Debat over ‘besmette’ collectie van Kunsthaus Zürich escaleert

Omstreden collectie Sinds de opening van de nieuwbouw van het Kunsthaus Zürich in oktober is het debat over de omstreden collectie Bührle geëscaleerd. Misschien moet de nieuwe directeur Ann Demeester eerder beginnen en uitkomst brengen, oppert men in Zürich.

Een bezoeker van de tentoonstelling ‘Gerhard Richter. Landscape’ in Kunsthaus Zürich in 2021.
Een bezoeker van de tentoonstelling ‘Gerhard Richter. Landscape’ in Kunsthaus Zürich in 2021. Foto Alexandra Wey/ EPA

De nieuwbouw van het Kunsthaus aan de Heimplatz in Zürich ging in oktober open. De hermetische architectuur van David Chipperfield herbergt een van de meest waardevolle en omstreden collecties ter wereld. Wapenfabrikant Emil Bührle (1890-1956) kon zijn verzameling, die een derde van de nieuwe vleugel inneemt, opbouwen dankzij wapenleveranties aan nazi-Duitsland. Een extern, onafhankelijk onderzoek op herkomst is er niet geweest. Het is al jaren een lastige erfenis voor stad en museum.

In de oorlog en ver daarna was Bührle een van de grootste werkgevers van Zürich. Even zolang is Bührle als mecenas betrokken bij het museum, dat hij bij leven al met miljoenen sponsorde. Door een nieuw historisch onderzoek naar Bührle en een documentatiezaal in het museum hadden gemeente en Kunsthaus gehoopt op een vlekkeloze lancering van de collectie in de nieuwe vleugel.

Het interieur van het nieuwe gebouw van Kunsthaus Zürich, ontworpen door David Chipperfield Foto Ennio Leanza/ EPA

Kritisch boek

Het tegendeel gebeurde. Het debat verhevigt zich met de dag. Zürich krijgt het verwijt met geld van de belastingbetaler een geheime deal gesloten te hebben met een particuliere stichting. Het Kunsthaus wordt verweten een besmette collectie in huis te hebben. Net voor de opening verscheen het zoveelste kritische boek over de ‘Causa Bührle’: Das kontaminierte Museum van historicus Erich Keller.

Onder welke condities de stichting Bührle de beladen collectie tot 2034 heeft uitgeleend, moet nu openbaar worden. De stad Zürich laat haar subsidie afhangen van een nieuwe bruikleenovereenkomst waarover deze maand nog een akkoord bereikt moet worden. Ook de museumzaal waarin de geschiedenis van de wapenindustrieel is gedocumenteerd, is volgens het stadsbestuur beneden de maat en dient opnieuw te worden ingericht. Er komt een commissie die zich buigt over de herkomst van de collectie. Dat kan, nu de archieven van de Bührle-collectie zijn overgedragen aan het Kunsthaus.

Lees ook het interview met Ann Demeester: ‘Kunst is altijd bezoedeld geweest’

Lidmaatschap opgezegd

Maar in Zürich liggen de zenuwen bloot. De persconferentie waarmee Kunsthaus en stichting Bührle in december de lucht wilden klaren, werd een compleet echec. Voor een uiterst kritische zaal van pers en actiegroepen toonden directeur Christoph Becker, zijn bestuur en de stichting Bührle geen enkele sensibiliteit voor de discussie over kunst die gerelateerd is aan het nazi-bewind. Dat debat gaat verder dan ‘roofkunst’ of ‘vluchtkunst’. Voorzitter van de Bührle stichting Alexander Jolles beweerde glashard dat alle restitutie-aanspraken verjaard waren en dat Joden in het vrije en neutrale Zwitserland niet gedwongen waren hun kunstwerken te verkopen.

Daarop besloot kunstenares Miriam Cahn haar werken in het bezit van het Kunsthaus terug te kopen. Joodse bestuursleden van de beheersstichting van het museum hebben hun lidmaatschap opgezegd. Terwijl de gemeente alle verwijzingen naar racisme van historische gevels verwijdert – het woord ‘moor’ mag nergens meer voorkomen – legitimeert de gemeente nazi-collaborateur Bührle in een openbaar gebouw, schrijft het Joodse weekblad Tachles.

Onder de toegenomen druk – en met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht – wil burgemeester Corine Mauch de indiensttreding van Ann Demeester als nieuwe directeur opnieuw aan de orde stellen. Het zou een uitkomst zijn als de huidige directeur van het Frans Hals Museum het giftige dossier eerder kan overnemen.

Zelf wil Demeester daar niets over zeggen. Officieel begint ze op 1 januari 2023. Als ze aan het roer staat, zal ze zich zeker uitspreken over de kwestie Bührle. Nu maken signalen vanaf de zijlijn de zaak alleen maar ingewikkelder, aldus Demeester.