Amaranth Feuth: „Door je de westerse wereld toe te eigenen, kan je die ook naar je hand zetten.”

Foto Roger Cremers

Interview

De hel, die is van alle tijden en voor iedereen

Amaranth Feuth | literatuurwetenschapper Elke periode en plek heeft z’n eigen onderwereld, maar de basis is hetzelfde. Hoe pakken ‘literaire outsiders’ het aan?

Het plaatsen van je vijanden in de hel is al eeuwen een aangename bezigheid voor kunstenaars. Hieronymus Bosch liet de toegangsweg naar de brandende hel zien en een vissenduivel een zondaar eten, Dante plaatste niet alleen ongelovigen, maar ook flink wat persoonlijke vijanden in de hel toen hij in het begin van de 14de eeuw De Goddelijke Komedie schreef. Nog steeds is het leuk om te lezen hoe hij zogenaamd per ongeluk enkele bewoners, die tot hun nek in de drek staan, een schop tegen het hoofd geeft als hij door die hel wandelt om een kijkje te nemen. De Amerikaanse dichter Ezra Pound plaatste er de bankiers in toen hij zijn Cantos schreef.

„Het grappige is dat de hel voor schrijvers altijd al een manier is geweest om vijanden duister neer te zetten”, vertelt Amaranth Feuth in een zolderkamer in Leiden. Donderdag promoveerde ze aan de Universiteit Leiden op het onderzoek The Poet and the Underworld.

Hoewel de onderwereld een tijdloos onderwerp is, boog ze zich voor haar proefschrift over drie 20ste-eeuwse outsiders en de manier waarop zij de eeuwenoude symboliek in hun onderwereldverhalen verwerkten. Ze koos voor de Ierse Eavan Boland die er een feministische draai aan gaf, voor Derek Walcott die met Caribische blik commentaar geeft op de maatschappij en de westerling, en Gloria Naylor, die Afro-Amerikaanse identiteit toevoegt aan de verhalen over de onderwereld.

„De insteek was aanvankelijk niet gericht op hoe outsiders omgaan met een van de oudste motieven in de literatuur, maar dat is het wel geworden”, concludeert Feuth. Bij alle drie keek ze naar de ‘metaliteraire’ uitwerking van de onderwereld en de afdaling naar de hel: hoe verhouden ze zich tot de vroege teksten en wat voegen ze eraan toe?

Ezra Pound en T.S. Eliot gingen zich weer interesseren voor Dante, en zij waren enorm invloedrijk

Zijn verhalen over de onderwereld en de afdaling vergelijkbaar met de oorspronkelijke verhalen over initiatierites?

„Die verhalen overlappen elkaar deels en er zijn raakvlakken, maar het probleem met de initiatie is dat we er zo weinig van afweten. Een afdaling is niet standaard een initiatierite, er zijn ook afdalingen in ruil voor liefde of onsterfelijkheid: Herakles moet de hellehond halen en zo de dood bedwingen, Sisyphus kidnapt de dood waardoor er overbevolking ontstaat. Er zijn kortom verschillende onderwereld-afdalingen. Een daarvan is initiatie. Bij de verhalen over de afdaling kan het ook misgaan, blijft er iemand dood. In de 20ste eeuw hebben de afdalingsverhalen een vlucht genomen, toen het motief gebruikt werd in verhalen over loopgraven, Auschwitz, slaventransport.”

U schrijft dat de afdaling in de onderwereld een nieuwe impuls kreeg in de 20ste-eeuwse Engelstalige literatuur. Hoe verklaart u dat?

„Dante is weliswaar nooit weggeweest, maar auteurs als Ezra Pound en T.S. Eliot gingen zich weer interesseren voor Dante, en zij waren enorm invloedrijk. Dat zie je bij iemand als Walcott, die stelde dat er lange tijd niks was ontstaan op de Cariben zelf aan literatuur, en zei dat hij de verantwoordelijkheid nam die te creëren. Daarbij keek hij naar de westerse literatuur. Hij zei bijvoorbeeld dat het zonde zou zijn om T.S. Eliot links te laten liggen, omdat die gewoon veel te goed is. En op die manier maakte hij de westerse literatuur dienstbaar aan een nieuwe literatuur van de Cariben zelf, net als Boland en Naylor.”

Lees een interview met Nobelprijswinnaar Derek Walcott: ‘Roem is een dodenmasker’

Onze cultuur is wereldwijd dominant geworden, dus andere culturen moeten daar iets mee

U schrijft dat hij en Boland en Naylor zich de westerse literatuur toe-eigenen om zo hun plek te veroveren. Hoe bedoelt u dat?

„Dat is nu eenmaal de wetenschappelijke term: appropriation. Onze cultuur is wereldwijd dominant geworden, dus andere culturen moeten daar iets mee. Je kan bijvoorbeeld zeggen: ik ben een zwarte auteur, zoek het uit met je klassieken, ik wil er niks mee te maken hebben. Je kan ook zeggen: ik ga je bestrijden met je eigen wapens. Dat is wat deze drie doen. Boland richtte zich op de afdaling door een normale vrouw. Walcott schrijft mooier Engels dan de meeste Britten en overmeestert ze aan de hand hun eigen literaire genres en technieken. Naylor bewerkt de afdaling zo dat het een verhaal wordt over de omarming van je kleur en identiteit. Alle drie gebruiken ze eigen mythen om een draai aan de geschiedenis te geven. Door je de westerse wereld toe te eigenen, kan je die ook naar je hand zetten.”

Als postkoloniale literatuur meer belicht wordt vanuit de verhalen over de afdaling, levert dat nieuwe inzichten op, schrijft u ook. Wat zou het kunnen zijn?

„Dat we zien hoe breed de verbinding is. Het bestaan is ingewikkeld en we leven nu wel in een gepolariseerde wereld, maar er is meer dat ons verbindt. Dat is wat me stoort in het debat over de afschaffing van klassieke talen omdat het talen van dode witte mannen zouden zijn. Je moet het kind niet met het badwater weggooien. Van de oudheid is door natiestaten een mannelijke cultuur gemaakt, maar deze was veel breder. En die natiestaten leggen een filter op de klassieken. Het is mooi om af te rekenen met een filter, maar het is doodzonde om de hele Oudheid af te serveren.”

Voor de Grieks-Romeinse oudheid maakten vrouwen soms een afdaling, maar dat was altijd een godin of halfgodin

Ik weet dat het een gruwel moet zijn om jarenlang onderzoek tot enkele zinnen terug te brengen, maar mag ik samenvatten dat Vergilius en Homerus de onderwereld een plek geven in de literatuur, dat vervolgens het christendom erbij komt en er een laag nederigheid overheen legt, dat in de onderwereld vanuit het atheïsme meer focus op de hel ligt, en postkoloniale schrijvers het accent onafhankelijkheid leggen?

„Je kan zeggen dat het zo is, maar dan gaat het wel vooral om het aspect van het zoeken naar wijsheid. Ik interesseer me juist voor de uitbreiding van de onderwereld-verhalen. Voor de Grieks-Romeinse oudheid maakten vrouwen soms een afdaling, maar dat was altijd een godin of halfgodin. Naarmate er in de moderne tijd meer vrouwen zelf gingen schrijven, kwamen er steeds meer vrouwen in de verhalen voor. Bij Boland is het geen godin meer, maar een doodnormale vrouw. Ze zoekt naar haar oma en kan het graf niet vinden. Dat is toch niet te geloven: zoek een man en alle info is er, zoek een normale vrouw en niemand weet het.

„Het Orpheus-verhaal, dat natuurlijk alleen over de afdaling gaat, is een mooi voorbeeld van wat verschuiving kan doen: hij wil zijn geliefde halen. We denken dat dat in de oude verhalen lukte, maar iemand is zo briljant geweest om er een andere draai aan te geven en de tocht niet te laten lukken. Daarmee werd het verhaal menselijker gemaakt.”

Is de zoektocht naar wijsheid in de onderwereld verdwenen vanaf het moment dat bijvoorbeeld loopgraven als de hel werden neergezet?

„Het wordt dan wel anders: dat is literatuur die valt binnen de onderwereldafdaling, maar je bent geen toeschouwer of tijdelijke bezoeker meer, maar maakt zelf onderdeel uit van de hel. Op het moment dat je geen zoeker meer bent, maar een lijdend voorwerp op een slavenschip of concentratiekamp, is er geen queeste meer, maar gaat het om overleven.”