Waarom we nu zoveel weten

Boek De IJzeren Regel heeft aan de basis gestaan van de groei van onze kennis.

Elk van ons is nauwelijks slimmer dan onze Middeleeuwse of Romeinse voorvaderen, maar toch beschikken we over vaccins, computers, antibiotica, en satellieten. En dat danken we aan de wetenschap. Wetenschapsfilosofen en -historici strijden al jaren over de vraag hoe wetenschap werkt, waarom zij zo effectief is en vooral waarom het zo lang duurde voordat zij ten tonele verscheen – meer dan 350 jaar geleden.

Volgens wetenschapsfilosoof Michael Strevens was het Isaac Newton, staande op de schouders van ‘reus’ Francis Bacon, die de kennismachine in gang zette. Hij is de vader van wat Strevens de ‘IJzeren Regel der Verklaring’ noemt: de wetenschap schrijdt voort zolang haar vertegenwoordigers zich bij het toetsen van hun redeneringen uitsluitend en alleen baseren op empirische gegevens en alles wat ook maar enigszins riekt naar religie, filosofie, esthetica of moraal buitensluiten. Newton wist ook niet wat er achter de mysterieuze werking-op-afstand van de zwaartekracht schuilging, maar dat vond hij onbelangrijk. Hij had niets aan hypotheses, hij wilde iets wat werkte en zijn gravitatiewet leverde dat. Precies zo stelt de quantummechanica natuurkundigen voor raadsels, maar biedt voorspellingen die tot op vele decimalen nauwkeurig kloppen.

Het was de Vrede van Westfalen in 1648 die de verschijning van de IJzeren Regel mogelijk maakte. Het einde van de Dertigjarige Oorlog leidde tot een opdeling van de maatschappij in een religieus domein, waar de wetten van God heersten, en een civiel domein, waar natiestaten hun seculiere wetten uitriepen. Wetenschappers beschouwden de wereld niet langer op een holistische, allesomvattende manier, zoals ze duizenden jaren daarvoor hadden gedaan, maar bekeerden zich tot de empirie. Een op zich irrationele en onredelijke stap, zo geeft Strevens toe – „een anti-intellectueel gebod om elk onderdeel van het hoofd uit te schakelen, behalve de ogen” – want wetenschappers worden nu eenmaal gedreven door subjectieve impulsen, door religie of door eerzucht. Daarvoor is in het wetenschappelijk discours geen plaats. De IJzeren Regel eist dat wetenschappelijke literatuur wordt ‘gesteriliseerd’, en zo precies en objectief mogelijk observaties weergeeft. Alleen zo convergeert men stapje voor stapje, maar uiterst effectief naar almaar meer betrouwbare kennis. In een meeslepende stijl en aan de hand van prachtige en verhelderende vergelijkingen legt Strevens het kraakhelder uit.