra, terwijl Olaf Scholz, destijds minister van Financiën van Duitsland en thans bondskanselier, die „ongepast” noemde.

Hoewel de storm alweer is gaan liggen, is Hoekstra allerminst vergeten. De Financial Times noemde zijn benoeming als ‘hoofd diplomatie’ vorige week een „subtiele vorm van trollen”. Dat juist Hoekstra in Rutte IV de „uitgesproken pro-Europese lijn van het nieuwe kabinet” gaat verdedigen „roept vragen op”, scheef de Franse krant Le Monde. Het Belgische Le Soir noemde Hoekstra „de kwelgeest van Zuid-Europa”: la bête noire. Hoekstra, schrijft het Spaanse El País, zal „al zijn talenten moeten aanwenden in een functie die zowel overtuigingskracht als tact vereist”.

Hoe zet je een bewindsman met zo’n reputatie ‘in de markt’? „Hij is bekend, dus je hoeft hem in ieder geval niet te lanceren”, zegt een buitenlandse diplomaat in Den Haag. „Maar hij zal zeker wat aan zijn imago moeten werken. Met interviews bijvoorbeeld in die landen waarmee hij het hardst is gebotst.” Rem Korteweg, Europa-expert bij Instituut Clingendael, denkt ook dat er nog wel wat goed te maken valt. „Hoekstra bood indertijd wel excuses aan voor zijn optreden, maar alleen op de Nederlandse tv, in het Nederlands. Dat was een misser. In het buitenland kwam dat in ieder geval niet aan.”

Vorige week was er een perfecte gelegenheid voor een snel pr-offensief: een informele ‘discussiebijeenkomst’ van EU-ministers van Buitenlandse Zaken in het Franse Brest. Hét moment om veel koffie te drinken, zonder de druk dat er meteen resultaat moet worden geboekt. Dinsdag ontmoette Hoekstra in Brussel eerst zijn Belgische evenknie Sophie Wilmès en bracht hij meteen ook een bezoek aan Josep Borrell, chef van de EU-diplomatie. Donderdag zou hij in Brest volgens ingewijden vrijwel zeker een bilaterale ontmoeting hebben gehad met zijn Spaanse ambtgenoot. Woensdag testte Hoekstra echter positief op corona.

Geschiedenis van uitglijders

Niemand verwacht dat Hoekstra’s eerdere uitspraken hem eindeloos zullen worden nagedragen. Diplomatiek is het leven verder gegaan. „Iedereen begrijpt dat hij destijds een ander belang moest dienen dan nu”, zegt een EU-diplomaat. Bovendien: Nederland heeft een geschiedenis van uitglijders. „We hebben dit eerder gezien”, zegt de diplomaat in Den Haag. Bijvoorbeeld toen Jeroen Dijsselbloem (PvdA) als baas van de Eurogroep een verband leek te leggen tussen Zuid-Europa en „drank en vrouwen” (xenofoob én seksistisch, oordeelde de Portugese premier Costa destijds). Stef Blok (VVD) zei in 2018 als kersverse buitenlandminister onaardige dingen over een reeks landen, inclusief failed state Suriname. Premier Mark Rutte wekte de toorn van Oost-Europese collega-leiders door er in 2019 uit te flappen dat de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de EU achteraf „een vergissing” was.

Lees ook: Rutte ging wel eens in een hoody naar Brussel

Zulk gedrag oogt stoer en direct, maar geeft andere landen ook een stok om mee te slaan. Daar wordt gretig gebruik van gemaakt, zo blijkt steeds weer uit de reacties. Hoekstra moet, ondanks de diplomatieke neiging tot vergevingsgezindheid, dus wel degelijk oppassen. Zijn woorden zullen op een goudschaaltje worden gewogen, vooral in de buitenlandse media, en kunnen makkelijk tegen hem worden gebruikt. „Hoekstra heeft het zelf in de hand of hij nog lang last zal blijven houden van zijn eerdere uitspraken”, zegt Korteweg. „Tot nu toe heeft hij op Twitter alle goede dingen gezegd.”

Houdt hij dit vol? Hoekstra is er flexibel genoeg voor. In mei 2019 sprak hij in Berlijn de Humboldt-rede uit, waarin hij pleitte voor „een Europa dat weerbaar, welvarend en wederkerig is” en zichzelf typeerde als „geharnast voorstander van de Europese Unie”. Kortom: hij heeft genoeg dingen gezegd om wél een goede indruk in Brussel te maken.

Aandacht voor Kaag

Inhoudelijk krijgt Hoekstra het ook makkelijker. Als Europese ministers van Financiën bijeenkomen, gaat het om harde en daardoor sneller botsende financiële belangen. Het werk van buitenlandministers gaat over strategieën, visies, analyses. Daarover zijn genoeg meningsverschillen, maar die kunnen makkelijker in der minne worden geschikt. Over één explosief thema zal Hoekstra wel geregeld discussiëren: de rechtsstaatcrisis in Oost-Europa. Maar juist op dat onderwerp kan een harde, prekerige, Nederlandse opstelling wél op internationale steun rekenen.

Het verklaart waarom de Europese aandacht zich veelal op Sigrid Kaag (D66) richt – en minder op Hoekstra. Gaat het om intern Europees beleid, dan is de minister van Financiën traditioneel belangrijker – vaak tot groot chagrijn van Buitenlandse Zaken. „Nederland kijkt al decennia vooral naar de EU met een financiële bril”, zegt Korteweg. „Heel anders dan Frankrijk en Duitsland, die de EU vooral zien als politiek project.” In Frankrijk is met Kaags benoeming de hoop gegroeid dat er met Nederland te praten valt over het versimpelen van de EU-begrotingsregels – een langgekoesterde wens van Parijs. De nieuwe Duitse regering toont hier bereidheid toe, en ook in het coalitieverdrag van Rutte IV staat die deur voor het eerst op een kier.

Korteweg is enthousiast over de ministeriële constellatie die is ontstaan rondom het Nederlandse Europabeleid. Kaag brengt diplomatieke ervaring mee naar het ideologisch altijd rigide en vaak onhandige ministerie van Financiën. „Dat is wel een correctie”, zegt Korteweg. Hoekstra, als oud-minister en oud-McKinsey-consultant, komt tegelijkertijd met de broodnodige economische kennis naar Buitenlandse Zaken. Korteweg: „De geopolitieke macht van Europa is vooral economisch. Als grote markt kan de EU eisen stellen of sancties opleggen, bijvoorbeeld richting Rusland. Dat Hoekstra vier jaar op Financiën heeft gezeten, kan dan een belangrijk voordeel zijn.”