Opinie

Groningers verdienen respectvollere behandeling van politiek Den Haag

Gaswinning

Commentaar

Je zou maar in het aardbevingsgebied in Groningen wonen. En dan maandag, terwijl het nieuwe kabinet een paar minuten op het bordes van de koning poseert voor een fotosessie, urenlang in de kou staan bij het gemeentehuis om subsidie aan te vragen voor het opknappen van je woning. Het is misschien een beetje een appels-met-peren-vergelijking die de Groninger Bodem Beweging deze week maakte, maar het schrille contrast maakt wel duidelijk hoe de verhouding met politiek Den Haag in het noorden wordt beleefd en hoe diep de pijn daarover is.

Lees ook Duizenden mensen in Groningse fakkeltocht: ‘Wij zijn alles zat’

De Groningers voelen zich achtergesteld, vernederd, een vergeten wingewest. Deze zaterdagavond gaan ze de straat op om met een fakkeltocht te protesteren tegen de achteloze omgang met hun gevoelens en belangen. Mensen die elders wonen kunnen hun solidariteit online betuigen. Hoe dan ook kan het geen kwaad om in gedachten stil te staan bij hun problemen.

Heel Nederland heeft decennialang van de gaswinning in Groningen geprofiteerd. Niet alleen omdat de Nederlandse huizen goedkoop konden worden verwarmd, maar ook omdat met de verkoop van het gas aan het buitenland de staatskas kon worden gespekt. De Nederlandse staat, die het aardgas onder Groningen samen met multinationals Shell en Exxon uitbaatte, verdiende sinds begin jaren zestig meer dan 400 miljard euro aan de gaswinning. Daarmee konden talloze grote projecten worden betaald in de rest van het land, zeker ook in de Randstad. Het geld ging onder meer naar de Oosterscheldekering, de Betuweroute, HSL-stations, de Zuidas en ict in het onderwijs.

Het steekt de Groningers dat zij zelf altijd hebben moeten bedelen om geld, of het nu ging om vergoeding van schade door de aardbevingen, versterking van huizen in het risicogebied of kapitaalintensieve projecten zoals de Lelylijn, een spoorlijn tussen het noorden en de Randstad die nog steeds op het wensenlijstje staat.

Daar komt bij dat het lang heeft geduurd voor de negatieve gevolgen van de gaswinning werden erkend. Dat begon ermee dat mensen die een verband zagen met aardbevingen jarenlang voor gek werden versleten. Zelfs nadat de NAM dit verband in de jaren negentig schoorvoetend had toegegeven, was er weinig aandacht voor de gevolgen voor de inwoners, ook al volgden de bevingen elkaar na de eeuwwisseling steeds frequenter op en nam de zwaarte ervan toe. Wie schade meende te hebben door de bevingen raakte al gauw in een bureaucratisch gevecht verwikkeld met de NAM.

In 2012 werd het dorp Huizinge opgeschrikt door de zwaarste aardbeving tot nu toe: 3,6 op de schaal van Richter. Het Staatstoezicht adviseerde de gaswinning drastisch terug te schroeven. Achteraf bleek dat uitgerekend in het jaar na Huizinge een record aan gas werd opgepompt. Het is een van de kwesties die ongetwijfeld aan de orde zal komen bij de parlementaire enquête naar de gaswinning, waarvan de openbare verhoren naar verwachting in juni beginnen.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid velde in 2015 een vernietigend oordeel: de veiligheid van de Groningers was vijftig jaar genegeerd. Ook voor de staat stonden de belangen van burgers niet voorop. Dat moest anders. In de jaren erna werd de schadeafhandeling weggehaald bij de NAM, maar de bureaucratie waarin burgers verzeild raakten werd niet minder. En in 2018, toen minister Erik Wiebes (VVD) het besluit nam de gaswinning af te bouwen naar nul, raakte hij zijn krediet direct kwijt door de versterking van huizen stil te leggen.

Vorige week deelde demissionair minister Stef Blok (VVD), vlak voor hij de deur achter zich dichttrok, mee dat er toch weer extra gas gewonnen moet worden, wegens vertraging bij de bouw van een stikstoffabriek. Daar zou buitenlands gas geschikt worden gemaakt voor Nederlandse huishoudens. Ook moeten contracten nagekomen worden met Duitsland. De toezegging dat de gaskraan alleen bij strenge winters verder opengaat, bleek van tafel. Dat maakt het moeilijk voor de Groningers om vertrouwen te hebben in de belofte dat de gaskraan na 2025, uiterlijk in 2028, dichtgaat.

Het werd deze week nog zuurder toen de subsidiepot waarvoor de Groningers maandag in de rij hadden gestaan, in één dag leeg bleek. Er was niet genoeg budget, zo’n 23.000 huishoudens grepen ernaast.

Het is bemoedigend dat de nieuwe bewindspersoon voor het gaswinningsdossier, staatssecretaris Hans Vijlbrief (D66), heeft toegezegd dat hij naar extra budget wil kijken. En dat hij onderzoekt of het oppompen van extra gas tegengehouden kan worden. Hopelijk leidt dat niet tot nieuwe teleurstellingen. Er moet een einde komen aan de achteloze omgang met de Groningers. Zij verdienen een respectvollere behandeling – en empathie.