Het is tijd voor protest, vinden de 34 clubs in het betaalde voetbal

Betaald voetbal Afgelopen weekend kwamen clubs uit de Eredivisie en Eerste Divisie met een noodkreet. Staat ‘Den Haag’ geen publiek toe? Dan zullen ze hun stadions demonstratief openen. „Maar zo zielig is het voetbal niet.”

Stadion Het Kasteel van Eredivisieclub Sparta, een van de clubs die heeft aangekondigd de poorten te openen als de regels niet veranderen.
Stadion Het Kasteel van Eredivisieclub Sparta, een van de clubs die heeft aangekondigd de poorten te openen als de regels niet veranderen. Foto Tobias Kleuver/ANP

Het was een opmerkelijk statement dat de 34 betaaldvoetbalclubs vrijdag naar buiten brachten. Per 28 januari willen ze weer met publiek spelen. Is ‘Den Haag’ hier ook tegen die tijd nog op tegen, dan wordt het tijd voor de „onvermijdelijke volgende stap”, schreven ze in een gezamenlijke verklaring: „het demonstratief opengaan van de stadions”.

„Een noodkreet” noemt directeur Jan de Jong van de Eredivisie CV het maandagochtend. „Er zijn niet zoveel argumenten om het voetbal niet óók open te stellen.”

Zoals hij vrijdagavond ook aan de talkshowtafel van Beau deed, somt hij de argumenten op waarom het juist wél verantwoord is om publiek toe te laten. „Stadions zijn nooit besmettingshaarden geweest. Bij het binnengaan wordt iedereen om zijn QR-code gevraagd. En het is een geplaceerd buitenevenement, wat wil zeggen dat iedereen op een aangewezen plek zit. Interactie tussen supporters is daardoor beperkt. Net als het aantal reisbewegingen, het derde argument. Er zijn maar twee clubs waar sommige fans grotere afstanden afleggen en dat zijn Ajax en Feyenoord. Bij de rest komen ze veel meer uit de eigen regio.”

Met die informatie wordt in politiek Den Haag weinig tot niets gedaan, constateren de clubs. Ze hebben het gevoel dat ze „laag op de agenda” staan, al erkennen sommige clubdirecteuren ook dat het betaalde voetbal zijn lobby onvoldoende op orde heeft gehad. Ze betwijfelen of de kabinetsleden écht begrijpen wat betaald voetbal betekent voor de acht miljoen liefhebbers die de sport in Nederland bindt, zoals PwC vorig jaar concludeerde in een onderzoek in opdracht van de KNVB, de ECV en de Coöperatie Eerste Divisie.

Dus komen de 34 profclubs nu op voor met name hun financiële belangen. Alleen vorig seizoen al leidde het spelen zonder publiek tot een schade van meer dan honderd miljoen euro, aldus de clubs. „We willen niet afhankelijk zijn van overheidsgelden”, zegt De Jong. In de kleine twee jaar sinds de corona-uitbraak ontvingen de clubs circa negentig miljoen euro aan overheidssteun.

Vergeefse hoop

„Je kunt denken: de wedstrijden zijn toch op tv, dus de clubs redden het wel? Maar daar alleen leven wij niet van”, zegt Thijs van Es, algemeen directeur van Eredivisieclub FC Utrecht. De bierpomp en kaartverkoop: daar verdienen de clubs meer geld mee. Van Es: „We moeten non-stop geld bijleggen. Intussen bellen seizoenkaarthouders om te vragen wanneer ze worden gecompenseerd. En terecht. Zelfde verhaal met bedrijven die geld in een club stoppen, sponsors bijvoorbeeld. We kunnen eventuele terugbetalingen niet continu vooruit blijven schuiven.”

Lees ook: Waarom de voorzitter van de ‘Roze Kameraden’ niet meer naar Feyenoord durft

Het is vooral de onzekerheid die clubs opbreekt, zegt Van Es. Nadat de stadions in november „vrij abrupt” dichtgingen, was er elke paar weken de hoop op heropening. Vergeefs. „Ik vind het menselijk om mensen te informeren waar ze aan toe zijn. In december zou geld worden vrijgemaakt voor de topsport, maar ook daar hebben we nog niets over gehoord. Dat totale gebrek aan perspectief levert ongenadige stress op. We móésten dit signaal daarom wel afgeven.”

Navraag leert dat álle clubs ook daadwerkelijk overwegen hun stadions te openen met ingang van vrijdag 28 januari. „Maar in de praktijk zal het heel moeilijk worden”, zegt interim-directeur Edwin Reijntjes van eerstedivisionist ADO Den Haag. Zolang dezelfde regels van kracht blijven, vermoedt hij dat de „lokale driehoek” (burgemeester, politie en het openbaar ministerie ) niet zal toestaan dat ADO op de laatste zondag van januari voor publiek tegen De Graafschap speelt. „En zelf gaan wij niet tegen het veiligheidsbeleid in.”

Utrecht-directeur Van Es: „In onze branche, waarin we met grote bezoekersaantallen te maken hebben, is samenwerking met politie en gemeente cruciaal. Ga er vanuit dat geen club in Nederland die wil afbreken. Er zal geen stadion opengaan zonder overleg. Juist dát gesprek willen we nu aangaan. We kunnen niet meer stilzitten.”

Jan-Willem van Dop, directeur van Eredivisieclub Go Ahead Eagles, hoopt dinsdagmiddag op een open dialoog als hij bij de burgemeester van Deventer langsgaat. „Ik ben geïnspireerd geraakt door die ondernemers in Geleen die opriepen om de deuren voor één dag te openen’, zegt Van Dop. „Ik heb dat ook in de groepsapp van de Eredivisie gezegd: laten we daar een voorbeeld aan nemen. In plaats van af te wachten tot iemand van de KNVB iets bereikt in Den Haag, moeten we zelf in actie komen. Kijk naar de protestactie Kapsalon Theater waaraan al meer dan vijfendertig schouwburgen meedoen. Oók die van Deventer. Ik ben benieuwd wat onze burgemeester daarvan vindt.”

Komt het straks daadwerkelijk tot een staaltje burgerlijke ongehoorzaamheid van het profvoetbal? Van Dop: „Als de regels niet veranderen, gooien we de stadions desnoods eenmalig open.”

Gemengde gevoelens

Paul Depla, burgemeester van Breda, heeft het statement ook gelezen. Hij is de zogenoemde ‘voetbalburgemeester’, de voorman van alle burgemeesters van de 31 gemeenten met een betaaldvoetbalclub. „Wij kunnen niet zomaar voor één keer de andere kant opkijken”, zegt hij. „Als regels worden overtreden, wordt er áltijd handhavend opgetreden.”

Volgens Depla zullen de gemeentes dezelfde lijn volgen als bij horecagelegenheden die uit protest opengingen. „We tonen begrip voor de acties, maar er volgt altijd een waarschuwing. Niet voor niets zijn de kroegen na zo’n protestdag niet meer opengeweest.”

Depla heeft gemengde gevoelens bij de noodkreet van de profclubs. „Als je kijkt naar de horeca … die mensen hebben hun pensioen moeten opeten. Of naar de cultuursector, waarin mensen letterlijk omvallen. Met alle respect, maar zo zielig is het voetbal niet. Het is heel jammer dat we niet naar het stadion kunnen, maar bedenk ook wat dit statement met het imago van de sector doet. Het voetbal heeft altijd al een status aparte gehad. Toen heel Nederland op slot zat, kon het voetbal doorgaan.”

Jan de Jong, van Eredivisie CV: „Wij zijn het vertier voor de gewone man en vrouw. Dat is ook cultuur. Het gaat om een gelijkheidsprincipe: kan het veilig of kan het niet veilig? Niet om of de een het nog zwaarder heeft dan de ander. Honderd miljoen euro extra verlies op een totale omzet van zeshonderd miljoen lijkt mij een steekhoudend argument. Het gaat erom dat je uitlegt waarom jij als sector op een verantwoorde manier open kan. Het gaat om het signaal dat we nu tijdig willen afgeven. Anders hadden we afgelopen weekend wel al de deuren open gezet ...”

Vrijdag bespreken de voetbalburgemeesters het voornemen van de clubs, die op hun beurt zo snel mogelijk in gesprek met de minister hopen te gaan. „We zitten op korte termijn”, zegt De Jong. ADO-directeur Reijntjes: „Wij zijn amusementssector nummer één. Daar wordt in de politiek te weinig over gesproken.”