Illustratie Anne van Wieren

Strafzaak tegen vermogensbeheerder kantelt: hoe fout zat opsporing zelf?

Box Consultants In een grote strafzaak tegen een vermogensbeheerder staan de schijnwerpers plots gericht op de FIOD, het OM en landsadvocaat Pels Rijcken zelf. In hun pogingen fraude te bewijzen, hebben zij stelselmatig de wet overtreden en rechters onjuist ingelicht.

Een ploeg rechercheurs van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) zit in een zaaltje in Utrecht. Het is negen uur ’s ochtends, er is thee en koffie en de beamer zoemt als de ‘vaktechnisch coördinator’ van de FIOD de powerpoint-presentatie Getuige in het strafrecht opstart.

De man traint collega’s die in de rechtbank moeten vertellen over hun handelen in een fraudeonderzoek. Dat is spannend, zegt hij. Normaliter is het de FIOD die verdachten indringende vragen stelt, maar straks zitten de rechercheurs in een voor hen „onbekende rol”. Zij moeten bij de rechter-commissaris getuigen over hun optreden in het strafrechtelijk onderzoek naar de chique Brabantse vermogensbeheerder Box Consultants.

De FIOD-ambtenaren worden daarbij onderworpen aan een spervuur van vragen van advocaten van Zuidas-kantoor Stibbe, dat Box bijstaat. Die juristen ruiken bloed. Ze hebben sterke aanwijzingen dat FIOD-rechercheurs en het Openbaar Ministerie zulke ernstige fouten hebben gemaakt in het onderzoek dat de hele strafzaak de prullenbak in kan.

Als de rechercheurs verkeerde antwoorden geven, kan dat „grote gevolgen hebben”, staat op de sheets van de FIOD-trainer. De opsporingsambtenaren moeten vooral „geen grapjes maken”, zich „niet laten leiden door emotie” en „rustig en diep” ademhalen. Tegen de stress adviseert de coördinator een kruidenmiddel op basis van de rustgevende valeriaanwortel: ‘Valdispert Stress Moments Extra sterk’. En, prent hij ze in: „Iets niet meer weten is geen leugen.”

De landsadvocaat vindt de klachten ‘ongefundeerd, nodeloos schadelijk en een advocaat onwaardig’

De trainer praat anderhalf uur op zijn FIOD-collega’s in. Na hem doet een medewerker van landsadvocaat Pels Rijcken de presentatie nog eens dunnetjes over. De training, waaraan sommige rechercheurs meermaals deelnemen, mist zijn uitwerking niet.

Zeker tien medewerkers van FIOD, OM en Belastingdienst werden de afgelopen jaren verhoord in de ‘Box-zaak’, vaak meer dan eens. Tijdens de laatste ronde, najaar 2021, zeggen zij meer dan tweehonderd keer in de rechtbank dat zij „niet meer weten” of zich „niet herinneren” hoe zij zijn omgegaan met vertrouwelijke advocatenmails in de zaak. Die hadden zij nooit onder ogen mogen krijgen, maar door een combinatie van slordigheid, opportunisme en haperende ICT bij de FIOD gebeurde dat toch.

Het haperende geheugen van de getuigen heeft niet kunnen voorkomen dat de strafzaak tegen Box Consultants is gekanteld. Aanvankelijk werd de vermogensbeheerder van Brabantse grootindustriëlen en leden van het Koninklijk Huis verdacht van grootschalige fraude en witwassen, maar inmiddels is dat teruggebracht tot een minder zwaarwegende verdenking: valsheid in geschrifte bij het opstellen van facturen. Bovendien is de strafzaak zeven jaar na de inval bij Box nog steeds niet begonnen. In plaats daarvan staan de schijnwerpers nu op het gedrag van FIOD, OM én landsadvocaat Pels Rijcken in het strafonderzoek.

In hun pogingen de verdenkingen tegen Box rond te krijgen, hebben ze rechters onjuist ingelicht en lijken daarmee de wet te hebben overtreden. Dat beeld rijst althans op uit getuigenverhoren en interne opsporingsdocumenten die de advocaten van Box na een jaren juridische strijd in handen kregen en die zijn ingezien door NRC.

De stukken bieden een zeldzaam inkijkje in hoe OM en FIOD achter de schermen een grote strafzaak aanpakken, en hoe landsadvocaat Pels Rijcken hand- en spandiensten verricht. Op grote schaal blijkt tijdens het onderzoek vertrouwelijke, verschoningsgerechtigde informatie te zijn gebruikt, die de ambtenaren nooit hadden mogen inzien.

Tipbrief van de Amerikaanse belasting

Het onderzoek naar Box begint in 2009, als bij de FIOD een tipbrief op de mat ploft, die afkomstig lijkt van de Amerikaanse federale belastingdienst IRS. De Amerikanen schrijven dat zij Box Consultants en eigenaar Remy Mourits zijn tegengekomen in een onderzoek naar de miljardenfraude van de New Yorkse ‘superbelegger’ Bernie Madoff. De brief blijkt vals: gestuurd door een ontevreden Box-werknemer met een rijke fantasie. Maar de interesse van de FIOD is gewekt en uitgebreid onderzoek volgt.

In maart 2015 valt de FIOD binnen op het kantoor van Box in Waalre. Het is menens, beseft Box gelijk. Het stapt naar het Amsterdamse Zuidas-kantoor Stibbe, dat een team advocaten op de zaak zet. Onder hen Daan Doorenbos, de hoogleraar ondernemingsstrafrecht die de van fraude verdachte oud-NS-topman Timo Huges en KPMG-bestuurder Jaap van Everdingen wist vrij te pleiten. Een van de eerste dingen die Doorenbos doet, is huisaccountant BDO opdracht geven om mogelijke gevoelige transacties van Box in kaart te brengen, zodat hij weet wat hij bij het verdedigen van de vermogensbeheerder allemaal kan tegenkomen.

Het is een bekende constructie in fraudezaken. Omdat Doorenbos de accountant aanstuurt (en niet Box zelf), krijgt het BDO-onderzoek dezelfde status als alle communicatie tussen advocaat en cliënt. Die is vertrouwelijk en niet toegankelijk voor justitie. De Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens benadrukken het belang van dit ‘verschoningsrecht’ en de daarmee samenhangende geheimhoudingsplicht voor advocaten.

Het privilege is niet onomstreden. Volgens het OM maken advocaten regelmatig misbruik van hun beroepsgeheim door gevoelige bedrijfscommunicatie of -administratie via hun kantoor te laten verlopen. De advocatuur, op haar beurt, zegt dat het OM het recht op een eerlijk proces met voeten treedt door stiekem de vertrouwelijke communicatie tussen verdachte en raadsman in te zien.

Feit is dat dit soort discussies tot grote vertraging leiden in fraudezaken. Twee megaonderzoeken van het OM – naar mogelijke corruptie bij oliebedrijf Shell en scheepsbouwer Damen – staan al jaren op een laag pitje vanwege rechtszaken over de reikwijdte van het verschoningsrecht van de betrokken advocaten.

Geheimhoudingsofficier

Het OM krijgt in september 2015, met toestemming van de rechter-commissaris, tienduizenden e-mails van medewerkers van Box in handen. De e-mailprovider van Box krijgt het bevel om mailboxen van de vermogensbeheerder over te dragen aan FIOD en OM, zonder dat Box hierover geïnformeerd mag worden. In de bakken treffen zij 3.115 mails aan tussen de vermogensbeheerder en zijn Stibbe-advocaten, onder meer over het door Doorenbos bestelde onderzoek van huisaccountant BDO.

Om te voorkomen dat opsporingsambtenaren mails onder ogen krijgen die ze niet mogen zien, heeft het OM een naar eigen zeggen „met waarborgen omklede bestendige werkwijze” rondom inbeslaggenomen databestanden. Centraal daarbij staat de ‘geheimhoudingsofficier’, een speciale officier van justitie die niets met de strafzaak te maken heeft en vertrouwelijke stukken uit de data moet filteren.

In de Box-zaak is dat Ronald Bliek, die als ‘kwaliteitsofficier’ – een functie die in het leven is geroepen na fouten van het OM bij de Schiedammer Parkmoord – tevens de integriteit van het opsporingsonderzoek moet bewaken. De ervaren officier is in april 2016 stellig: de meer dan drieduizend e-mails die Box in vertrouwen heeft gewisseld met Stibbe, moeten direct worden vernietigd, beveelt hij.

Dit leidt tot grote woede bij de FIOD. Bliek weet niet dat het opsporingsteam en de betrokken officieren van justitie al maanden beschikken over de gegevens. Zij hebben de mails in de tussentijd voorgelegd aan landsadvocaat Pels Rijcken, die vindt dat die niet onder het verschoningsrecht vallen – zo laat de FIOD aan Bliek weten. De geheimhoudingsofficier bindt in en antwoordt de FIOD dat wat hem betreft bij nader inzien slechts 155 mails weggegooid moeten worden.

Het OM vindt het „mosterd na de maaltijd” om het gebruik van de mails ook nog aan de rechter voor te leggen – zoals de wet voorschrijft. De documenten zijn „immers al door ons gebruikt”, schrijft een medewerker hierover. Als de rechter vervolgens op aandringen van Stibbe alsnog naar de zaak kijkt, is die streng. De mails moeten inderdaad worden vernietigd – ook al adviseerde Pels Rijcken iets heel anders.

Van deze gang van zaken herinnert Bliek zich ruim vijf jaar later niets meer. De officier van justitie werd afgelopen zomer verhoord door Stibbe en wist op zo weinig vragen antwoord te geven dat de rechter hem expliciet vroeg of hij geheugenproblemen had. „Nee, niet in medische zin”, antwoordde hij.

Andere betrokkenen hebben vorig jaar bij de rechter wel concrete herinneringen opgehaald. Zo verklaarde de parketofficier van de zaak-Box dat justitie expliciet probeerde het BDO-onderzoek voor advocaat Doorenbos „in handen te krijgen”.

Begin 2017 klaagt het OM huisaccountant BDO en Stibbe aan, omdat die Box op ongeoorloofde wijze – onder meer via het beroepsgeheim van Doorenbos – uit de wind zouden houden. Het blijkt een grote misrekening. Door de aanklacht ontdekt Stibbe dat het OM de vertrouwelijke mails in beslag heeft genomen. Wat volgt is een barrage aan rechtszaken, parallel aan het strafrechtelijke onderzoek tegen Box.

Spil hierin is Stibbe-advocaat Tim de Greve, die een reeks civiele zaken aanspant tegen het OM. Tijdens tientallen procedures, die geregeld de Hoge Raad halen, verzet het OM zich – bijgestaan door Pels Rijcken – hevig tegen de verzoeken van De Greve, om onder meer het verhoor van opsporingsambtenaren en verstrekking van interne stukken. Volgens de landsadvocaat wil Stibbe de gevraagde informatie enkel gebruiken om de strafzaak tegen Box kapot te maken.

De Greve ziet dat anders. Volgens hem „staat er iets fundamenteels op het spel dat voor de hele advocatuur en de rechtsstaat van belang is: dat OM en opsporingsdiensten het verschoningsrecht moeten eerbiedigen. „Bij ons, maar ook in alle andere zaken.”

Zoekgeraakte cd-rom

Los van deze principiële kwestie laten de door Stibbe gevoerde verhoren en de vrijgegeven documenten zien hoe in werkelijkheid met verschoningsgerechtigde stukken is omgegaan. Die praktijk blijkt slordiger dan het OM in de rechtszaal en in de eigen handleidingen verkondigt.

Zo zijn in de zaak-Box allerlei vertrouwelijke documenten uitgeprint en in mappen gestopt omdat FIOD-medewerkers liever niet van scherm lezen. Ook raakte een cd-rom met gevoelige bestanden zoek en gaat een USB-stick waar ze op staan kapot. Intussen circuleren op de servers van OM en FIOD kopieën van de inbeslaggenomen stukken. In het IT-systeem NUIX, waarin inbeslaggenomen mails worden opgeslagen voor het opsporingsteam, worden de verschoningsgerechtigde bestanden niet verwijderd, maar ‘uitgegrijsd’ – tijdelijk niet toegankelijk gemaakt. Als – volgens het Openbaar Ministerie per ongeluk – honderden e-mails van Stibbe aan het onderzoeksteam worden vrijgegeven, wijt het OM dit aan een „incidentele menselijke fout.”

Tevens blijken opsporingsambtenaren die niets met het onderzoek naar Box te maken hebben in de vertrouwelijke bestanden te kunnen grasduinen. Uit het logbestand van de FIOD blijkt bijvoorbeeld dat een onbekende medewerker in de data heeft gezocht naar informatie over andere strafrechtelijke onderzoeken, die los staan van het Box-onderzoek.

Bijkomend probleem is dat landsadvocaat Pels Rijcken en de magistraten van het Openbaar Ministerie de slordigheid en het opportunisme bij de FIOD jarenlang hebben vergoelijkt. Pas in 2019 gaf het OM bij het gerechtshof Den Bosch na een groot aantal rechtszaken toe dat per abuis inderdaad honderden mails waren verstrekt aan het onderzoeksteam.

Daarbij werd verzwegen dat een deel van de 3.115 vertrouwelijke mails in 2015 al naar de landsadvocaat was gestuurd, die ze las en beoordeelde. Suggesties over schendingen van het verschoningsrecht deden landsadvocaat Reimer Veldhuis en het OM tegenover diverse rechters echter af als „ongefundeerde insinuaties” en „volledig uit de lucht gegrepen”.

Stibbe neemt de zaak daarom hoog op. Het kantoor heeft een kort geding aangekondigd tegen het OM. Advocaat De Greve eist dat FIOD en OM per direct hun werkwijze rond inbeslaggenomen data op de schop nemen. Bovendien heeft advocaat Doorenbos van Stibbe, wiens vertrouwelijke e-mails in de Box-zaak zijn opgedoken, vlak voor de jaarwisseling tuchtklachten ingediend tegen het kantoor Pels Rijcken, een prominente partner en landsadvocaat Veldhuis.

Pijnlijk

Voor het OM, dat als magistratelijke organisatie de wet moet volgen, is de kwestie pijnlijk. Dat geldt ook voor landsadvocaat Pels Rijcken. Tuchtzaken tegen de landsadvocaat komen zelden voor, laat staan dat zij uit de koker komen van een groot kantoor als Stibbe. Pels Rijcken staat vanwege de miljoenenfraude van wijlen bestuursvoorzitter Frank Oranje en geconstateerde sociale onveiligheid op de werkvloer onder verscherpt toezicht. Ook is er discussie over de innige band tussen Pels Rijcken en de staat en de toekomst van het kantoor als landsadvocaat.

Pels Rijcken reageert als door een wesp gestoken op de verwijten en tuchtklachten van Doorenbos. „We constateren een verwijtende toon over de vertrouwelijkheid van informatie”, mailt een woordvoerder na vragen van NRC, terwijl Stibbe „geen enkele moeite heeft om een uitgebreid relaas actief met de pers te delen”. Volgens de zegsman zijn de tuchtklachten „ongefundeerd, nodeloos schadelijk en een advocaat onwaardig” en worden ze vooral ingediend „om de beeldvorming rond Pels Rijcken negatief te beïnvloeden”.

Het OM reageert in rustiger bewoordingen en benadrukt dat „de zaak nog onder de rechter is”. Wel zegt een woordvoerder: „Advocatenkantoor Stibbe belicht deze kwestie partijdig en eenzijdig. Het Openbaar Ministerie weerspreekt dat een advocaat van het kantoor van de landsadvocaat een onjuist advies zou hebben gegeven en een geheimhoudersofficier zou zijn teruggefloten.”

Illustraties Anne van Wieren