Opinie

The Voice of Holland

Marcel van Roosmalen

De ontwikkelingen in de Hollandse showbizz gaan nu zo snel dat ik er voor de zekerheid van uitga dat iedereen die betrokken is geweest bij The Voice of Holland zich schuldig heeft gemaakt aan minimaal ongewenste intimiteiten. En dat alle makers van hoog tot laag ervan wisten. Inclusief alle BN’ers en ‘deskundigen’ die nu geschokt reageren. Ze stonden tot de enkels in de smerigheid toe te kijken, maar zagen niets.

Er was een stukje ouderwetse journalistiek van een buitenstaander voor nodig om de totale ‘entertainmentjournalistiek’ te ontmantelen. Tim Hofman van BOOS (BNNVARA) lichtte de deksel, het land moet de komende tijd verplicht in de prut staren.

Arm volk, er blijft ons deze pandemie niets bespaard. We hebben al te maken met incompetente bestuurders en nu blijken onze entertainers ook nog eens viezeriken te zijn.

Zaterdagavond mochten ‘de experts’ van SBS Shownieuws van de zender van John de Mol, producent van The Voice of Holland en broer van Linda de Mol, wier partner Jeroen Rietbergen even daarvoor een voor hemzelf belastende verklaring had afgelegd, met stokjes in de poep roeren om te kijken of ze er iets in konden zien. Ze deden het met tegenzin, er waren te veel lijntjes, heel vervelend om die allemaal door te knippen. Het enige wat de kijker zag was dat ze zelf ook onder de poep zaten.

Muziekproducent Ronald Molendijk stonk een uur in de wind. Hij had geprobeerd de poep uit zijn ogen te wrijven maar het zicht was er niet helderder op geworden. Hij zat er als goede vriend van Jeroen Rietbergen en roddeltante nogal dubbel in, deelde hij met de kijkers. Je kon van hem moeilijk vragen om zijn goede vriend af te vallen.

Uiteindelijk kwam hij tot het volgende: „Jeroen is gewoon een grote flirt, klaar.”

Mijn arm voor een fijne vriend als Ronald Molendijk.

Je staat naast hem op het perron, er passeert een Intercity en Ronald slaat je juist dan net iets te hard op de schouders. Op je begrafenis heeft hij vervolgens teksten als: ‘mijn muziekhart huilt’.

De overige aanwezigen – Natasha Harlequin, Patty Brard en Bart Ettekoven – leken vooral de eigen overbodigheid te vieren. Het nieuws was te groot voor ze, als het te dichtbij komt klappen ze dicht. Toen het eindelijk over iets anders ging, over een naar André van Duin genoemde tulp, zei Ronald Molendijk: ‘wat een kutformat is dit eigenlijk’.

Raar om hem opeens iets zinnigs te horen zeggen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.