Commerciële testbedrijven: ‘Dit is varen in de mist’

Testen Commerciële testbedrijven zijn nodig om de GGD te helpen de Omikronpiek aan te kunnen. Maar ze staan nog niet te popelen.

Commercieel testbedrijf in Ridderkerk. Deze bedrijven moeten de GGD gaan helpen met testen, is het plan.
Commercieel testbedrijf in Ridderkerk. Deze bedrijven moeten de GGD gaan helpen met testen, is het plan. Foto Robin Utrecht/ANP

Opnieuw sneuvelde maandag een coronarecord: het RIVM registreerde bijna 43.000 positieve coronatesten in één etmaal. Het aantal positieve testen stijgt door de besmettelijkere Omikronvariant, en men verwacht dat door dit weekend ingevoerde versoepelingen het cijfer nog verder zal stijgen. „Tot misschien wel 75.000 tot 80.000 per dag”, zei premier Mark Rutte (VVD) op een persconferentie.

Als het aantal besmettingen inderdaad tot zulke hoogtes toeneemt, zullen de GGD’s bij het huidige percentage positieve testen tussen de 225.000 en 300.000 testen per dag uitvoeren. Dat is veel meer dan ze nu doen en veel meer dan ze aankunnen: eind vorig jaar lag de maximale testcapaciteit op 90.000 testen per dag, nu op zo’n 100.000 mensen per dag.

Voor hulp om de Omikrongolf op te vangen, werken de GGD’s en minister Ernst Kuipers (Volksgezondheid, D66) aan een samenwerking met commerciële testbedrijven. Door de lockdown is daar weinig vraag meer naar, dus de 750 testlocaties die aangesloten zijn bij stichting Open Nederland (SON) kunnen nu goed gebruikt worden door de GGD’s. Hun testcapaciteit is aanzienlijk: tijdens drukke periodes werden meer dan 600.000 mensen per week getest voor toegang, op piekdagen bijna 170.000 mensen per dag.

Ontoereikend

Minister Kuipers liet afgelopen vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer weten met de stichting in gesprek te zijn over de „laatste punten” van de samenwerking. SON wil de afspraken nog niet toelichten, maar één belangrijk uitgangspunt staat vast: op de commerciële testers wordt volgens Kuipers alleen een beroep gedaan als de testcapaciteit van de plaatselijke GGD ontoereikend is.

Niels Smit, operationeel manager bij een van de grotere testaanbieders die onder de SON valt, is blij dat de GGD zich „eindelijk” tot de commerciële bedrijven wendt. Maar hij vraagt zich af hoeveel testen voor hen zullen overblijven: prognoses over de testaanvraag zijn er nog niet en de vraag naar extra testcapaciteit kan per GGD-regio verschillen. „Je kunt er moeilijk op varen. Als je moet testen voor toegang en er komt een festival in jouw regio aan, dan kan je op die testvraag anticiperen. Dit is varen in de mist.”

Tegelijkertijd eisen de GGD’s dat de testlocaties maar voor één doel testen: óf voor toegang óf voor de GGD, zo blijkt uit een presentatie die de stichting vorige week gaf tijdens een informatiesessie voor testaanbieders. Wekelijks mag wel worden gewisseld.

Aan een aantal fysieke eisen aan de testlocaties zullen de testbedrijven sowieso moeilijk kunnen voldoen. Testlocaties moeten bijvoorbeeld een aparte in- en uitgang en looproutes „zonder kruisingen” hebben. De GGD wil ook dat locaties minstens vijf afnameplekken hebben. Smit: „Wij zijn de afgelopen tijd juist veel op kleinere locaties gaan zitten. Een hoop bestaande locaties kunnen we niet omturnen om aan de voorwaarden van de GGD te voldoen.”

Of genoeg testbedrijven en locaties zich ondanks de strenge voorwaarden zullen melden om als overlooplocatie te dienen, is nog niet te zeggen. Ook bij vorige regelingen van Open Nederland klonk aanvankelijk veel scepsis onder testaanbieders, maar bleek er later toch genoeg interesse te zijn. Smit „ploeterde” afgelopen weekend door om de benodigde papierwinkel op orde te krijgen. „We wachten nog wat informatie van de stichting af en dan zullen we het zien.”