Klavecinist, organist en dirigent Gustav Leonhardt (1928-2012) in 1992

Foto Colette Masson

Interview

Gustav Leonhardts hartstocht voor Bach gloeit nog altijd na

Historische uitvoeringspraktijk Tien jaar geleden stierf dirigent, klavecinist en organist Gustav Leonhardt (1928-2012), een aartsvader van de oude muziek. Zijn erfenis bruist nog altijd van leven, getuigt een net verschenen 35cd-box.

Er gaat een onweerstaanbare pioniersgeest uit van de opnamen die het label Warner verzamelde op de vrijdag verschenen New Gustav Leonhardt Edition. De 35cd-box telt vooral albums uit die zoekende periode van de historische uitvoeringspraktijk van oude muziek: de jaren zestig, de vroege jaren zeventig. Hoewel moderne opnamen soms helderder,en meer uitgekristalliseerd en technisch volmaakter klinken, proef je hier nog het pure verlangen om oude werelden te herontdekken en te doorgronden.

Vooral in de muziek van Johann Sebastian Bach lijkt Gustav Leonhardt – met alle kennis die hij over de componist had verzameld – meer en meer te vertrouwen op de Bach die hij in zichzelf vond. „Leonhardt was belezen, maar als het erom ging, vertrouwde hij op zijn muzikale instinct”, zegt de Belgische violist en orkestleider Sigiswald Kuijken (77) die vanaf 1965 dikwijls met hem werkte. „De beroemde natuurwetenschapper Albert Einstein zei eens: ‘Intuïtie is een Godsgeschenk, het verstand een dienaar, maar ergens in de tijd zijn wij de dienaar gaan aanbidden en het geschenk vergeten.’ Leonhardt, een gelovig mens, vergat dat geschenk nooit. Zijn filosofie weerklinkt nog altijd.”

Energiek en aantrekkelijk

Gustav Leonhardt werd geboren in 1928 als zoon van een grootindustrieel en een Oostenrijkse violiste, die haar drie kinderen muzikaal grootbracht. Zijn zus Trudelies groeide uit tot concertpianiste en richtte zich op muziek uit de laatste helft van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw. Haar broer moest daar weinig van hebben, zijn hart ging uit naar de schoonheid en welsprekendheid van de Barok (1600-1800), met name Bach.

Leonhardt studeerde vlak na de oorlog in het Zwitserse Bazel, toentertijd het hart van de hernieuwde speurtocht naar oorspronkelijke speelwijzen in oude muziek. Daar ontmoette hij ook zijn latere vrouw, violiste Marie Amsler, die met haar warme klank het hart vormde van het Leonhardt Consort waarmee zij tussen 1955 en 1971 over de wereld trokken.

Altviolist en componist Wim ten Have (92) zat in dat ensemble. „Wij waagden ons destijds in terra incognita. Ik herinner me nog de repetities bij hen thuis, op de Nieuwmarkt, het hart van de Amsterdamse Wallen. De ramen en gordijnen gingen dicht om alle herrie buiten te sluiten. We schakelden over naar oudere instrumenten, strijkstokken en darmsnaren. Het duurde wel even voor we ons dat eigen hadden gemaakt. Leonhardt leerde ons veel over de 17de-eeuwse muzikale versieringskunst. En het werkte. De statische Bach die we uit de moderne concertpraktijk kenden, werd veel beweeglijker, energieker en aantrekkelijker.”

Lees ook Een organist moet ook religieus zijn, interview met Leonhardt uit 1999

Voor Leonhardt betekende muziek laten klinken „zoals de componist haar had bedoeld” om Bach te citeren niet enkel Soli Deo Gloria, alleen ter ere van God, maar ook „ter verfrissing van de ziel”. Dit speelse karakter was wat zijn leerling, klavecinist Menno van Delft (58), al vroeg aangreep. „Mijn klasgenoten plakten op de middelbare school stickers van ABBA of Santana op hun agenda’s, maar op de mijne stond in plakletters Leonardt. Gelukkig wees mijn vader me op de ontbrekende h”, herinnert hij zich. „Van buiten oogde Leonhardt als een strak gekostumeerde bankier, maar dat was deels een theaterstuk - binnen in hem brandde het vuur van de muziek, een hartstocht die met de jaren steeds duidelijker naar buiten kwam.”

Muzikale voetstappen

Hoewel Leonhardt alle bronnen bestudeerde waarop hij de hand kon leggen, belichamen zijn vertolkingen nog altijd eerder de geest dan de letter van de partituur. „Schoolse systemen, methodiek, droge boekenkennis waren in zijn ogen ‘werk voor bleekneuzen’. Voor hem stond de spontane en doorleefde uiting van het individu voorop”, zegt Van Delft.

Hij was er de man niet naar om zijn musici met lange verhandelingen over de muziek op te zadelen, merkte tenor Marius van Altena (83). „Hij begon en nam je mee in de wereld van een Bach-cantate of een Monteverdi-madrigaal.

En wij volgden in zijn muzikale voetstappen. In pauzes van repetities sprak hij nooit over muziek, maar liever over wat we aten of zijn snelle Alfa Romeo. ‘Ik heb vandaag de 160 aangetikt op de snelweg’, zei hij dan schalks. Er zat wel een kwajongen in hem.”

Die karaktertrek kwam niet naar voren in zijn uitvaart, die Leonhardt zelf strak had geregisseerd. Collega-organist in de Amsterdamse Nieuwe Kerk, Bernard Winsemius (77) begeleidde de dienst. „Ik heb hem leren kennen als bevlogen organist. En hij was ook een religieus man. Dat bleek uit de lezingen en zijn preek bij het kerkelijk afscheid. Over zijn graf heen hield hij ons achterblijvers een spiegel voor over het goed en kwaad in de mens. Om af te sluiten met de orgelbewerking van het slotkoor uit Bachs Johannes-Passion: ‘Ach Heer, laat Uw lieve engel aan het einde van mijn leven mijn ziel in Abrahams schoot dragen.’”

The New Gustav Leonhardt Edition, Warner Classics. 35cd’s, €84,99